Deze reeks van elf delen, verschenen tussen 1922 en 1996, is het
resultaat van langdurig onderzoek in archieven en bibliotheken in Rome,
het Vaticaan en soms elders in Italië. Kerndoel van dat
onderzoek is steeds gebleven de ontsluiting van bronnen voor de
Nederlandse kerkelijke geschiedenis sinds de Reformatie. De wijze
waarop de opdracht in de loop van de tijd is uitgevoerd en de vorm die
de onderzoeksresultaten hebben gekregen, lopen echter sterk uiteen.
Aanvankelijk was een editie voorzien waarvoor de selectie breed was
opgezet en die zowel kerkelijke als staatkundige bronnen zou omvatten.
Alleen het eerste deel van de Romeinsche Bronnen heeft deze
uitgangspunten gevolgd. Het bestrijkt de jaren 1521-1592, de periode
van Reformatie en Opstand. Vanaf dit moment, toen het kerkelijk bestuur
van de katholieken in de Republiek in handen kwam van door Rome
benoemde apostolische vicarissen, beperkte de selectie voor de drie
daaropvolgende delen Romeinsche Bronnen zich tot
kerkelijk materiaal, wat overigens niet wil
zeggen dat de staatkunde in deze edities geen rol speelt. Zij
behandelen de Hollandse Zending gedurende de
periode tot 1727, het jaar waarin een schisma de katholieke kerk in
Nederland in tweeën spleet, waarna het rechtstreekse bestuur
door de Romeinse curie werd overgenomen. Wijsgerige en theologische
geschilpunten rond het Jansenisme speelden daarbij een grote rol.
De periode van het bestuur door Romeinse
vice-superiores (tot 1853) wordt vrijwel volledig
gedekt door de 5 banden Romeinse Bescheiden die de jaren 1727-1831
bestrijken en waarin vanaf het midden van de 18e eeuw politieke
elementen steeds sterker naar voren komen door de houding die de
katholieken innamen tegenover het Patriottisme, tijdens de
Bataafs-Franse tijd en de periode van het Verenigd Koninkrijk met
België. Voor de jaren vanaf 1813 is gekozen voor een andere
opzet en vorm: de twee banden tot 1831 bestrijken ook het huidige
Belgische grondgebied en de selectieve bronnenpublicatie is veranderd
in een gedetailleerde analytische inventaris. Deze wordt voor de jaren
1828-1831 aangevuld door de editie van de boeiende correspondentie en
rapportage van Francesco Capaccini, de eerste pauselijke internuntius
in het Verenigd Koninkrijk.
Het analytische karakter geldt nog sterker voor de archiefgids in twee
banden met de titel Romeinse Documenten, die het Romeinse
archiefmateriaal betreffende Nederland uit de jaren 1832-1914 ontsluit
en de reeks afsluit. Voor deze periode bieden de stukken onder meer een
belangwekkend extern, Vaticaans perspectief op het ontstaan van het
katholieke volksdeel, de moeizame en geleidelijke
integratie van de katholieken in de Nederlandse samenleving en het
begin van de verzuiling. In een digitale
aanvulling worden naderhand teruggevonden archivalia ontsloten, die
doorlopen tot 1922.
De uitgegeven of ontsloten teksten zijn geschreven in het Latijn,
Italiaans, Frans en Nederlands. Alle banden en de digitale aanvulling
zijn toegankelijk via gedetailleerde indices op personen en zaken en
bevatten allerhande aanvullende informatie.
Over de hele periode genomen bieden de ontsloten archivalia niet alleen
inzicht in kerkelijke toestanden en ontwikkelingen. Het materiaal bevat
evengoed vele gegevens van politiek-ideologische, sociale, economische
en cultuurhistorische aard, terwijl het daarnaast raakt aan
intellectuele en mentaliteitshistorische themas. Tenslotte
bevat het over de 19e en vroege 20e eeuw interessante gegevens over de
missie in de Nederlandse koloniën.



