Stoffels, Hendrickje (1626/1627-1663)

 
English | Nederlands

STOFFELS, Hendrickje, ook bekend als Hendrickje Jegers (geb. Bredevoort 1626/1627 – begr. Amsterdam 24-7-1663), dienstbode, geliefde van Rembrandt, kunstverkoopster. Dochter van Stoffel Stoffelse (gest. 1646?), sergeant en jager, en Mechtelt Lamberts (gest. 1661?). Hendrickje Stoffels leefde vanaf 1649 ongehuwd samen met Rembrandt van Rijn (1606-1669), schilder. Uit deze verbintenis werd 1 dochter geboren.

Hendrickje Stoffels groeide op in Bredevoort, een garnizoensstadje in de Gelderse Achterhoek. Zij woonde met haar ouders, drie broers en een zus aan de Muizenstraat, vlakbij de kerk. Hendrickjes vader was sergeant in de compagnie van kapitein Ploos van Amstel en jager van het kasteel van Bredevoort. Stoffels werd daarom ook Jeger(s) genoemd. Haar broers Berend en Herman waren ook militair, evenals haar zwager Jan Kersten Pleckenpoel. Het gezin Stoffels leefde in een zekere welstand, hetgeen is af te leiden uit het feit dat het in een huis met twee haardsteden woonde. Stoffels en zijn vrouw hadden, naast zijn soldij, geld verdiend met het verstrekken van geldleningen aan derden.

Amsterdam

In 1646 (?) overleed Hendrickjes vader en haar moeder trouwde in januari 1647 met buurman Jacob van Drosten, die drie kleine kinderen meenam. Hendrickje verhuisde in datzelfde jaar naar Amsterdam, waar zij dienstmeisje werd bij de schilder en weduwnaar Rembrandt van Rijn. Rembrandt woonde op dat moment met zoon Titus (1641-1668) en diens verzorgster Geertje Dircks aan de Breestraat, in het huidige Rembrandthuis. Met Geertje Dircks onderhield hij seksuele betrekkingen. In 1649 kwam er een einde aan deze verhouding. Op 15 juni van dat jaar was Hendrickje Stoffels getuige van de onderhandelingen tussen Geertje Dircks en Rembrandt van Rijn over de hoogte van de alimentatie, die plaatsvonden in de keuken van het huis aan de Breestraat. Kort daarop vertrok zij naar Bredevoort om er op 16 juli als getuige op te treden bij de doop van de dochter van Thomas ten Vliete en Lijsbeth Swart. Op 1 oktober was zij in Amsterdam terug. Op die datum legde ze ten gunste van Rembrandt bij notaris Laurens Lamberti op haar erewoord als vrouw een verklaring af over het keukengesprek tussen Rembrandt en Geertje Dircks. De betreffende akte, voorzien van haar handtekening, is het eerste officiële optreden van Hendrickje Stoffels in het leven van Rembrandt van Rijn.

Nadat Geertje Dircks gedwongen was te vertrekken, nam Hendrickje Stoffels haar plaats in als Rembrandts geliefde.

Op 2 juli 1654 werd Hendrickje Stoffels wegens ‘hoererij’ voor de kerkenraad gedaagd – Rembrandt werd er niet op aangesproken omdat hij geen belijdend lidmaat was, Hendrickje wel. Zij leefde inmiddels vijf jaar samen met Rembrandt, maar was tot dat moment door de kerkenraad met rust gelaten. Waarschijnlijk had de predikant of een ouderling bij een huisbezoek in mei geconstateerd dat ze zwanger was. Hendrickje is niet op de zitting verschenen en ook aan de volgende twee oproepen gaf zij geen gehoor. Op donderdag 23 juli begaf zij zich, ongeveer zes maanden zwanger, uiteindelijk naar de consistoriekamer van de Nieuwe Kerk. Ze kon niet anders dan haar zonde toegeven en werd gemaand, zich van het avondmaal af te houden. Uit de notulen van kerkenraad is niet gebleken dat zij om verzoening heeft gevraagd. Op vrijdagavond 30 oktober 1654 werd in de Oude Kerk in Amsterdam de dochter van Hendrickje Stoffels en Rembrandt van Rijn gedoopt. Aan de inschrijving in het doopregister is niet te zien dat Cornelia een onecht kind was. Hendrickje Stoffels en Rembrandt van Rijn worden in het doopregister als ouders genoemd en Cornelia (gest. Batavia, vóór 1685) kreeg de achternaam van haar vader.

