Maria prinses van Oranje (1556-1616)

 
English | Nederlands

MARIA prinses van ORANJE (geb. Breda 7-2-1556 gest. Buren 10-10-1616). Dochter van Willem prins van Oranje (1533-1584) en Anna van Buren (1533-1558). Maria van Oranje trouwde op 7-2-1595 in Buren met Filips graaf van Hohenlohe (1550-1606). Dit huwelijk bleef kinderloos.

Maria (‘Mayke’ voor intimi) was het derde kind en de tweede dochter van Willem van Oranje en Anna van Egmond, beter bekend als Anna van Buren. Aanvankelijk groeide zij op aan het hof van haar vader, maar vanaf haar negende kreeg zij haar opvoeding aan het hof van landvoogdes Margaretha van Parma. In 1567 liet de landvoogdes haar op verzoek van Oranje gaan en ging ze met hem in ballingschap naar Duitsland; in diezelfde tijd liet Alva Maria’s oudere broer, Filips Willem, arresteren en als gijzelaar naar Spanje sturen. De tien jaren die hierop volgden woonde Maria op de Dillenburg bij haar oom Jan van Nassau, aan wie ze zeer gehecht raakte. Uit haar brieven aan haar vader gedurende deze periode spreekt een grote bezorgdheid om hem en de zaak van de Opstand. Maria zorgde in deze jaren voor haar zusjes Anna en Emilia, haar broertje Maurits en haar hoogbejaarde grootmoeder Juliana van Stolberg. Oranje zon in de jaren 1574-1575 op een huwelijk voor Maria, maar vooral vanwege geldgebrek bleef het bij suggesties. Toen Oranje dankzij de Pacificatie van Gent (1576) weer een normaal vorstelijk gezinsleven kon bieden, liet hij zijn kinderen uit Duitsland overkomen. Zo woonde Maria vanaf september 1577 met de familie op het kasteel te Antwerpen, aanvankelijk met sterke heimwee naar haar ‘lib stüpgen’ op de Dillenburg (Archives ou correspondance 6, 296). Zij ging akkoord met alle maatregelen die haar vader, namens zijn gegijzelde zoon optredend als administrateur, nam ten aanzien van de erfgoederen van haar moeder. Duidelijk blijkt dat zij een zelfstandig aandeel had in de erfenis, en daarmee medezeggenschap over het beheer ervan. Deze zogenaamde Burense bezittingen omvatten Buren, Leerdam, IJsselstein en Sint Maartensdijk met het in 1532 verdronken Noord-Beveland.

Huwelijk

Maria’s overkomst naar Antwerpen was mede gewenst omdat Oranje probeerde een verzoening te bewerkstelligen met de katholieke edellieden die oppositie voerden tegen Filips II. In het kader daarvan zou Maria moeten trouwen met de prins van Chimay, zoon van het meest prominente lid van deze groep, de hertog van Aerschot. Maria wilde echter geen katholiek huwelijk. Mogelijk kwam nu Filips van Hohenlohe voor het eerst in beeld als huwelijkskandidaat. Het kan zijn dat ze hem op de Dillenburg al eens had ontmoet, want Filips’ oudere broer Wolfgang was met een zuster van Oranje getrouwd. Uit het briefje waarin haar vader in 1582 toestemming gaf voor het huwelijk blijkt dat Hohenlohe reeds eerder om Maria’s hand had gevraagd. Oranje was op dat moment zwaar gewond na een aanslag, zou mogelijk sterven en stond het huwelijk als bijzondere gunst toe. Maria voelde kennelijk wel voor een huwelijk met Hohenlohe. De huwelijkssluiting liet, vooral vanwege voortdurende financiële problemen, lang op zich wachten. Uit enkele brieven blijkt dat Maria in deze jaren nauw bevriend was met gravin Françoise van Egmond, de dochter van Lamoraal van Egmond. Ze schreef haar onder andere dat ze voor haar wilde zorgen als een echtgenoot voor zijn vrouw.

