Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 18-06-2013

Bessensap over betonnen pap – Verslag en interview

Op 10 juni vond Bessensap plaats, het jaarlijks terugkerende NWO-evenement waar de onderzoekswereld en de wereld van de media samenkomen. Henk Looijesteijn, als onderzoeker verbonden aan het Internationaal Instituut voor Sociale Gescheidenis, doet verslag van zijn ervaringen op deze dag. Eindredacteur van NOS nieuws Bas de Vries was ook aanwezig en vertelt over het nut van dergelijke initiatieven voor onderzoekers en journalisten.

Bessensap over betonnen pap

Bessensap 2013, Museon te Den Haag, 10 juni, rond één uur in de middag. Wetenschapsjournalist Govert Schilling legt ons uit hoe we door het gebruik van een fraaie metafoor ons onderzoek voor het grote publiek aanschouwelijk kunnen maken. Voorwaarde is wel dat de metafoor onmiddellijk begrepen  wordt. Hij zegt het niet met zoveel woorden, maar men kan aan de hand van zijn vuistregel vaststellen dat NWO met de keuze voor de benaming ‘Bessensap’ voor haar jaarlijkse ‘wetenschap-ontmoet-media’ dag niet voor de gemakkelijkste weg heeft gekozen. Als ik her en der navraag doe tijdens de lunch, blijkt dat niemand precies weet waarom dit evenement Bessensap heet. Het programmaboekje noch de NWO-site geven uitleg. Gelukkig is er Google. Bessensap ontleent zijn naam aan een gedicht van kinderboekenschrijver Daan Zonderland (1909-1977):

‘Er was eens een professor
Die at betonnen pap.
Dat deed hij niet uit honger,
Maar voor de wetenschap.

Zijn vrouw stond luid te huilen
En riep bij iedre hap:
‘Ach, Hendrik, neem tenminste
Een beetje bessensap.’

(De blikken fluit, Utrecht 1948, p.17)

Bessensap dus, om droge wetenschappelijke kost op smaak te brengen voor het grote publiek. En een belangrijk evenement voor NWO, al blijkt dat niet direct uit de naam. De dag wordt geopend met een voordracht van een vooraanstaand buitenlands wetenschapper en beëindigd met de uitreiking van de Spinozapremie, een on-Nederlands gulle prijs van ongeveer twee miljoen euro ter aanmoediging van baanbrekend onderzoek. Dit jaar zijn er drie gelukkige geleerden die met een grote zak extra geld onderzoek naar eigen keuze mogen gaan doen.

Onderzoekers op zoek naar media-aandacht

Tussen deze hoogtepunten van de dag zijn er korte workshops waarin onderzoekers nuttige tips krijgen aangereikt om hun onderzoek succesvol onder de aandacht te brengen van de in groten getale aanwezige journalisten. In korte sessies van vijf en tien minuten kunnen de aanwezige onderzoekers hun onderzoek presenteren aan belangstellenden. Die onderzoekers hadden zich vooraf  met een voorstel voor een sessie moeten opgeven. Een jury van NWO-ers en journalisten selecteerde 35 uit ongeveer 95 voorstellen.

Historici aan zet

Onder de uitverkorenen zijn twee historici – Arjen Dijkstra met een aansprekend filmpje over wiskunde in de Gouden Eeuw, en ondergetekende met een wat traditioneler praatje over liefdadigheid in de Gouden Eeuw. Ondanks de concurrentie  is de opkomst in beide gevallen fors. Geschiedenis doet het snel goed bij journalisten. Maar een historicus moet wel de magische woorden ‘Gouden Eeuw’ in de mond nemen: uit de lijst van niet-geselecteerde voorstellen die in het programmaboekje is opgenomen, blijkt dat historici met meer recente onderwerpen buiten de boot zijn gevallen. Mij verbaast dat niet – ook op conferenties in het buitenland trekt een onderwerp over de Nederlandse Gouden Eeuw vaak veel publiek. Het schroomvallige en spontane ‘pitchen’ van mijn proefschriftheld Pieter Plockhoy tijdens de sessie Éenkijkje in de keuken’ blijkt een snel succes – het voltallige journalistenpanel wil na afloop mijn kaartje. Maar ik moet dan wel eerst mijn boek uitbrengen, want ook de kop ‘geestelijk vader van het socialisme was een Nederlander uit de Gouden Eeuw’ vereist een concrete aanleiding.

Wie is in trek?

Journalisten houden dus van een goed verhaal met een herkenbare hoofdpersoon. De bètawetenschappers – vaak met afgunst bekeken door hun alfa-collega’s – hebben wat meer moeite de betonpap onder de journalistieke aandacht te brengen. Hoe belangrijk ook, dat een bloedvat meer is dan alleen een transportvat blijkt moeilijker te verkopen. Al spelen de verkooptalenten van de wetenschapper ook een grote rol. De aanwezige journalisten gaan voor het grote, afgeronde verhaal: deelonderzoeken zijn minder in trek. Ook complexe historische ontwikkelingen zonder direct duidelijk verband met het heden doen het niet goed. De vragen na mijn presentatie over liefdadigheid gaan vooral over liefdadigheid nu, niet zozeer over de praktijk in de oude Republiek.

