Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#kolonialisme
#archieven
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#Gender
Gepubliceerd op 11-01-2014

200 jaar de vrouw in Nederland: een Belgisch perspectief

KNHG Najaarscongres ‘De Vrouw’

Nederland viert dezer dagen zichzelf en tweehonderd jaar koninkrijk. Dat zullen we geweten hebben. Als Belgische historici kijken we enigszins verbaasd naar die nationale trots van onze Noorderburen.  Ook het Najaarscongres van het KNHG, opgeluisterd door de aanwezigheid van prinses Beatrix, stond in het teken van het eeuwfeest en wilde een balans opmaken van de positie van vrouwen in de afgelopen tweehonderd jaar. De grote tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’ die honderd jaar geleden werd georganiseerd vormde het uitgangspunt. De thema’s die op deze tentoonstelling aan bod kwamen waren  de rode draad door de lezingen op het congres: ‘Statistiek’, ‘Kiesrecht’, ‘Maatschappelijk werk’, ‘Kleine winkelgalerij’, ‘Huisarbeid’, ‘Bank- en kantoorwezen’, ‘Museum voor ouders en opvoeders’, ‘Huis 1913’, ‘Koloniën’, ‘Hygiëne’, ‘Kleding’ … hoe zijn de thema’s van 1913 geëvolueerd op drie feministische golven?

De Vrouw bestaat (niet)

Met een tiental studenten gendergeschiedenis van de Gentse universiteit en hoge verwachtingen trokken we op 8 november 2013 naar Den Haag en maakten achteraf samen een balans op van wat vooral een geschiedenis van de witte gegoede middenklassevrouw in Nederland zou blijken te zijn. Het congres focuste immers zodanig sterk op de continuïteit met 1913 dat onwillekeurig ook hetzelfde denkkader werd gehanteerd. Het op het eerste gezicht aantrekkelijke concept werd zo een beetje keurslijf: alleen thema’s werden behandeld die ook toen aan de orde waren en die toen denkbaar waren, zonder dat de kaders zelf werden gedeconstrueerd. In plaats van in de lijn van Joan Scott en anderen te wijzen op de manieren waarop gender functioneerde als hiërarchiseringsprincipe, leken sommige lezingen meer te passen in een geschiedschrijving die louter aandacht wil geven aan de vrouw in het verleden. Zo werden toentijdse ideeën over “De Vrouw” eerder bevestigd in plaats van verklaard/gedeconstrueerd. Ook bij de titel ‘De Vrouw’ werd niet stilgestaan, zodat ‘dé Vrouw’ impliciet als vaststaande, universele, onveranderlijke categorie naar voor kwam, gekaderd binnen Nederland (en kolonies) als centrum van het universum. In dat opzicht was de prachtige affiche met drie tijdsbeelden van schaatsende vrouwen in 1813, 1913 en 2013 eigenlijk al veelzeggend.

De turn naar gender gemist?

Doordat de theoretisch-methodologische discussies over de rol van gender in tijd en ruimte van bij de aanvang werden vermeden (en ook niet in het slotdebat werden aangehaald) leek het alsof Nederland de fundamentele turns in het historisch onderzoek naar feminisme en genderverhoudingen, transnationale/globale benaderingen, intersectionaliteit/kruispuntdenken en de complexe relatie met andere categorieën zoals klasse, ras, etniciteit, religie, mannelijkheid, seksualiteit, lichamelijkheid, … gemist heeft. Wat uiteraard niet het geval is als we de historiografie van de afgelopen decennia in overweging nemen.

Dat bleek ook uit afzonderlijke bijdragen aan het congres. Marjet Derks (RU Nijmegen) behandelde in de openingslezing ‘Het glas-in-lood-plafond’ de relatie vrouwen-religie en wees op de obstakels waarmee vrouwen te kampen hadden bij het zichtbaar maken van hun religiositeit in de publieke sfeer. Ze pleitte ervoor het feministische denkkader van ‘formele rechten’ los te laten en te vertrekken van de denkkaders van de vrouwelijke subjecten zélf, hun doelstellingen en motivatie. Ook Berteke Waaldijk (Universiteit Utrecht) wil af van het lineaire ‘meer en beter’-vooruitgangsnarratief van de vrouwenemancipatie geconcentreerd op burgerschapsidealen en rechten. Ze vestigde de aandacht op het belang van professionaliteit/deskundigheid om de continuïteit tussen de eerste en de tweede feministische golf te zien en de vervlechtingen tussen publiek en privaat, verstand en gevoel in het veld van het sociaal werk te benaderen.

De bediendenkamer in Het Indisch Huis, met een Javaanse huishoudster met kindDe bediendenkamer in Het Indisch Huis, met een Javaanse huishoudster met kind

Elise van Nederveen Meerkerk (Wageningen UR) van haar kant maakte gebruik van de New Imperial History en onderzocht de mogelijke invloed van de kolonie op het moederland – en niet andersom, zoals doorgaans gebeurt – met de focus op vrouwenarbeid en de vermannelijking van de textielarbeid.  Zo kon de uitzonderlijk lage arbeidsparticipatie van vrouwen in Nederland in verband worden gebracht met het ‘batig slot’ uit de kolonies dat na 1850 naar de Nederlandse schatkist vloeide. Kitty de Leeuw (Tilburg) had in haar lezing aandacht voor de verschillen in kledij tussen mannen en vrouwen, tussen vrouwen onderling (lagere vs. hogere klassen), de relatie tussen religie en mode, en de (sociaal-culturele) betekenis van deze verschillen. Ze stelde dat de kledij van mannen aan het begin van de 19de eeuw sterk vereenvoudigd is en zo de nadruk meer bij de persoonlijkheid (innerlijkheid) van de drager kwam te liggen. Bij vrouwen bleef het uiterlijke wel nog lang belangrijk. Zij ‘moesten’ modieus blijven. Op deze manier werd hen het persoon/individu-zijn ontzegd. Bij wijze van afsluiter maakte zij een mooie link naar 2013, en sprak van een overgang van de persoonlijkheidscultus naar een huidige modedwang, waarbij de massaconfectie net haaks staat op het negentiende-eeuwse ideaal van persoonlijke mode. De kunstwetenschappers die ons genderseminarie volgen, waren dan weer geïnspireerd door de bijdrage van Jan Hein Furnée (UvA) over ‘vrouwen en winkelen’ en de aandacht voor iconografisch materiaal in zijn presentatie.

We hebben niet allemaal alle sessies kunnen bijwonen, maar de plenaire lezing van Jolande Withuis (NIOD) – als voorsmaakje van haar biografie over koningin Juliana – viel bij iedereen erg in de smaak. Vooral omdat zij het genderaspect wél duidelijk incorporeerde en het zorgvuldig geregisseerde mainstream-beeld ‘Haar plaats was naast haar kinderen’ over de kroonprinses tijdens WOII op een pittige manier en met goed gekozen citaten ontkrachtte.

Gita Deneckere, Universiteit Gent met medewerking van Manon Dekien, Lien De Vriendt, Ruxanda Domocos, Maud Gyssels, Sara Joris, Lith Lefranc, Laura Nys, Wieske Snauwaert, Janne Vaes, Karen Vanbrabant, Tine Verhaeghe (masterstudenten geschiedenis en kunstwetenschappen UGent)

Lees verder:

Verslag & foto’s van het Congres De Vrouw

De tentoonstelling ‘De Vrouw 1813-1913’ is nog te zien in de expositieruimte van de Koninklijke Bibliotheek tot en met 2 februari 2014.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.