rss Linkedin Twitter Facebook Newsfeed

GASPOEL, Susanna (geb. Londen? na 1602/1603 – begr. Amsterdam 2-8-1664?), (architectuur)schilderes. Dochter van John Gaspoel (gest. 1622) en Clara (gest. na 28-8-1623). Susanna Gaspoel trouwde tussen 1623 en 1628/29 met Hendrick van Steenwijck (1580-1649), architectuurschilder. Uit het huwelijk werden ten minste 2 zoons geboren.

Waar en wanneer Susanna Gaspoel werd geboren is niet duidelijk. Ze stamt hoogstwaarschijnlijk uit een Leuvense familie die in Engeland was neergestreken. Zoals Howarth in zijn The Steenwyck family (2009) opmerkt, was er in 1611 een steenhouwer John Gaspoole werkzaam in Berwick. In tegenstelling echter tot wat deze auteur schrijft zijn er wel degelijk aanwijzingen dat het hier gaat om een directe verwant van Susanna. In de National Archives is namelijk het testament te vinden dat deze John Gaspoole, ‘gentleman’ afkomstig uit Leuven en inwoner van Westham, Essex, op 28 augustus 1623 liet opmaken. Daarbij testeerde hij de weduwe (Clara) en de drie kinderen van zijn in 1622 in Westham begraven zoon Joh[a]n: John, Susan en Clara, die op dat moment allen jonger waren dan 21 jaar en met hun moeder in Londen woonden. Clara zou daar in 1630 trouwen in de Nederlandse kerk. Het huwelijk van Susanna is niet gedocumenteerd, maar vast staat dat ze trouwde met de uit Antwerpen afkomstige architectuurschilder Hendrick van Steenwijck. Deze was vanaf 1617 werkzaam in Engeland, onder meer aan het hof van Karel I. Op basis van het testament van Susanna's grootvader uit 1623 en een aan haar toegeschreven schilderij uit 1628/29 (zie hieronder) zou het huwelijk in de tussenliggende periode moeten hebben plaatsgevonden. Susanna was veel jonger dan haar echtgenoot, die in 1580 was geboren.

Waarschijnlijk kregen Susanna Gaspoel en Hendrick van Steenwijck twee zoons. Howarth vermeldt hiervoor twee indirecte bronnen: in 1736 zag de Engelse schrijver-politicus Horace Walpole in het huis van zijn vader een zelfportret van ‘Stenwick’, zoals de naam van de schilder in Engeland wel werd geschreven, met ‘his wife and two sons’. Dezelfde Walpole beweerde in 1762 dat Hendrick van Steenwijck een zoon had, Nicholas, die voor koning Karel had gewerkt. Er bestaan echter ook directe archivalische bronnen voor twee zoons: in de doopboeken van de Nieuwe Kerk in Amsterdam staat te lezen dat daar op 16 november 1632 Henrick werd gedoopt, zoon van Susanna Gaspoel en Hendrick van Steenwijck, en in die van de Hooglandse Kerk in Leiden werd op 3 september 1634 de doop van Fredericus genoteerd.  In 1632 trad als doopgetuige Servaes de Cock op, een goudsmid uit Frankfurt en zwager van Hendrick; in 1634 waren diens vrouw Anna van Steenwijck, en zoon, de schilder Martinus [Maerten] de Cock, de getuigen. Deze dopen zijn opmerkelijk, aangezien over het algemeen wordt aangenomen dat Hendrick van Steenwijck tot omstreeks 1637 in Londen bleef. Vooralsnog is onduidelijk of Susanna alleen of met Hendrick naar Holland kwam en wat de reden van haar of hun komst naar Amsterdam (en Leiden) was.

Werk

Het is aannemelijk dat Susanna Gaspoel het vak van architectuurschilderes van haar man heeft geleerd en dat zij, zoals Howarth schrijft, samen met hem in zijn atelier werkte. Het vroegste aan haar toegeschreven schilderij is een kerkinterieur dat de signatuur SvS draagt, evenals een jaartal dat als 1628 of 1629 gelezen kan worden (Sotheby’s New York, 29-1-2010, nr. 759, als ‘school of Neeffs’; mededeling van Jeremy Howarth, die het stuk aan Gaspoel toeschrijft). Het feit dat het stuk nauw aansluit bij het werk van Van Steenwijck zou erop kunnen duiden dat ze al enige tijd met Van Steenwijck was getrouwd. Ook met een eveneens gesigneerd en gedateerd gotisch kerkinterieur uit 1639 volgt zij in onderwerpkeuze en stijl het werk van haar echtgenoot (Dessau, Gemäldegalerie). In die tijd woonde het paar waarschijnlijk in de Republiek. Waar precies is niet met zekerheid te zeggen. Wel is bekend dat Susanna in augustus 1642 aan het Leidse stadsbestuur een voorstelling van de Lakenhal verkocht, door ‘haarzelf curieus [:zorgvuldig] en kunstig afgebeeld’ (RAL inv. nr. SAII 188). Uit de documenten blijkt dat zij het schilderij enkele malen aan de stad heeft aangeboden – het lijkt niet echt om een opdracht te zijn gegaan – en dat de stad het stuk uiteindelijk voor de aanzienlijke prijs van zeshonderd gulden aanschafte. Onduidelijk is waarom de stad bereid was dit hoge bedrag te betalen.

