rss Linkedin Twitter Facebook Newsfeed

Tentoonstelling Nova Zembla in Rijksmuseum

Nova Zembla. Gerhardo De Veer, 1601

Het komende najaarscongres van het KNHG zal gewijd zijn aan het gebruik van niet schriftelijke bronnen in het historisch onderzoek. Wie daarvoor inspiratie op wil doen, wordt aangeraden nog snel de tentoonstelling Nova Zembla in het Rijksmuseum te bezoeken (geopend tot 6 maart).

Het is een piepkleine maar interessante expositie. De aanleiding is niet, zoals vaak het geval is met historische tentoonstellingen, een herdenkingsjaar maar de release van de speelfilm Nova Zembla. In de expositie wordt een  een combinatie van afbeeldingen en voorwerpen getoond. De bekende illustraties uit het door Cornelis Claesz uitgegeven journaal van Gerrit de Veer (1598) vertellen er als een ijzig Tapis de Bayeux het verhaal van de tocht. Dat de maker van de prenten zich goed heeft laten informeren en geprobeerd heeft de werkelijkheid recht te doen, bewijzen een aantal van de opgestelde voorwerpen. De klok, die op de prent van het interieur van het Behouden Huys te zien is, is als voorwerp aanwezig. Het is toevallig ook nog het oudste huisuurwerk waarvan gebruik in Nederland bewezen is en daarmee een studieobject op zichzelf. Ook een aantal van de gepresenteerde wapens, een hellebaard en spiezen zijn van hetzelfde type als op de prenten. In zijn journaal vertelt De Veer dat bij het verlaten van het Behouden Huys door Barentsz ‘een cleijn cedelken’is geschreven, een afscheidsbrief die werd achtergelaten in een kruithoorn. Ook deze brief, ondertekend door Barentsz en Heemskerck,  wordt met de kruithoorn in de tentoonstelling getoond. De voorwerpen en de journaaltekst valideren als het ware elkaar.

Waarover De Veer in zijn journaal niet spreekt, is de aan boord meegevoerde koopwaar en geschenken voor de Aziatische vorsten. Verrassend zijn de stapels terugggevonden prenten die de ontdekkers mee aan boord hadden om in Azië te verspreiden. De door de tijd en weersomstandigheden aan elkaar gekoekte papierklonten werden tussen 1975 en 1979 door papierrestaurator Poldervaart uit elkaar gehaald en ca 400 prenten met 150 verschillende afbeeldingen bleken identificeerbaar. Een aantal van de prenten van ondermeer Goltzius, De Gheyn en Van Mander is nu in de tentoonstelling te zien. Het blijkt een doorsnede te zijn van de prentvoorraad uit de winkel van de Amsterdamse prent- en boekhandelaar Cornelis Claesz. in 1595. Hier leveren de voorwerpen/prenten bijzondere informatie op over de vroege ontdekkingsreizen maar ze zijn evenzeer interessant voor de prent- en boekgeschiedenis.

Zoals gezegd, de tentoonstelling is klein maar de getoonde voorwerpen zijn exemplarisch voor het gehele vondstencomplex van het Behouden Huys. Bijna zonder uitzonderingen leveren de teruggevonden voorwerpen informatie op, soms aanvullend, maar vaak ook nieuw, over tal van aspecten van de late 16de eeuw: over muziekinstrumenten, kleding en schoeisel, navigatiemiddelen, gereedschap, boeken en drukwerk etc. De honderden objecten, ook die in Noorse en Russische verzamelingen terecht zijn gekomen, zijn overigens in de 1998 uitgegeven bestandscatalogus uitvoerig beschreven. Het is te hopen dat deze catalogus spoedig ook digitaal beschikbaar zal zijn.

 

Peter Sigmond