Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 31-03-2015
Door Helmer Helmers

3000 vakidioten op een kluitje

De jaarlijkse bijeenkomst van de Renaissance Society of America (‘de RSA’ voor intimi) is een van de grootste congressen in ons vakgebied. Vele honderden vroegmodernisten – historici, kunsthistorici, en letterkundigen – uit tientallen landen verzamelen zich ieder jaar in grote congrescentra om vakgenoten te ontmoeten en hun onderzoek te presenteren.

Behebt met een lichte agorafobie had ik de RSA tot nu toe gemeden. Maar dit jaar, van 26 tot 28 maart, streek de Society neer in Berlijn. Lekker dichtbij, en dus had ik voor het eerst maar eens besloten er zelf heen te gaan. Om een lezing te geven over mijn pas verschenen boek, dat ik dan gelijk aan een Engelse hoogleraar cadeau zou kunnen doen als dank voor bewezen diensten. Maar ook voor veldonderzoek: want levert dat nou ook nog wat op, zo’n circus van en voor intellectuelen?

Winnaars en verliezers?

In ieder geval niet voor iedereen. De openingsreceptie, die plaatsvond in het Bode Museum, werd zo uitbundig bezocht dat de veiligheidsbeambten besloten om mensen nog maar druppelsgewijs binnen te laten. Al snel vormde zich buiten een rij van zeker honderd meter. Een surrealistisch tafereel tekende zich in het licht van de Berlijnse straatlantaarns af: het leek wel of er een popconcert plaatsvond, maar de attractie bestond louter uit mede-renaissancisten en sparkling wine.

Niet alleen de wijn werd ongelijk verdeeld, dat gold ook voor de toehoorders. Met meer dan dertig parallelsessies in verschillende gebouwen is de RSA een uitgesproken onoverzichtelijk congres. Het programmaboekje heeft de dikte van een telefoongids, wat betekent dat er regelmatig hoofdpijnkeuzes moet worden gemaakt. Niet tegenstaande het verwoede ronselen op Twitter en in de gangen, en aantrekkelijke titels als “The rise and fall of the codpiece”, vallen die keuzes vaak toch uit ten gunste van mensen die je toch al kent, of van beroemdheden uit de angelsaksische wereld als Nathalie Zemon Davis, Anthony Grafton, of Lisa Jardine.

Terwijl de zalen met beroemde sprekers uitpuilden, bleven andere vrijwel leeg. De sterke sessie over Nederlands renaissancedrama, met Bettina Noak, Marrigje Paijmans en Freya Sierhuis als sprekers, werd ten onrechte slechts door een handjevol mensen werd bezocht. Voor de meeste aanwezigen was het wellicht makkelijker geweest om in Amsterdam af te spreken.

De sessie waarin ikzelf sprak, “Acts of Statecraft and Aesthetic Experience”, was op de tweede dag om half negen ‘s ochtends gepland. Het moment om de roes van de vorige avond uit te slapen, leek me, dus ik vreesde met grote vrezen voor een lege zaal. Misschien hielp het dat mijn medesprekers Ivy-league hoogleraren waren, misschien dat onze sessietitel met een “a” begon en dus bovenaan de lijst stond, maar met rond de 15 bezoekers mochten we niet ontevreden zijn.

Hobnobben

Al die mensen, al die papers, al die intellectuele en financiële investeringen, en zo’n beperkt bereik: je kunt er makkelijk mismoedig van worden. Zeker als het er soms de schijn van heeft dat ze louter dienen om de status van de angelsaksische academische celebrities en hun centra te bevestigen en te versterken. Maar uiteindelijk maakt de grootte van je publiek natuurlijk niet alles uit: de grootste waarde van de RSA is de mogelijkheid om mensen te ontmoeten waarmee je samen kunt werken, plannen kunt maken, en te ‘hobnobben’, zoals een collega het netwerken steevast noemt. 

Drie hele dagen kon ik luisteren naar, maar vooral ook praten met, mensen die werken op onderwerpen waar ik me dagelijks mee bezighoud: politiek en de bijbel, diplomaten en propaganda, nieuws en literatuur en dat alles vaak op inspirerend hoog niveau. Een van de hoogtepunten was de sessie van Alexandra Walsham, Anne-Laure van Bruaene en Judith Pollmann over vroegmoderne kronieken: in drie ijzersterke, en goed op elkaar afgestemde papers werden verschillende aspecten van de vaak veronachtzaamde handschriften belicht. Voor onderzoekers van het vroegmoderne nieuws was Pollmanns these dat de inhoud van de kronieken nauw verband hield met de beschikbare lokale nieuwsmedia intrigerend.

Zo kwam ik toch nog geïnspireerd en zwaarbeladen met referenties, e-mailadressen en nieuwe boeken thuis. Ook met mijn eigen boek trouwens, want die Engelse hoogleraar, die ben ik nooit tegengekomen.

 

De RSA nalezen? Download de app, kijk eens naar de Twitterstream #RSA15, of lees deze en deze storification van een aantal sessies door Liesbeth Coorens (@onslies).

‘Hoe is het met je boek?’
Door Anne-Marie Mreijen
Het eerste Geschiedenisfestival – een impressie
Door Henk Looijesteijn
De Som der Delen
Door Oscar Gelderblom

Helmer Helmers is universitair docent Historische Nederlandse Letterkunde en NWO Veni-onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn onderzoek richt zich op vroegmoderne nieuwscultuur, publieke diplomatie, en internationale literaire uitwisseling. Ook leidt hij het onderzoeksproject Maritime Archaeology Meets Cultural History, over de spectaculaire vondsten op het wrak BZN17 bij Texel. Zijn boek The Royalist Republic verscheen in 2015 bij Cambridge University Press.
Alle artikelen van Helmer Helmers
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.