rss Linkedin Twitter Facebook Newsfeed

Opzet van het Biografisch Woordenboek van Nederland 1780-1830

Een levensbeschrijving in het Biografisch Woordenboek van Nederland bestaat uit drie onderdelen:

Het genealogische kader

Voorafgaand aan de tekst van een biografie – en typografisch daarvan onderscheiden – worden de genealogische gegevens betreffende de beschreven persoon en zijn of haar voornaamste verwanten weergegeven. Dit genealogische kader kent een vaste opbouw en bevat steeds de volgende informatie:
  • Persoonsgevens: voornamen en geslachtsnaam, alsmede geboorteplaats en -datum en overlijdensplaats en -datum van de beschreven persoon.
  • Functieaanduiding: korte en algemene omschrijving van het beroep of de functie die de beschreven persoon heeft uitgeoefend of de activiteit waardoor hij bekend is geworden. Het aantal is beperkt tot maximaal drie. Omwille van de digitale zoekfunctie zijn de functieaanduidingen gestandaardiseerd.
  • Gegevens over de ouders: voornamen en geslachtsnamen, alsmede het beroep of de functie van de vader – eventueel ook van de moeder – van de beschreven persoon.
  • Gegevens over de echtgenote(s): voornamen en geslachtsnaam, leefjaren, huwelijksdatum en eventueel echtscheidingsdatum.
  • Gegevens over de kinderen: alleen het aantal kinderen wordt vermeld, gespecificeerd naar het aantal zoons en dochters.

Het tekstgedeelte

Om te voorkomen dat de teksten van de biografieën onderling te grote verschillen vertonen, is er gestreefd naar een zekere uniformering van inhoud, compositie en stijl.
  • Inhoud: idealiter is iedere bijdrage een echte biografie in miniformaat en niet slechts een weergave van de voornaamste feiten uit het leven van de beschrevene. De persoonlijkheid van de betrokkene en bepaalde bijzonderheden uit zijn of haar persoonlijke leven ─ voor zover bekend en voor zover relevant ─ komen in de tekst aan bod.
  • Compositie: een biografie heeft bij voorkeur een chronologische opbouw. Het is een als het ware van geboorte naar dood lopend betoog, met een strikte beperking tot de beschrevene zelf. Daarbij behoren leven en werk met elkaar te zijn verweven. In een slotalinea wordt zo mogelijk iets gezegd over de invloed, waardering en betekenis van de persoon in kwestie.
  • Stijl: de tekst is bondig, zakelijk en overzichtelijk.
De opgenomen teksten komen voor de verantwoordelijkheid van de auteur, wiens naam onder de biografie staat vermeld. De redactiecommissie draagt de verantwoordelijkheid voor het opnemen van iedere bijdrage.

Bronnen, literatuur, publicaties en portret

Iedere biografie wordt afgesloten met een overzicht van de belangrijkste bronnen en literatuur betreffende de beschreven persoon en – indien aanwezig – een verantwoording van het bij de tekst afgebeelde portret. Dit overzicht beoogt geen volledigheid, maar biedt in de meeste gevallen slechts een selectie Het heeft een dubbele functie: het verwijst naar archivalia en literatuur waarin meer over de beschrevene te vinden is en dient tevens als een soort algemene bronvermelding.
  • Archivalia: archiefbewaarplaatsen waar archieven of collecties dan wel documentatie betreffende de beschreven persoon berusten.
  • Publicaties c.q. prestaties van de beschreven persoon vermeld. Indien er een bibliografie, oeuvrecatalogus, overzicht van gespeelde theaterrollen etcetera voorhanden is, wordt bij voorkeur daarnaar verwezen.
  • Literatuur over de beschreven persoon.
  • Portret: bronvermelding van het bij de biografie afgebeelde portret van de beschreven persoon. Indien bekend wordt hier tevens aangegeven wie het portret heeft gemaakt en uit welk jaar het dateert.