De periode na de dood van haar vader in 1584 stond voor Maria in het teken van een bittere strijd met halfbroer Maurits over de erfenis. Namens de nog altijd gegijzelde Filips Willem voerde zij aanvankelijk het beheer over alle familiebezittingen, voor zover niet bezet door de vijand. Pas met de Staatse verovering van het familiebezit Breda in 1590 kreeg zij uitzicht op voldoende inkomsten om eindelijk te kunnen trouwen. Omdat Hohenlohe, die als echtgenoot het bestuur van alle domeinen zou overnemen, Maurits dreigde te overvleugelen, vocht deze in maart 1591 Maria’s positie aan, op het moment dat Hohenlohe in Duitsland was. Met succes: tot haar grote ongenoegen mocht Maria voortaan alleen de Burense goederen beheren; Maurits kreeg de rest, waaronder Breda, onder zijn hoede. Jarenlang verzette Maria zich hiertegen, maar tevergeefs. Zelfs haar relatie met Jan van Nassau bekoelde omdat deze weigerde partij te kiezen in de ruzie. Ten slotte trouwde Maria op haar 39ste verjaardag (in 1595) met Hohenlohe, zonder dat er een adequate financiële regeling was getroffen. Maurits was er gewoon bij.

Laatste levensjaren

Eind 1595 kwam Filips Willem vrij. Maria ontmoette hem na 28 jaar in het neutrale Kleef en lichtte hem daar in over de toestand rond de erfenis. Zelf woonde zij in deze jaren in Buren, IJsselstein en Delft. Maria had in 1593-1594, in een poging om geld voor haar huwelijk te vinden, vergeefs getracht een begin te maken met de indijking van Noord-Beveland. Uiteindelijk gebeurde dat alsnog tussen 1598-1600, onder leiding van Hohenlohe. Dit maakte een voorlopig einde aan haar geldzorgen, ook omdat de Burense domeinen zich geleidelijk herstelden van de oorlogsschade.

Vanaf 1604 leed Hohenlohe aan een ernstige ziekte die gepaard ging met verlammingsverschijnselen. Na zijn dood in 1606 escorteerde Maria het lichaam naar Duitsland en liet haar man bijzetten in het familiegraf in Öhringen (Baden-Württemberg). Op het grafmonument staat zij naast haar echtgenoot afgebeeld. Kort voor Hohenlohe’s dood had het paar de negenjarige Margrita Maria gravin van Falckenstein geadopteerd. Hetzelfde jaar 1606 verkocht een moegestreden Maria haar eigen rechten op de familiegoederen aan Filips Willem voor een jaarrente van tienduizend gulden. Ze bleef wonen in Buren. In 1609 diende zij aan de Staten-Generaal een verzoekschrift in met de vraag om een levenslang traktement.

In haar laatste jaren kampte Maria met maagpijn en doofheid. Volgens eigen zeggen had zij in deze tijd nog maar weinig kennissen meer in Den Haag. Wel correspondeerde ze met Christiaan Huygens, secretaris van de Raad van State, en diens echtgenote Susanna Hoefnagel. In financiële kwesties, onder andere betreffende haar douarie, werd zij bijgestaan door Johan van Oldenbarnevelt. In 1612 stichtte Maria het weeshuis te Buren, waarvoor zij goederen en fondsen ter waarde van 32.000 gulden ter beschikking stelde. Het kwam pas na haar dood gereed. Maria van Nassau is bijgezet in het graf van haar moeders familie in Buren.

Reputatie

Uit de meest oranjegezinde historiografie komt Maria naar voren als een voorbeeldige dochter met een nobel karakter. In het werk van Trosée heet zij bijvoorbeeld een ernstige, krachtige vrouw en verder ‘zachtaardig’, ‘goedaardig’ en ‘gevoelig’ met de natuur van ‘een zorgzaam moedertje’ (‘Maikens terugkomst’, 219-221). In de – hagiografische – geromantiseerde biografie noemt Van Zeggelen Maria een ‘edelvrouw […] in de ware zin des woords, die temidden van de politieke woelingen des tijds een klein, stralend licht verspreidt’ (flaptekst). Haar relatie met Hohenlohe gaf aanleiding tot romantische speculaties.

Naslagwerken

Van der Aa; Van Ditzhuyzen; NNBW; Oranje van A tot Z.

