Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 24-10-2017

Analoge historici in een digitaal tijdperk? Naar een beter gebruik van digitale mogelijkheden in de geschiedbeoefening

Huygens ING lanceerde op 13 oktober het volledig online beschikbare en doorzoekbare archief van het Tijdschrift voor Geschiedenis van 1886 tot 2008.[1] Tijdens de lancering, bij Amsterdam University Press, hield een aantal sprekers het gedigitaliseerde TvG op verschillende manieren tegen het licht.  De twee UU-studenten die in het kader van hun stage alle TvG-inhoudsopgaven sinds 1946 hadden overgetypt (digitaliseren is hard werken), trapten af met een vergelijking van die inhoud met de canon van het geschiedenisonderwijs. Ondergetekenden presenteerden de weerslag van een eerste kwantitatieve verkenning van het corpus sinds 1886, waarna journalist en taalhistoricus Ewoud Sanders demonstreerde hoe hij allerlei interessante tekstbronnen kon opdiepen en doorzoeken, maar dan eigenlijk met andere middelen dan de zoekportal van Huygens ING. Nader beschouwd vormden deze sprekers drie typen gebruikers van online bronnen en tools binnen de geschiedwetenschap, en daarmee wellicht een treffende dwarsdoorsnede van de digitale (on)geletterdheid in een wetenschappelijke omgeving die steeds digitaler wordt.

De studenten waren opmerkelijk genoeg het meest ‘analoog’. Zij gebruikten de gedigitaliseerde TvG weliswaar als bron, maar hadden de inhoudsopgaven handmatig gecategoriseerd en geturfd, zonder daarvoor een tekstanalyse tool te gebruiken. Dat illustreert wellicht het feit dat het omgaan met digitale tools vooralsnog onvoldoende is verankerd in de curricula van de geesteswetenschappelijke opleidingen. Weliswaar is een aantal universiteiten intussen gestart met vakken, minoren (VU en UvA, UU, Leiden) of een master (RUG) in digital humanities. Maar lost het probleem van de digitale ongeletterdheid zich dan vanzelf op?

Een blik op het tweede gebruikerstype – digitaal geïnteresseerde, ‘analoog’ geschoolde historici, zoals wijzelf – laat zien dat er meer nodig is. Slechts een handjevol mensen in ons vakgebied heeft ervaring met het gebruiken en/of ontwikkelen van tools, meestal in het kader van NWO-en CLARIN/CLARIAH-projecten. Veel collega’s werken daarentegen niet of nauwelijks met digitale bronnen, laat staan met tools om deze systematisch en automatisch te analyseren (afgezien van Delpher – niemand kan meer zonder!). Dit beeld correspondeert met de resultaten  van een enquête van de American Historical Association onder academisch historici die deze maand werden gepubliceerd. Het gebruik van digitale methoden neemt weliswaar wat toe, maar er is naast welwillendheid ook veel gebrek aan expertise. Indruk kunnen maken op je collega’s met enkel een woordfrequentielijst is een zeer twijfelachtig genoegen. Dat zegt vooral iets over de beperkte verspreiding van kennis over digitale onderzoekstechnieken in ons vakgebied.

En die verspreiding is nodig, zo blijkt wanneer we kijken naar gebruikerstype drie. Dat is de zelfredzame pionier, die toch wel vindt wat ie nodig heeft, ongeacht wat er uit al die projecten van onder meer NWO komt. Die met commerciële tools als Evernote eigen databases maakt, en die daar prima mee vooruit kan. En dat is prachtig, helemaal wanneer zo’n handige pionier af en toe zijn inzichten wil delen, zoals Sanders op 13 oktober deed. Maar door daarnaast van ‘al’ die ‘overbodige’ en ‘onbegrijpelijke’ tools uit ‘al die onderzoeksprojecten’ enigszins een karikatuur te maken, ging hij in belangrijke mate voorbij aan twee essentiële dingen. Ten eerste kunnen complexe, wetenschappelijke onderzoeksvragen niet altijd met gewone zoekmachines worden beantwoord. Zoeken op een of meer trefwoorden in Delpher of in een andere database kan heel bijzondere bronnen opleveren, of interessante informatie over het verleden. Iets heel anders is het, zoals historici veelal doen, wanneer je krantenartikelen of andere tekstbronnen wilt gebruiken als middel om historische verschijnselen te kunnen onderzoeken. Dan volstaan eenvoudige zoektermen of zgn.  Boolean searches – niet altijd. Ten tweede schuilt er een zeker risico in het wegwuiven van het belang van publieke investeringen in deze tak van wetenschap. Het is niet enkel een verkeerd signaal naar de financiers, maar ook zou dat betekenen dat wat een historicus met zijn of haar data kan doen op den duur enkel afhankelijk wordt van grote softwarebedrijven.

Sanders heeft zonder meer een punt wanneer hij zegt dat de huidige tools vaak maar op een klein aantal corpora zijn getest, en meestal niet erg gebruiksvriendelijk zijn. Door de ontwikkeling van steeds nieuwe tools, waarvan de bruikbaarheid te vaak niet als duurzaam kan worden aangemerkt, is het bepaald niet eenvoudig daar een goed overzicht van te krijgen, laat staan ze daadwerkelijk toe te passen in eigen onderzoek en onderwijs. Hij is ook zeker niet de enige met deze kritiek. Deze maand nog verscheen een zeer kritisch opiniestuk in de Chronicle of HIgher Education met de strekking dat er ondanks jarenlange investeringen nauwelijks iets zou zijn bereikt.

Maar de oplossing is dan niet om die wetenschappelijke tools als oud vuil aan de kant te zetten. Wat we wel moeten doen, is investeren in de toepasbaarheid, gebruiksvriendelijkheid en disseminatie van de wetenschappelijke tools die er al zijn en nog gaan komen. Daarnaast dienen we gebruikersmassa te creëren door digitale onderzoeksmethoden te verankeren in onze opleidingen, en evenzeer in onze eigen onderzoekspraktijk.

Natuurlijk moet niet opeens elke historicus (m/v) aan de tools; het gaat erom dat we als historici in staat én bereid zijn om, indien onze onderzoeksvragen dat vereisen, te rade te gaan bij digitale bronnen en onderzoeksmethoden, naast alle andere die we in ons repertoire hebben. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar is het anno 2017 nog niet.

 

Susan Hogervorst & Kees Ribbens

 

[1] De edities vanaf 2009 werden al online aangeboden door Amsterdam University Press, met open access na drie jaar, de jaargangen tussen 1886 en 1940 waren beschikbaar bij Huygens ING maar hebben nog weinig aandacht getrokken.

 



Alle artikelen van Susan Hogervorst & Kees Ribbens
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.