© DVN, een project van Huygens ING en OGC (UU). Bronvermelding: Korrie Korevaart, Herbig, Froukje, in: Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. URL: http://www.historici.nl/Onderzoek/Projecten/DVN/lemmata/data/Herbig [15/04/2012]
HERBIG, Froukje (geb. Leeuwarden 29-5-1781 – gest. Harlingen
6-7-1857), gouvernante, schoolhoudster en schrijfster. Dochter van Johan Georg
Herbig (1854-1799), luitenant-kolonel, en Fetje van der Meulen. Froukje Herbig bleef
ongehuwd.
Froukje Herbig werkte 25
jaar in het onderwijs. Hiernaast probeerde ze wat extra’s te verdienen door
literair werk te publiceren, ook om in het levensonderhoud van haar oudste zus
te voorzien. Ze begon haar schrijversloopbaan met toneelstukjes voor kinderen, waarbij ze zich liet inspireren door het verleden.
Zo ging haar De verloren zoon, of Breda
verrast (1830) over het turfschip van Breda. Ze schreef ook verhalen (o.a.
voor het vrouwentijdschrift Penélopé)
en drie lijvige historische romans, waarvan de briefroman Hillegonda van Teylingen (1832) de bekendste was. Zoals veel schrijvers uit
haar tijd streefde Froukje Herbig ernaar in haar werk het nuttige met het
aangename te verenigen. In haar eigen woorden: om ‘deugd en goede zeden te bevorderen en hare landgenoten een nuttige
en aangename uitspanning te verschaffen’ (De
arme luitenant en zijn huisgezin, dl. 1, IV). Froukje Herbig slaagt erin de
historische werkelijkheid op te roepen en de plots van haar boeken zijn boeiend
genoeg. Haar boeken missen echter de levendige, geestige stijl die noodzakelijk
is om lezers te blijven boeien. De Leeuwarder
Courant recenseerde het werk van Herbig positief, maar tijdschriften als De Recensent, ook der Recensenten en De Vaderlandsche Letteroefeningen waren
aanmerkelijk kritischer. Potgieter meent, in een recensie in De Gids, dat ze in haar werk de
historische werkelijkheid geweld aandeed. Ook haar stijl keurt hij af. Volgens
hem deed ze er verstandiger aan haar toevlucht te zoeken tot het genre van de
huiselijke roman dan zich bezig te houden met een geleerd genre als de historische
roman. Hij hoopt ‘dat alle schrijfsters zich bepaalden tot hetgeen in haar
kring behoort, het huiselijke, − het gezellige, − liefde en vriendschap, −
stille deugden, − huwelijksliefde en moedertrouw, − en dat alles voorstelden
met die juistheid van opmerking, die fijnheid van gevoel, die aandoenlijkheid
van ziel, die reinheid des harten, die godvruchtige stemming des gemoeds, welke
het erfdeel der vrouw zijn’ (De Gids (1837)
414). Uit haar brieven aan uitgever Suringar blijkt dat Froukje Herbig zich
bewust was van deze kritiek.
In 1834 publiceerde Froukje Herbig nog een eigentijdse roman: De arme luitenant en zijn huisgezin, ongetwijfeld
autobiografisch getint. Toen zij steeds slechter ging zien, moest zij stoppen
met schrijven: in 1836 verscheen haar laatste boek, De gelofte, of De zegepraal der deugd. Froukje Herbig stierf in
1857 in Harlingen, 76 jaar oud en geheel blind. Naslagwerken Van der Aa; Frederiks/Van
den Branden; Lauwerkrans; NNBW. Archivalia Brieven van en aan
Froukje Herbig bevinden zich in de Universiteitsbibliotheek Amsterdam (UvA) en het Historisch
Centrum Leeuwarden (HCL). Publicaties Literatuur Illustratie Titelpagina van De arme luitenant en zijn huisgezin (Leeuwarden 1834).
Froukje (ook: Frouwkje) Herbig groeide op
in Leeuwarden, in een protestants gezin met drie dochters. De moeder stierf
jong – onbekend is wanneer – en de vader sneuvelde in 1799 bij Petten. Froukje
en haar twee zussen bleven zonder vermogen achter en moesten in hun eigen
onderhoud voorzien. Froukje werd gouvernante, eerst in Kollum en later in
Franeker. In 1810 verhuisde ze naar Harlingen, waar ze een school voor meisjes
begon. Een van haar leerlingen was Anna Louisa Geertruida Toussaint, die van
1820 tot 1828 bij haar grootmoeder in Harlingen woonde. Toussaint herinnerde
zich dat Herbig de leerlingen Les
voyageurs en Suisse van E.F. Lantier, Contes
moreaux van Marmontel, blijspelen van Molière en ook de fabels van La Fontaine liet lezen
(Lauwerkrans, 802).
laatst gewijzigd: 15/04/2012



