Nederlanders en de cultuur in het Atlantische gebied 1670-1870
In dit project staat het geven van toegang tot historische bronnen betreffende de vorming en ontwikkeling van multiculturele maatschappijvormen centraal. Sinds het einde van de 16e eeuw waren Nederlanders actief in het niet-Europese gedeelte van de Atlantische Oceaan, dat wil zeggen in de Amerika�s en op de westkust van Afrika. Gedurende een groot deel van de 17e eeuw was de Atlantische wereld het toneel van strijd tussen verschillende Europese mogendheden. Ook de Republiek liet zich niet onbetuigd en nam met wisselend succes aan deze strijd deel. Gebieden werden gewonnen en gingen dikwijls ook weer verloren. Eerst met de Vrede van Breda (1667) brak er een rustiger tijd aan. De West-Indische Compagnie was toen al min of meer failliet door de oorlogsinspanningen; een �doorstart� bleek noodzakelijk in de vorm van een tweede West-Indische Compagnie (1674), die het tot 1791 uithield. Daarna kwamen de gebieden onder rechtstreeks bestuur van de Nederlandse staat.
| G.W.C. Voorduin (1860-1862): 'Waaigat en stadswal in Willemstad.� |
Vanaf circa 1670 ontstonden er in de door Nederland beheerste gebieden, dat wil zeggen de Antillen (Cura�ao, Aruba, Bonaire, St Maarten, St Eustatius en Saba), de Wilde Kust (Suriname, Berbice, Essequibo en Demerara) en de Goudkust stabielere verhoudingen, waarbinnen het fenomeen van slavernij de centrale plaats in ging nemen. De slavernij werd pas afgeschaft in 1863, zij het dat de voormalige slaven in Suriname nog tien jaar in loonarbeid op hun oude plantages moesten werken. De periode van 1670 tot 1870 kan men de �klassieke periode� van de Nederlandse koloniale aanwezigheid in het Atlantisch gebied noemen. Het project Nederlanders en de Cultuur in het Atlantisch gebied richt zich binnen deze periode op de Nederlandse Antillen en de koloni�n op de Wilde Kust. De vestigingen aan de Goudkust (Ghana) blijven buiten beschouwing omdat het Nationaal Archief hiervoor een speciaal project heeft uitgevoerd: Michel R. Doortmont and Jinna Smit, Sources for the mutual history of Ghana and the Netherlands (Leiden, 2007).
| P.J. Benoit (1839): �Kleermaker in Suriname (met diverse bevolkingsgroepen)�. |
In de Nederlandse West-Indische koloni�n kwamen Europeanen uit meerdere landen met verschillende religieuze achtergronden in aanraking met Afrikaanse slaven en (Amer)indiaanse groepen. Er vormde zich vrij snel een multiculturele samenleving. Tussen de diverse bevolkingsgroepen vond spoedig spontaan in meerdere of mindere mate etnische vermenging plaats. Dit nam niet weg dat de maatschappij een zeer gelaagd karakter behield, waarbij sprake was van een grote correlatie tussen sociale status (�klasse�) en huidskleur. Over dit pluriforme geheel werd van hogerhand een formele status-classificatie gelegd: overheidsdienaren, burgers, vrije kleurlingen en zwarten, en slaven.
| P.W.M. Trap (1856): �Bosnegers op theevisite (bij het Nederlandse gezag)�. |
Het project beoogt archivalische bouwstoffen aan te leveren voor historisch-sociografisch onderzoek van de gebieden in kwestie ten behoeve van onderzoekers en andere belangstellenden in Nederland en daarbuiten. Het wordt deels uitgevoerd op basis van matching tussen het Huygens ING en het KITLV (Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde). Het aanleveren van archivalische bouwstoffen gebeurt op drie manieren: een Engelstalige digitale archiefgids, een database met de meest relevante regelgeving en een deels daarmee samenhangende analytische studie. In het verlengde van de database met regelgeving wordt ook een digitale publicatie van het plakkaatboek voor Berbice, Essequibo en Demerara voorbereid. De nadruk zal komen liggen op archivalia die ter plekke zijn ontstaan, met name van bestuurlijke, juridische en notari�le aard. Deze archivalia worden zowel in Nederland als de voormalige koloni�n bewaard. Wat betreft raadpleging van archieven van religieuze organisaties wordt samengewerkt met het Repertorium van Nederlandse zendings- en missiearchieven.



