Uitgegeven door H. Dunlop Gedurende meer dan een eeuw had de Verenigde Oost-IndischeCompagnie (VOC) in Perzië een van haar belangrijkstevestigingen op het vasteland van Azië. In 1623 vestigde de VOC zich voor het eerst in dit land, waar zijal spoedig de Engelse en Portugese handelaren overtroefde. Niet alleen de import van Perzisch zijde leverde de VOCaanzienlijke winsten op, maar ook de afzet van specerijenen andere Indische produkten op de Perzische markt waslucratief. Bovendien maakten de Perzische vestigingen eenomvangrijke handel tussen Perzië en de anderevestigingen van de VOC in Azië mogelijk. Hoewel dezijdehandel in de bestudeerde periode winstgevend bleef,daalden de opbrengsten door de toenemende concurrentie. Ookspeelden de Perzen de Nederlandse en Engelse handelarentegen elkaar uit. Voor het behoud van vestigingen speeldennaast commerciële belangen ook politieke overwegingeneen rol. Met haar kapitaal en voortreffelijke zeeliedenbeheerste de VOC de Perzische Golf. Vanuit dezestrategische positie kon zij de strijd aanbinden met dePortugezen en gemakkelijker de Indische Archipel veroveren. Het grootste deel van de geselecteerde stukken in dezebronnenuitgave is afkomstig uit archieven van de VOC.Verder zijn de Verzameling-Geleynssen en de archieven derStaten-Generaal geraadpleegd. Resoluties, brieven,instructies en facturen geven inzicht in deze episode vande Nederlandse handelsgeschiedenis. De uitgave is na heteerste deel (tot 1638) niet voortgezet. Ten behoeve van onderzoek in VOC-archieven is op basis van de afzonderlijke glossaria (woordverklaringen) van de uitgaven over de VOC in de RGP een algemeen VOC-glossarium samengesteld dat online raadpleegbaar is. Bronnen tot de geschiedenis der Oostindische Compagnie in Perzië. Deel 1, 1611-1638, H. Dunlop. Grote Serie 72. Den Haag, 1930.