Naar we mogen aannemen woonde Susanna in 1645 in Den Haag. In de Iconographia van Antoon van Dijck uit dat jaar is het portret van Hendrick van Steenwijck namelijk opgenomen met het bijschrift ‘pictor architectonices Hagae Comitis’. Mogelijk is de schilder daar in 1649 gestorven. In dat jaar dateerde hij voor het laatst een schilderij en Susanna wordt in een Leids archiefstuk van november 1649 zijn weduwe genoemd. Volgens Joachim von Sandrart vestigde Susanna Gaspoel zich na de dood van haar man in Amsterdam ‘und übte sich ebenmässig im Perspectiv-Mahlen, verdiente darmit so viel, dass sie sich wol und ehrlich ausbringen können’ (Sandrart, 299). Susanna Gaspoel wist zich in Amsterdam dus goed staande te houden als architectuurschilderes. Een andere bron zou bevestigen dat zij in 1648 in ieder geval nog niet in Amsterdam woonde, omdat zij in dat jaar vier schilderijen voor de verkoop naar Amsterdam stuurde (zie Musée Royal de La Haye, 362). In 1656 trad Susanna Gaspoel op als getuige bij een doop in Leiden.

Thans kunnen op basis van de signatuur slechts drie individuele schilderijen aan Susanna Gaspoel worden toegeschreven, terwijl het stuk in de Lakenhal op grond van archivalia op haar naam staat. Daarnaast zijn uit schriftelijke bronnen nog enkele stukken bekend (vgl. ook Susanna van Steen). Verder wordt er in het Leidse Prentenkabinet een gesigneerde tekening van Susanna Gaspoel bewaard met als onderwerp ‘de kruisdaging’. Omdat de schilderes waarschijnlijk vooral architectuurschilderijen maakte en nauw met haar echtgenoot zal hebben samengewerkt, bevinden zich onder de aan hem (of zijn omgeving) toegeschreven werken ongetwijfeld stukken van Susanna’s hand.

Aan het oeuvre van Susanna Gaspoel kunnen echter nog twee, heel opmerkelijke panelen worden toegevoegd. Deze zijn onderdeel van een kabinet dat in het derde kwart van de zeventiende eeuw werd gemaakt - deels met gebruikmaking van oudere onderdelen (Erven E. Snethlage-van Foreest). De laatjes en het deurtje van dit kastje zijn beschilderd. Op de voorkanten van de lades is een bloemstilleven te vinden. Op de bodems van negen kleine lades zijn portretjes geschilderd van reformatoren, zoals Luther, Melanchton en Calvijn. De maker van deze bloemen en portretjes is (nog) niet geïdentificeerd. Op de bodem van de grote, onderste lade is echter een ‘Susanna v. Steenwijk’ gesigneerd kerkinterieur te vinden, terwijl op de binnenkant van het deurtje een eveneens door haar gesigneerde voorstelling van ‘Christus en de Samaritaanse vrouw’ is geschilderd. Beide panelen zijn 1664 gedateerd. Dit jaartal is des te opmerkelijker, omdat Susanna Gaspoel waarschijnlijk in 1664 in Amsterdam is gestorven. In de Zuiderkerk werd op 2 augustus van dat jaar een Susanna Gansepoel begraven in een eigen graf. Verdere gegevens ontbreken (op 14 februari 1673 werd ook een Susanna ‘van’ Gansepoel daar begraven, maar aangezien van een vrouw met die naam ook een huwelijk is gevonden, lijkt het minder aannemelijk dat dit Susanna Gaspoel is).

Naslagwerken

Van der Aa; Delvenne [onder H. Steenwyck]; Elck zijn waerom; Van Eijnden en Van der Willigen [onder Susanna van Steen]; Immerzeel [onder H. van Steenwijk]; Kramm; Lexicon Noord-Nederlandse kunstenaressen; NNBW [onder H. van Steenwijck]; Petteys; Thieme; Wurzbach.