Archivalia

  • UB Amsterdam (UvA), Handschriften: HSS-Mag., 26 G 1-4 en 27 Ac. [vier brieven van Maria].
  • UB Leiden, Bijzondere Collecties: PAP 1b [drie brieven van Maria].
  • Hohenlohe Zentralarchiv, Neuenstein. Partikular Archiv Öhringen: 29/4/3 Huwelijk 1595, 32/1/1 Vorderingen Wolfgang van Hohenlohe op Oranje en diens erfgenamen, 42/1/7 Correspondentie Filips van Hohenlohe met familie, brief Maria aan Jan van Nassau.
  • Database correspondentie Willem van Oranje, www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/WVO [brieven van en aan Maria].
  • Voor verdere archiefbescheiden van Maria van Nassau zie het werk van Scherft (1966) en de bronnenlijst van Berghuijs (1993). Zie ook M.C.J.C. van Hoof, E.A.T.M. Schreuder en B.J. Slot ed., De archieven van de Nassause Domeinraad, 1581-1811 (Den Haag 1997).

Literatuur en bronnenuitgaven

  • Archives ou correspondance inédite de la Maison d’Orange-Nassau. G. Groen van Prinsterer ed., 1e serie, 5-8 (Leiden 1838-1847); 2e serie, 1 (Utrecht 1857).
  • Maria van Nassau, ‘Verzameling van meestal eigenhandige conceptbrieven van Maria, gravinne van Nassau, 1606-1615’, A.M.C. van Asch van Wijk ed., Kronijk van het Historisch Genootschap 10 (1854) 209-313.
  • J. van Vloten, ‘Maria van Oranje-Nassau’, De Navorscher 18 (1868) 185-200 en 449-451 [met de brieven uit UB Leiden].
  • H.C. Rogge, ‘Mejonkvrouw van Oranje’, Eigen Haard 49-50 (1895) 778-780, 794-796.
  • Resolutiën der Staten-Generaal van 1576 tot 1609. N. Japikse en H.H.P. Rijperman ed. Rijks Geschiedkundige Publicatiën, Grote Serie, deel 5, 7-9, 13-14 (Den Haag 1921-1970).
  • J.A.G.C. Trosée, ‘Een en ander in verband met Maikens terugkomst in Nederland’, in: Idem, Historische studiën (Den Haag 1924) 209-244.
  • J.A.G.C. Trosée, ‘Vorstelijke flirtation’, Bijdragen en Mededelingen van de Vereniging Gelre 36 (1933) 49-65.
  • Marie C. van Zeggelen, Maria van Oranje (2de druk; Amsterdam 1947 [oorspr. 1933]) [roman].
  • P.J. Schipperus, Buren en Oranje. Geschiedkundig overzicht van het graafschap Buren, de stad en het kasteel en van het in 1612 door prinses Maria van Oranje-Nassau, gravin douairière van Hohenlo gestichte weeshuis (Buren 1962).
  • P. Scherft, Het sterfhuis van Willem van Oranje (Leiden 1966).
  • N. Berghuijs, ‘Een late hulde aan Maria van Oranje-Nassau, prinses van Oranje en de mysteries van een vergeten grafkelder in Buren’, De Drie Steden. Regionaal Historisch Tijdschrift voor Tiel, Buren en Culemborg 2 (1984) 9-18.
  • Thera Coppens, Buren, Egmond en Oranje. Over heren, graven en prinsen (Buren 1989) 135-192.
  • N. Berghuijs, Margrita Maria van Falckenstein. Pleegdochter van prinses Maria van Oranje (Tiel 1993).
  • J.B.V. Welten, Droogleggers aan de Oosterschelde. Bewint der Dijckagie, 1594-1610 (Amsterdam 1993) [over de drooglegging van Noord-Beveland].
  • K.W. Swart, Willem van Oranje en de Nederlandse Opstand 1572-1584 (Den Haag 1994).

llustratie

Portret door I. de Jager naar Paulus Mooreelse, 1658 (Stichting Het Weeshuis, Buren). 

Auteur: Erik Swart

Biografienummer in 1001 Vrouwen: 169

laatst gewijzigd: 13/01/2014

De datum onder dit biografisch lemma geeft aan wanneer er voor het laatst aanvullingen en/of correcties in het stuk zijn doorgevoerd. Met ingang van 2023 is het project afgesloten.