Besnyö, Eva Marianna (1910-2003)

 
English | Nederlands

BESNYÖ, Eva Marianna (geb. Boedapest, Hongarije 29-4-1910 – gest. Laren 12-12-2003), fotografe. Dochter van Bernard Besnyö (1877-1944), advocaat, en Ilona Kelemen (1883-1981). Eva Besnyö trouwde (1) op 25-7-1933 in Bergen met Johannes Hendrik Fernhout (1913-1987), fotograaf, filmer en cineast; (2) op 19-2-1947 in Amsterdam met Willem Lucas Brusse (1910-1978), grafisch ontwerper, fotograaf, tekenaar en leraar. Huwelijk (1), dat op 20-8-1945 in Bergen werd ontbonden, bleef kinderloos; uit (2), op 11-1-1974 in Amsterdam ontbonden, werden 1 zoon en 1 dochter geboren.

Eva Besnyö groeide op in Boedapest, in een joods intellectueel gezin met twee zusters, Panna en Magda. Eva’s moeder, Ilona Kelemen, was Hongaarse. Haar vader, geboren als Bela Blumgrund, kwam oorspronkelijk uit Bratislava (Tsjecho-Slowakije). Voordat hij zijn loopbaan als advocaat begon, veranderde hij zijn joodse achternaam in de Hongaarse naam Besnyö. Hij hield er geëmancipeerde ideeën op na, aldus Besnyö in een terugblik op haar leven (1982), en voedde zijn dochters op alsof het zoons waren: ze werden volgestopt met kennis. Panna en Magda bleken ambitieus, Eva was niet geïnteresseerd. Alleen fotograferen vond ze leuk. In die tijd raakte ze bevriend met haar twee jaar jongere buurjongetje, Endre Ernó Friedmann, de later wereldberoemde fotograaf Robert Capa; door haar is hij gaan fotograferen. Ze zouden levenslang bevriend blijven.

Fotografe

Na haar eindexamen in 1928 suggereerde een oom van Eva Besnyö haar om fotografie te gaan studeren. Zelf had ze daar nog nooit aan gedacht omdat ze niet wist dat fotograferen ook een vak was. Ze volgde een tweejarige opleiding bij József Pécsi in Boedapest, waar ze haar eerste lessen kreeg in portret- en architectuurfotografie. Ook zwierf ze veel door de stad met de Rolleiflex-camera die ze van haar vader had gekregen, een toestel waarmee ze tot 1969 bleef fotograferen. Haar vader vond dat ze haar opleiding in Parijs moest vervolgen, naar zijn overtuiging dé stad voor en van kunstenaars, maar volgens Eva werkten de meeste beroemde fotografen op dat moment in Berlijn.

Zo vertrok Eva Besnyö in 1930 naar Berlijn. Ze vond er werk bij Herr Doktor Peter Weller, die haar liet fotograferen en de foto’s onder zijn naam aan tijdschriften verkocht. Hier maakte ze ook kennis met experimenteel theater, film en dans. Vooral de Russische film, Bauhaus en de Nieuwe Architectuur maakten indruk op haar. Een belangrijke vriend in die tijd was de kunstenaar György Kepes, die niet alleen een leermeester bleek op het gebied van compositie, maar haar tevens politiek en maatschappelijk vormde. Via hem ontmoette ze de Nederlandse cameraman, fotograaf en regisseur John Fernhout, zoon van de schilderes Charley Toorop.

In het najaar van 1931 vestigde Besnyö zich in Berlijn als zelfstandig fotografe. Ze kreeg opdrachten voor portretten en reportages en werkte voor Neofot, een links persbureau. Het zou uiteindelijk haar meest artistieke periode worden of zoals ze het later zelf formuleerde: ‘naast mijn moederschap de belangrijkste periode in mijn leven’. De opkomst van de SS en de toenemende Jodenvervolging deden Besnyö besluiten Berlijn te verlaten.

