Beschreven door J.A.F. Orbaan en G.J. Hoogewerff Italië heeft door de eeuwen heen een stroom van geleerden en kunstenaars uit onze streken aangetrokken. De sporen van hun bezoeken of contacten zijn terug te vinden in de Romeinse archieven en bibliotheken. De exploratie van deze rijke archiefdepots naar documenten die betrekking hadden op de intellectuele en artistieke contacten met de Nederlanden, stond daarom al vroeg op het programma van de Commissie van Advies voor 's Rijks GeschiedkundigePublicatiën. De uitgave is opgezet naar het voorbeeld van Archivaliain Italië (1908-1914). In elk deel is een chronologisch overzicht van documenten met korte inhoudsaanduidingen opgenomen, steeds voorafgegaan door een uitvoerig commentaar bij de afzonderlijke archieven en fondsen. In het eerste deel van deze uitgave, bezorgd door J.A.F. Orbaan, worden documenten in de Vaticaanse bibliotheek ontsloten. Het tweede deel, dat tezamen met het derde werd bewerkt door G.J. Hoogewerff, biedt een beschrijving van bronnen aanwezig in de depots van de verschillende lekenbroederschappen te Rome, organisaties waar de noorderlingen werden opgevangen en zich ten behoevevan spirituele en praktische zaken verenigden. In het derde deel zijn documenten opgenomen afkomstig uit voormalige kloosterbibliotheken en openbare bibliotheken te Rome. De titel van deze driedelige uitgave is dan ook enigszins misleidend: het deel dat de archieven buiten Rome zou behandelen is immers nooit verschenen. Een vervolgpublicatie die nog wel verscheen, maar niet in de Rijks Geschiedkundige Publicatiën, was HoogewerffsNederlandse kunstenaars te Rome 1600-1725. Uittreksels uit de parochiale archieven ('s-Gravenhage 1943). Bescheiden in Italië omtrent Nederlandsche kunstenaars en geleerden, J.A.F. Orbaan, G.J. Hoogewerff. Kleine Serie. Drie delen. Den Haag, 1911-. 