In 1656 ging Rembrandt failliet en moesten zijn bezittingen worden geïnventariseerd en verkocht. Op 14 februari 1658 machtigde de Desolate Boedelskamer van Amsterdam de conciërge om meubels en huisraad van Rembrandt te verkopen. Bij de huisraad zat ook een eikenhouten kast die van Hendrickje Stoffels bleek te zijn. Zij bewaarde daarin linnen, wol, zilverwerk, gouden ringen en andere zaken, ter waarde van zeshonderd gulden. Hendrickje Stoffels eiste en kreeg de kast terug, zoals blijkt uit de Preferente Rolle van 13 maart. De opbrengst van de verkopingen was niet genoeg om alle schulden en de hypotheek op hun huis te betalen. In februari 1658 werd het met een verlies van tweeduizend gulden verkocht en Rembrandt en Hendrickje verhuisden met Titus en Cornelia naar de Rozengracht in de Jordaan. Daar begon Hendrickje Stoffels met Titus van Rijn een kunsthandel: zij verkochten schilderijen, tekeningen, kopergravures, houtsneden en rariteiten. In december 1660 werd de kunsthandel officieel een vennootschap met Hendrickje Stoffels en Titus van Rijn als gelijkwaardige compagnons. Rembrandt kwam als onbetaalde werknemer in dienst van de firma, waardoor hij werd gevrijwaard van claims van zijn schuldeisers.

Op 7 augustus 1661 liet Hendrickje Stoffels haar testament opmaken. Zij benoemde haar dochter Cornelia tot enige erfgenaam en Rembrandt tot voogd. Zij machtigde hem om tot Cornelia’s meerderjarigheid in alle opzichten naar bevind van zaken te handelen. In 1663 werd Hendrickje Stoffels waarschijnlijk het slachtoffer van de pestepidemie die in Amsterdam woedde. Ze werd op 24 juli 1663 begraven in de Westerkerk.

Model en beeldvorming

Hendrickje Stoffels is vaak Rembrandts schildersmodel geweest. Hij tekende en schilderde haar naar het leven, maar meestal stond zij model voor een historische of legendarische vrouwenfiguur. Van de schilderijen van Rembrandt geldt ‘De badende Hendrickje’ uit 1655 als een van de meest frisse en originele werken van de schilder. Het is te bezichtigen in de National Gallery in Londen.

Het beeld dat in de literatuur van Hendrickje Stoffels wordt geschetst is niet consistent. Het was altijd afhankelijk van het imago van Rembrandt, dat door de eeuwen heen sterk aan verandering onderhevig was. Vond men hem een onaangepaste autoritaire plebejer en een ketter in de schilderkunst, dan werd Hendrickje gezien als het willoze slachtoffer van zijn slechte karakter en manipulaties. In perioden waarin hij gold als nationale kunstzinnige held, werd zij, net als hij, op een voetstuk geplaatst. Dan was zij zijn steun en toeverlaat die vóór alles het belang van haar geniale levensgezel voor ogen had. Als men echter het karakter Rembrandt buiten beschouwing laat en uitsluitend oordeelt op basis van de documenten, dan rijst het beeld op van een zelfstandige, ietwat onconventionele vrouw, die haar leven deelde met een artistiek begaafde man: een vrouw die de zorg voor het gezin combineerde met het drijven van een winkel. En daarmee was zij in haar tijd geen uitzondering.

Achivalia

Voor een overzicht van de documenten waarin Hendrickje Stoffels wordt genoemd, zie de bijlage in Waltmans (2006) 59-60.

Literatuur

  • R. van Oven, Hendrickje Stoffels. Roman uit het leven van Rembrandt (Amsterdam 1936).
  • H. Krosenbrink, Hendrickje Stoffels (Naarden 1973).
  • Walter L. Strauss en Marjo van der Meulen, The Rembrandt documents (New York 1979) [integraal uitgegeven Rembrandt-documenten].
  • H. Krosenbrink, ‘Hendrickje Stoffels, de sergeantsdochter uit Bredevoort’, Jaarboek Achterhoek en Liemers 12 (1989) 113-120.
  • H. Ruessink,’Hendrikje Stoffels, jongedochter van Bredevoort’, Kroniek van het Rembrandthuis 89 (1989) 19-24.
  • S.A.C. Dudok van Heel, ‘Hendrickje Stoffels en Trijntje Harmsen, twee getuigen van het conflict tussen Rembrandt en Geertje Dircks in 1649’, Maandblad Amstelodamum 78 (1991) 97-98.
  • S.A.C. Dudok van Heel, ‘Rembrandt: his life, his wife, the nursemaid and the servant’, en E.de Jongh, ‘The model woman and women of flesh and blood’, in: Julia Lloyd Williams red., Rembrandt’s women. Tentoonstellingscatalogus National Gallery of Scotland en Royal Academy of Arts (Edinburgh 2001) 19-27 en 28-35.
  • Astrid Waltmans, Hendrickje Stoffels. Een meisje uit de provincie in een Amsterdams kunstenaarsmilieu (IJzerlo 2006).Christoph Driessen, Rembrandts vrouwen (Amsterdam 2011).

Illustratie

De badende Hendrickje door Rembrandt van Rijn, 1655 (National Gallery, Londen). Uit: Williams, Rembrandt’s women (2001).

Auteur: Astrid Waltmans

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 287

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.