In de herfst van 1932 verhuisde Eva Besnyö naar Amsterdam, waar zij en Fernhout lid werden van de Vereeniging van Arbeiders Fotografen (VAF), een vereniging die gelieerd was aan de toenmalige Communistische Partij Holland. Op 25 juli 1933 trouwden Besnyö en Fernhout. Datzelfde jaar had ze haar eerste solotentoonstelling, bij Kunstzaal Van Lier, een galerie voor moderne kunst aan het Rokin te Amsterdam. Vanaf 1934 deelde ze huis en atelier op de Keizersgracht met de fotograaf Carel Blazer. Ze werkte voor kranten en persbureaus. In het atelier maakte ze vooral portretten en foto’s van kinderen. Maar ze maakte ook reportages buiten de werkplaats, onder andere van de krottenwijk Kiserdö in Boedapest, en ze fotografeerde veel architectuur. In 1937 had Besnyö een groot aandeel in de organisatie van Foto ’37, een grote tentoonstelling in het Stedelijk Museum te Amsterdam, bedoeld om de sociale status van fotografie te verhogen.

In 1938 raakte Besnyö bevriend met grafisch ontwerper Wim Brusse. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog kon zij aanvankelijk blijven fotograferen, maar in de herfst van 1942 werd het voor de joodse Besnyö te gevaarlijk en moest zij onderduiken. Dankzij beeldend kunstenaar Willem Arondeus kreeg ze in februari 1944 een vals persoonsbewijs en werd ze ‘geariseerd’. Dit stimuleerde haar en Brusse om zelf ook verzetsactiviteiten te ontplooien; Besnyö maakte vooral pasfoto’s voor persoonsbewijzen. Meteen na de oorlog scheidde ze van John Fernhout en trouwde ze met Brusse. Het echtpaar kreeg een zoon, Berthus (1945-1978), en een dochter, Yara (1948). Het huwelijk hield stand tot 1968.

In de naoorlogse jaren, met inmiddels twee kinderen, combineerde Besnyö het moederschap met het werken in opdracht. Architectuurfoto’s en werken vanuit het atelier interesseerden haar nu minder, ze wilde het liefst mensen fotograferen. Ze was betrokken bij de oprichting van de Gebonden Kunstenaars federatie (GKf), in het bijzonder bij de oprichting van de Vakgroep fotografie. In 1952 nam ze deel aan ‘Tentoonstelling Photografie’ in het Stedelijk Museum.

Dolle Mina

In de jaren 1970 sloot Besnyö zich aan bij Dolle Mina en volgde ze met de camera vooral alles wat zich in Amsterdam afspeelde. Deze betrokkenheid bij de vrouwenbeweging veroorzaakte een omslag in haar manier van werken: het belangrijkste doel werd het documenteren van deze beweging, esthetische principes raakten van ondergeschikt belang. Zelf zei ze over deze episode: ‘Ik maakte het soort foto’s waar ik eigenlijk niet goed in ben. Snelle actie, rennen en doen. Ik was zestig jaar en holde van hot naar haar’ (gecit. Ons Amsterdam, 68).

Op latere leeftijd moest Eva Besnyö stoppen met fotograferen vanwege haar steeds slechter wordende ogen. In die tijd heeft ze wel haar fotoarchief op orde kunnen brengen, dat ze vervolgens afstond aan het Maria Austria Instituut in Amsterdam. In juli 2001 verhuisde ze naar het Rosa Spier Huis te Laren, waar ze in het voorjaar van 2003 nog een expositie van haar werk had: ‘Eva Besnyö – de Keurcollectie’. Eva Besnyö overleed op 12 december 2003 in Laren, op 93-jarige leeftijd. Ze is begraven op Zorgvlied te Amsterdam.

