rss Linkedin Twitter Facebook Newsfeed

Romeinse bronnen voor de kerkelijke geschiedenis van Nederland, 1521-1914

Verzameld, bewerkt en uitgegeven door Gisb. Brom, A.H.L. Hensen, J.D.M. Cornelissen, R.R. Post, P. Polman, P.J. van Kessel en J.P. de Valk; met medewerking van E.M.R. van Kessel-Schulte en E. Lamberts

Deze reeks van elf delen, verschenen tussen 1922 en 1996, is het resultaat van langdurig onderzoek in archieven en bibliotheken in Rome, het Vaticaan en soms elders in Italië. Kerndoel van dat onderzoek is steeds gebleven de ontsluiting van bronnen voor de Nederlandse kerkelijke geschiedenis sinds de Reformatie. De wijze waarop de opdracht in de loop van de tijd is uitgevoerd en de vorm die de onderzoeksresultaten hebben gekregen, lopen echter sterk uiteen.

Aanvankelijk was een editie voorzien waarvoor de selectie breed was opgezet en die zowel kerkelijke als staatkundige bronnen zou omvatten. Alleen het eerste deel van de Romeinsche Bronnen heeft deze uitgangspunten gevolgd. Het bestrijkt de jaren 1521-1592, de periode van Reformatie en Opstand. Vanaf dit moment, toen het kerkelijk bestuur van de katholieken in de Republiek in handen kwam van door Rome benoemde apostolische vicarissen, beperkte de selectie voor de drie daaropvolgende delen Romeinsche Bronnen zich tot ‘kerkelijk’ materiaal, wat overigens niet wil zeggen dat de staatkunde in deze edities geen rol speelt. Zij behandelen de ‘Hollandse Zending’ gedurende de periode tot 1727, het jaar waarin een schisma de katholieke kerk in Nederland in tweeën spleet, waarna het rechtstreekse bestuur door de Romeinse curie werd overgenomen. Wijsgerige en theologische geschilpunten rond het Jansenisme speelden daarbij een grote rol.

De periode van het bestuur door Romeinse ‘vice-superiores’ (tot 1853) wordt vrijwel volledig gedekt door de 5 banden Romeinse Bescheiden die de jaren 1727-1831 bestrijken en waarin vanaf het midden van de 18e eeuw politieke elementen steeds sterker naar voren komen door de houding die de katholieken innamen tegenover het Patriottisme, tijdens de Bataafs-Franse tijd en de periode van het Verenigd Koninkrijk met België. Voor de jaren vanaf 1813 is gekozen voor een andere opzet en vorm: de twee banden tot 1831 bestrijken ook het huidige Belgische grondgebied en de selectieve bronnenpublicatie is veranderd in een gedetailleerde analytische inventaris. Deze wordt voor de jaren 1828-1831 aangevuld door de editie van de boeiende correspondentie en rapportage van Francesco Capaccini, de eerste pauselijke internuntius in het Verenigd Koninkrijk.

Het analytische karakter geldt nog sterker voor de archiefgids in twee banden met de titel Romeinse Documenten, die het Romeinse archiefmateriaal betreffende Nederland uit de jaren 1832-1914 ontsluit en de reeks afsluit. Voor deze periode bieden de stukken onder meer een belangwekkend extern, Vaticaans perspectief op het ontstaan van het ‘katholieke volksdeel’, de moeizame en geleidelijke integratie van de katholieken in de Nederlandse samenleving en het begin van de ‘verzuiling’. In een digitale aanvulling worden naderhand teruggevonden archivalia ontsloten, die doorlopen tot 1922.

De uitgegeven of ontsloten teksten zijn geschreven in het Latijn, Italiaans, Frans en Nederlands. Alle banden en de digitale aanvulling zijn toegankelijk via gedetailleerde indices op personen en zaken en bevatten allerhande aanvullende informatie.
Over de hele periode genomen bieden de ontsloten archivalia niet alleen inzicht in kerkelijke toestanden en ontwikkelingen. Het materiaal bevat evengoed vele gegevens van politiek-ideologische, sociale, economische en cultuurhistorische aard, terwijl het daarnaast raakt aan intellectuele en mentaliteitshistorische thema’s. Tenslotte bevat het over de 19e en vroege 20e eeuw interessante gegevens over de missie in de Nederlandse koloniën.