Uitgegeven door H. Bruch
De kroniek van Jan Beke (Johannes de Beke of Beka) is in de
late Middeleeuwen een van de populairste Nederlandse
verhalende bronnen geweest. Beke, zeer waarschijnlijk een
geestelijke van het klooster Egmond, beschreef de
geschiedenis van de bisschoppen van Utrecht en van de
graven van Holland (en Zeeland) en van hun territoria vanaf
de Romeinen tot aan 1346. Zijn werk was voornamelijk een
compilatie uit de toen bestaande annalen en kronieken zoals
de Rijmkroniek van Holland van Melis Stoke en andere
auteurs. Dit nodigde latere (af)schrijvers uit tot het
maken van bewerkingen, omwerkingen en vervolgen door
gegevens uit andere bronnen en uit hun eigen herinneringen
en meegemaakte wederwaardigheden toe te voegen.
De Latijnse kroniek is door andere auteurs bewerkt en
vervolgd tot 1393. Een vertaling in de volkstaal kwam tot
stand rond 1395, waarop vervolgen zijn geschreven tot diep
in de 15e eeuw. Het belang van de vervolgen is groot. Zij
vormen een zeer informatieve bron voor de geschiedenis van
de partijstrijd in Holland tussen Hoeken en Kabeljauwen en
in het Sticht tussen Lokhorsten en Lichtenbergers en voor
de geschiedenis van de grafelijke en bisschoppelijke
opvolging in deze gewesten.
Uitgegeven zijn: de Latijnse kroniek tot 1346, met een
vervolg tot 1393, alsmede de Middelnederlandse vertaling en
bewerking tot 1393, met vervolgen tot 1430. De uitgever H.
Bruch heeft voor de uitgave van de Latijnse kroniek de
auteursversie gereconstrueerd. Aan de editie van de
vertaling ligt een specifiek handschrift ten grondslag. De
door de bewerker verzamelde microfilms van buitenlandse
handschriften zijn overgedragen aan de afdeling Bijzondere
Collecties van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag.
De latijnse en de middelnederlandse kroniek zijn beide online beschikbaar. Het gaat hier om
bestanden in pdf-formaat. Daarnaast is er ook een volledig gedigitaliseerde versie.