Waardering

Eva Besnyö geldt als een van de belangrijkste fotografen van Nederland. Ze ontving verschillende prijzen, zoals in 1952 de Oorkonde World Exhibition of Photography Luzern en in 1985 de Annie-Romeinprijs (ingesteld door het maandblad Opzij) voor haar bijzondere bijdrage aan de geschiedschrijving van de tweede feministische golf. In 1994 kreeg ze niet alleen de Oeuvreprijs van het Fonds voor de Beeldende Kunsten, maar tevens de Piet Zwart prijs (ingesteld door beroepsvereniging Nederlandse ontwerpers), in 1999 de Dr. Erich Salomon Prijs van de Deutsche Gesellschaft für Photographie (ingesteld voor humanistische fotojournalistiek); in 2003 ontving ze zowel de Zilveren Penning van de stad Amsterdam als de voor het eerst uitgereikte Emmy Andriesse prijs. Haar gerubriceerde werk bestaat alleen uit zwart-wit-negatieven, want kleurenfotografie vond ze in het algemeen ‘net echt en dus vreselijk’. In 2007 organiseerde Het Joods Historisch Museum een tentoonstelling met niet eerder gepubliceerde foto’s uit haar oeuvre, ‘Onbekende foto’s’. In de Amsterdamse nieuwbouwwijk IJburg (2002) is een Eva Besnyöstraat.

Archivalia

Maria Austria Instituut, Amsterdam: fotografisch werk (ca. 15.000 foto’s en dia’s).

Publicaties

  • [met Marjo van Soest], ‘Meid, wat ben ik bewust geworden’: vijf jaar Dolle Mina (Den Haag 1975).
  • Eva Besnyö e.a., Wij vrouwen eisen: abortus uit het wetboek van strafrecht, abortus in het ziekenfonds, de vrouw beslist (Leiden 1983).
  • [met Jeroen de Vries en Jacqueline Louwerse], Zeeland toen (Amsterdam 1990).
  • [met Eddie Marsman e.a.], Kinderen 1930-1987 (Rotterdam 1998).

Literatuur

Alle publicaties over Besnyö bevatten foto’s uit haar oeuvre.

  • Carrie de Swaan en Tineke de Ruiter, Eva Besnyö:’n halve eeuw werk (Amsterdam 1982).
  • Letty Bozelie, ‘“Even gauw een foto maken was niet mijn soort fotografie”: fotografe van het eerste uur Eva Besnyö’, Vrouwenweekblad 8 (1989) 10-13.
  • Karin Oppelland, ‘“Ik leef meer naar mijn toekomst dan in mijn verleden”: interview met de Hongaarse fotografe Eva Besnyö’, in: Annelies Dassen, Christine van Eerd en Karin Oppelland red., Vrouwen in den vreemde: lotgevallen van emigrantes en immigrantes (Zutphen 1993) 108-115.
  • Willem Diepraam, Een beeld van Eva Besnyö (Amsterdam 1994).
  • Saskia Wolda, ‘Oeuvreprijs voor Eva Besnyö, “Grand old lady” van de fotografie’, Ruimte 11 (1994) 34-37
  • Willem Diepraam red., Eva Besnyö (Amsterdam 1999).
  • Tineke de Ruiter, Besnyö in Bergen (Amsterdam 2000) [met foto’s van Besnyö].
  • Tineke de Ruiter, Adriaan Elligens en Henrik Barends red., Eva Besnyö (Amsterdam 2007) [met ca. 250 foto’s].
  • ‘“Met de camera zie ik dingen”. Uit het archief van fotografe Eva Besnyö’, Ons Amsterdam 59 (2007) 67-69
  • Marion Beckers, Elisabeth Moortgat, Eva Besnyö, 1910-2003. Fotografin / woman photographer (Boedapest, Berlin, Amsterdam 2011).

Illustratie

Zelfportret, 1934 (Maria Austria Instituut, Amsterdam).

Auteur: Marjet Denijs

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 928

laatst gewijzigd: 03/04/2017

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.