Conclusie

Hebben historici Bessensap wel nodig? De banden tussen historici en journalisten zijn van oudsher relatief hecht: verhalen schrijven over mensen en hun daden doen de beroepsgroepen nu eenmaal allebei. Plockhoy komt er wel, een biografische kapstok voor een historisch verhaal doet het goed. Maar liefdadigheid in de Gouden Eeuw heeft wel iets meer verpakking nodig. En ook andere, minder ‘sexy’ historische onderwerpen zullen meer lobbywerk vereisen. Men wordt natuurlijk niet in één dag mediageniek, maar meer academische historici zouden volgend jaar de gang naar het Museon moeten maken. Al is het maar omdat het verleden meer fascinerende onderwerpen omvat dan Neêrlands glorietijd. En omdat het uitstekende onderzoek dat in ons land wordt verricht een groot publiek verdient.

Henk Looijesteijn (Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis)  

 

Interview met Bas de Vries, eindredacteur NOS internet en tijdens Bessensap lid van het journalistenpanel dat in de sessie ‘Kijkje in de keuken’ onderzoekers te woord stond die hun onderzoek wilden pitchen – en deze pogingen ook van het nodige commentaar voorzag.

Is een evenement als Bessensap dat wetenschappers en pers samenbrengt een goede formule?

Voor onderzoekers die met hun onderzoek het brede publiek willen bereiken, is het van groot belang dat zij weten hoe ze hun waar aan de media moeten verkopen. Dat begint met een goede voorbereiding, nog voordat je de telefoon pakt. Ik werk bij een nieuwsredactie; als je mij aan de lijn krijgt kun je als onderzoeker verwachten dat ik naar de nieuwswaarde van je onderzoek ga vraag. Is die er eigenlijk niet, maar verdient jouw onderzoek het wel uit jouw studeerkamer te komen, benader dan mijn collega panellid Irene de Bel van de New Scientist. Naarmate de sessie waarin ik panellid was vorderde, zag ik een aanmerkelijke vooruitgang in de manier waarop pitchende onderzoekers te werk gingen om ons, mediamensen, voor zich te winnen. De eerste onderzoekers waren nauwelijks geïnteresseerd met wie zij van doen hadden en staken na een kort hallo van wal met langdradige verhalen over alle mogelijke details van hun onderzoek. Later zochten deelnemers gerichter naar een geschikt panellid en vatten zij hun onderzoek in de eerste minuten van het gesprek kort en krachtig samen. Dit kan toeval zijn, maar ik denk dat ‘al doende leert men’ wel opging. Gelukkig was de opkomst voor deze sessie hoog.

Is deze dag niet ook bedoeld om journalisten te leren met onderzoekers om te gaan?

De tijden waarin het journalisten gegund was om zelf in de onderzoekswereld achter nieuws aan te gaan zijn lang vervlogen. De journalistieke wereld staat onder druk. Mijn redactie leunt zwaar op nieuws dat naar ons toekomt, er is weinig capaciteit om zelf nieuws te vergaren. Dit gaat in Nederland voor veel nieuwsredacties op,  zo niet alle. Een gevolg is dat journalisten over het algemeen niet veel in aanraking komen met onderzoekers. Veelal krijgen we een persbericht opgestuurd van de persvoorlichters die bij de universiteiten en instituten werkzaam zijn. Telefoontjes zoals in ‘Kijkje in de keuken’ krijgen we niet vaak. Maar een dag als deze kan de directe benadering van onderzoekers wel stimuleren, zodat aanwezige journalisten inderdaad goed zouden moeten opletten. Hopelijk kunnen ze in het vervolg nieuwswaardig onderzoek filteren uit een gesprek vol jargon en op het eerste gehoor onbegrijpelijke zinnen.

Nieuwswaarde heeft historisch onderzoek niet snel. Kun je historici die het mediapad willen betreden een advies geven?

Historisch onderzoek heeft een link met de actualiteit nodig om in het nieuws te komen. Henk Looijestein voelde dit goed aan door zijn 17de eeuwse onderzoek relevantie in het heden te geven. Een eeuwen geleden overleden persoon verbond hij met een hedendaagse politieke stroming. Actualiteit was dus aanwezig, en ook een pakkende krantenkop; deze droeg zeker positief bij aan Looijesteins verkooppraatje. Maar voor we tot publicatie overgaan moet de bedenker de krantenkop hard kunnen maken; hij zal eerst zijn proefschrift moeten publiceren en ons hiervan tijdig op de hoogte stellen.

Susan Leclercq (Historici.nl)

Interview met Heineken Young Scientist Award-winnaar Karwan Fatah-Black
Door Redactie Historici.nl
Historicidagen 2017 – Rijkdom aan ideeën
Door Redactie Historici.nl
What’s Up With Flex
Door Bram van den Hout
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.