Archivalia

  • Stadsarchief Amsterdam: DTB, Dopen 5001, p. 220 [Henrick, zoon van Susanna Gaspoel en Henrick van Steenwijck]. DTB, Begraven 1091, 87v, d.d. 2-8-1664, en 126v, d.d. 14-2-1673.
  • Regionaal Archief Leiden: Stadsarchief II 188, BGDbps C, fol. 296v [aanbod van schilderij van de Lakenhal]; II 239, KRBGB 1642-1646; II 1423, ob o fol. 131v-132; II 9583, RTO 1642 III, fol. 1668-1668v [over aankoop schilderij van de Lakenhal, augustus 1642]; DTB, dopen NH, Hooglandsche Kerk, 3-9-1634. 
  • National Archives, Kew: Prob. 11/143, file reference 299, fol. 220-221 (Will of John Gaspoole, 28-8-1623).

Werk

Het schilderij van de Lakenhal is te zien in Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden.

Voor een overzicht van het werk zie Howarth, 281-283.

Literatuur

  • J. von Sandrart, Teutsche Academie der Bau-, Bild- und Mahlerey-Künste, deel 1-2: Die Künstler-Viten (Neurenberg 1675-1680) 299.
  • R. de Piles, Beknopt verhaal van het leven der vermaardste schilders, met aanmerkingen over hunne werken (Amsterdam 1725) 375 [eerste druk in het Frans, 1699].
  • H. Walpole, Anecdotes of painting in England, deel 2 (Strawberry Hill 1762) 104.
  • D. Lysons, The environs of Londen, deel 4, Counties of Herts, Essex & Kent (Londen 1796) 262.
  • Les femmes artistes. Catalogue d'une collection unique de dessins, gravures et eaux-fortes, composés ou executés par des femmes (Amsterdam z.j. [ca. 1884]) 65, nr. 733.
  • W.J.C. Moens, The marriage, baptismal, and burial registers, 1571 to 1874, and monumental inscriptions, of the Dutch reformed church, Austin Friars, London: with a short account of the strangers and their churches, London, 1571-1874 (Lymington 1884) 106.
  • D. Franken Dzn., ‘Albert Jansz. Vinckenbrinck’, Oud-Holland 5 (1887) 73-92, aldaar 81.
  • A. Bredius, ‘Het schildersregister van Jan Sysmus, stads-doctor van Amsterdam’, Oud-Holland 4 (1891) 137-152, aldaar 146.
  • Catalogus van de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid. Historische afdeling (Den Haag 1898) 63, 64, 131.
  • Musée Royal de La Haye. Catalogue raisonné des tableaux et des sculptures (Den Haag 1914) 362.
  • R.H. Wilenski, Flemish painters 1430-1830, deel 1 (Londen 1960) 661.
  • Stedelijk Museum De Lakenhal. Catalogus van de schilderijen en tekeningen (Leiden 1983) 321-322.
  • J. Schaeps, ‘Een tekening van Susanna van Steenwijck’, Bulletin van het Prentenkabinet Leiden 2 (2001) [heeft geen paginering].
  • L. Dukelskaya en A. Moore, A capital collection. Houghton Hall and the Hermitage; with a modern ed. of Aedes Walpolianae, Horace Walpoles catalogue of sir Robert Walpole´s collection (New Haven 2002) 449, nr. 406.
  • J. Nicolaisen, ‘Selbstdarstellung und Spezialistentum in der niederländischen Malerei des 17. Jahrhunderts – ein neuer Fund zur Biographie Hendrick van Steenwijcks d.J.’, Oud-Holland 118 (2005) 121-130.
  • G. Steenmeijer, Tot cieraet ende aensien deser stede. Arent van ’s-Gravensande, architect en ingenieur ca. 1610-1662 (Leiden 2005) 139, 140, 318 noot 1109.
  • J. Howarth, The Steenwyck family as masters of perspective: Hendrick van Steenwyck the Elder (c. 1550-1603), Hendrick van Steenwyck the Younger (1580/82-1649), Susanna van Steenwyck (dates unknown - active 1639-c. 1660) (Turnhout 2009).

Illustratie

Gezicht op de Lakenhal, door Susanna Gaspoel, 1642 (Stedelijk Museum De Lakenhal, Leiden). Uit: http://www.20eeuwennederland.nl/images).

Kabinet, Noord-Nederlands, derde kwart 17de eeuw. Het kerkinterieur (grote lade) en ‘Christus en de Samaritaanse vrouw’ (deurtje niet compleet afgebeeld) zijn gesigneerd en gedateerd ‘Susanna van Steenwijk 1664’, Erven E. Snethlage-van Foreest (foto: Stedelijk Museum Alkmaar).

Auteur: Marloes Huiskamp (met dank aan Christi Klinkert, Stedelijk Museum Alkmaar en Anna de Haas)

laatst gewijzigd: 15/04/2012