Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 14-12-2020

75 jaar VN: De hemel is uitgebleven, de hel gelukkig ook

Meer ambities dan resultaten

De Verenigde Naties werden in 1945 opgericht met als doel het handhaven van de internationale vrede en veiligheid en het bevorderen van sociale en economische vooruitgang, inclusief die van de mensenrechten. Het kost weinig moeite voorbeelden aan te halen die laten zien dat de jubilerende volkerenrechtenorganisatie die ambities de afgelopen 75 jaar vaker niet dan wel heeft weten waar te maken. Bloedige conflicten en grootschalige schendingen van mensenrechten blijven de krantenpagina’s rood kleuren, terwijl de in 2000 met veel bombarie gepresenteerde VN Millennium Development Goals na twee decennia nog maar zeer beperkte resultaten hebben opgeleverd. Veel reden tot feest is er na 75 jaar VN dus niet. Toch is er meer bereikt dan op het eerste gezicht lijkt. Dat wordt echter alleen maar duidelijk als we, net zoals Forsythe en Weiss dat doen in hun onvolprezen boek The United Nations and Changing World Politics, de Verenigde Naties niet langer als één geheel bezien, maar juist als een optelsom van drie verschillende VN’s.

De eerste VN

De eerste en belangrijkste VN is die van de 193 lidstaten. De VN is een intergouvernementele organisatie waarin de lidstaten het laatste woord hebben. Dat geldt met name voor de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad, die – met een verwijzing naar George Orwells Animal Farm – net iets meer gelijk zijn dan de andere 188. Dat laatste is misschien niet eerlijk, maar ten minste drie van de vijf zogenaamde ‘veto-powers’ – de VS, Rusland en China – behoren nu eenmaal tot de meest invloedrijke staten ter wereld. Zonder die drie is internationale vrede en veiligheid niet mogelijk. En daarom kun je ze maar beter binnenboord hebben dan er buiten.

Een nadeel is wel dat grote staten, sterker dan kleine, geneigd zijn hun eigenbelangen boven het algemene belang te plaatsen, gewoonweg omdat ze zich dat vanwege hun machtspositie kunnen permitteren. Als gevolg daarvan heeft de eerste VN het in de afgelopen 75 jaar vaker laten afweten dan wenselijk. Maar zo lang veel lidstaten, met de Amerikanen, Russen en Chinezen voorop, uit eigenbelang hun nationale soevereiniteit blijven benadrukken, rest de eerste VN geen andere keuze dan zich op de golven van het bestaande anarchistische statensysteem te laten meevoeren. Dat diezelfde golven de VN nog altijd niet hebben verzwolgen, is eigenlijk al een prestatie op zich. De voorganger van de VN, de na de Eerste Wereldoorlog opgerichte Volkerenbond, is dat tenslotte niet gelukt. Die moest al na twee decennia de handdoek in de ring werpen toen de inmiddels opgestapte leden Duitsland, Japan en Italië zich opmaakten om een tweede wereldbrand te ontketenen.

De tweede en de derde VN

Anders dan de Volkenbond durven grote landen de eerste VN niet de rug toe te keren. Dat is niet in de laatste plaats te danken aan de tweede VN – de Secretaris-Generaal van de VN en diens ambtelijke apparaat – en de derde VN – het krachtenveld van non-gouvernementele organisaties (NGO’s), onafhankelijke experts en academici dat de besluitvorming van de VN van buitenaf probeert te beïnvloeden. Die tweede en derde VN zijn er in transnationale gelegenheidscoalities met groepjes staten uit de eerste VN haast onzichtbaar in geslaagd om het internationale politieke systeem langzaam maar zeker beheersbaarder te maken. Dat doen ze door keer op keer nieuwe regels te ontwikkelen die valsspelen door individuele staten moeten ontmoedigen. Voorbeelden van dit soort spelregels zijn het VN verdrag tegen marteling uit 1984 of meer recentelijk de in 2005 door de VN aanvaarde Responsibility to Protect-doctrine (R2P), die de internationale statengemeenschap verplicht om desnoods met militair geweld in te grijpen in landen waar mensenrechten op grootschalige wijze worden geschonden.

De anti-martelconventie en R2P hebben niet kunnen voorkomen dat op vele plekken in de wereld martelen nog altijd aan de orde van de dag is en burgeroorlogen als in Jemen en Syrië bij gebrek aan tijdig en effectief ingrijpen volledig kunnen ontsporen. Maar waar staten amoreel handelen vroeger niet hoefden te verantwoorden, moeten ze nu steeds vaker voor het oog van de wereld uitleggen waarom ze zich aan regels onttrekken die door anderen inmiddels als onderdeel van het internationale politieke spel worden beschouwd. Natuurlijk, daar kunnen ze aan ontkomen door desnoods uit de VN te stappen. Maar daarmee verliezen ze de mogelijkheid om ontwikkelingen nog enigszins in de door hen gewenste richting te sturen. En dus blijven ze lid en gaan ze de discussie aan, tot het besef doorbreekt dat meegaan met een nieuwe maar steeds breder gesteunde norm minder vermoeiend en kostbaar is dan zich er tegen te blijven verzetten.

Dit fenomeen is door de Amerikaanse International Relations expert Kathryn Sikkink beschreven als ‘normcascade’. De wereld wordt er niet onmiddellijk beter van, maar op de lange termijn uiteindelijk wel. Op dezelfde manier is aan het einde van de negentiende eeuw de Atlantische slavenhandel en de slavernij in de Europese koloniën afgeschaft, nadat de Britten dit onderwerp bijna een eeuw eerder voor de eerste maal op de internationale agenda hadden geplaatst.

De VN doen dus meer dan op het eerste gezicht lijkt. Wie daar oog voor heeft, is misschien toch nog geneigd de jarige volkerenrechtenrechtenorganisatie voorzichtig te feliciteren. VN Secretaris-Generaal Dag Hammarskjöld merkte in 1954 al op ‘that the United Nations was not created in order to bring us to heaven, but in order to save us from hell’. In de eerste doelstelling is de VN inderdaad nooit geslaagd, maar in het verwezenlijken van de laatste, dankzij de bijzondere wisselwerking tussen de drie verschillende VN’s, inmiddels steeds beter.

Peter Malcontent is werkzaam bij de afdeling Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit Utrecht. Hij is specialist op het terrein van de geschiedenis van de mensenrechten en het Nederlandse buitenlandse beleid op dat gebied. Hij publiceerde inmiddels vele boeken en artikelen, waaronder recente studies als: Facing the Past. Amending Historical Injustices through Instruments of Transitional Justice (Intersentia, 2016) en Een open zenuw. Nederland, Israël & Palestina (Boom, 2018).

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.