Heiligen en boeken: een gouden duo

Onlangs verscheen deel 1 van de editie van de Middelnederlandse vertaling van de Latijnse Legenda aurea door de kartuizer monnik Petrus Naghel (in 2011 was deel 2 gepubliceerd). De Legenda aurea, ‘gouden legende’ in het Nederlands, is een beroemde collectie heiligenlevens van de prediker Jacobus de Voragine uit de dertiende eeuw. Nu de nieuwe editie tot onze beschikking staat, is het tijd om weer eens te kijken naar die rijke bronnen die heiligenlevens zijn, maar dan wel met een vernieuwde blik. Wat willen wij tegenwoordig over heiligenlevens weten?


In de jaren 1990 en 2000 werd in Nederland veel onderzoek verricht naar heiligenverering en de ‘gouden legende’, wat resulteerde in onder andere Gouden Legenden (1997) en De Weg naar de Hemel (2000).


Wie zich in de Middelnederlandse vertalingen - want er zijn er meer - van de Legenda aurea verdiept, raakt verstrikt in een web van verschillende versies, handschriften en drukken en is met het ontrafelen van de verbanden al gauw een paar jaar zoet. De auteurs van de nieuwe editie hebben gekozen voor de oudste versie van de verschillende Middelnederlandse vertalingen en zochten naar handschriften die deze Zuid-Nederlandse versie van Petrus Naghel het dichtst benaderen.

Veel onderzoekers zijn tegenwoordig echter geïnteresseerd in de hele keten van overgeleverde tekstgetuigen – de materiële objecten – en hun gebruikers, de vereerders van de heiligen. Het uitpluizen van verbanden tussen allerlei verschillende versies met als doel het zoeken naar de oerversie van een tekst wordt niet zo interessant meer gevonden. Elk handschrift is uniek en elk boek met heiligenlevens is op zichzelf een bron voor de rijke middeleeuwse cultuur van heiligenverering. Bovenal: elk afzonderlijk boek kan ons door sporen in de marges in contact brengen met vroegere gebruikers.

Een voorbeeld is een handschrift met Middelnederlandse legenden in de Athenaeumbiblioheek in Deventer (signatuur 101 F 9). Het bevat heiligenlevens uit de ‘oorspronkelijke’ collectie van Jacobus de Voragine, maar ook allerlei toegevoegde heiligen die in het bisdom Utrecht werden vereerd, zoals Willibrord, Bonifatius, Plechelmus en Lebuïnus, voornamelijk predikers dus die de Nederlandse gebieden hebben gekerstend. Wegens gelijkenissen met andere handschriften uit het Deventer Brandeshuis, een gemeenschap van zusters van het gemene leven, wordt vermoed dat het handschrift daar geschreven is. Dat het handschrift in Deventer werd gemaakt en gebruikt, kan echter ook aan de teksten en gebruikerssporen worden geraden. In het leven van Sint Gregorius, de bisschop van Utrecht, staat in de marge toegevoegd:

Dese selve biscop gregorius sende lebuinus marcelmus ende plechelmus int lant van auerysel [Overijssel] om daer den volke te predicken dat ewangely.

De schrijfster verwijst hier naar de Deventer heiligen Lebuïnus en Marchelmus, die in de achtste eeuw net als Plechelmus de IJssel overstaken om de mensen te bekeren en kerken te stichten. Dat dit een toevoeging is en geen correctie van een vergeten passage, kan worden vastgesteld door andere handschriften en gedrukte werken met dezelfde tekst ernaast te leggen. Ik heb de passage vergeleken met de druk uit 1480 van de Middelnederlandse Legenda aurea door de Utrechtse drukker Johan Veldener. Daarin staat deze zin niet.


Handschrift Deventer, Athenaeumbibliotheek, 101 F 9, band en notitie op f. 417v

Het leven van Lebuiïnus zelf is ook opgeluisterd met details die een Deventer herkomst doen vermoeden. De kopiiste meldt dat Lebuïnus is gestorven,

ende sijn lichaem wart mit betemeliker eren begraven in die kerke der deventerscher haven. Daer werket onse here vele mirakele overmids sancte lebuinus bede. Het is te merken dat deventer genoemt is nae enen mogenden man geheiten davo die sancte lebuinus grote vrient was in sinen leven. Sancte lebuinus woende toe deventer in die ossenstrate. Daer had hie een huus. Daer starf hie in ander colde.

De grootse Deventer heilige Lebuïnus stierf dus aan de kou in zijn huis aan de Ossenstraat. Dat hadden we niet kunnen lezen in de nieuwe editie van de ‘gouden legende’, want die bevat de typisch Utrechtse heiligenlevens van de Saksenmissionarissen niet. Een editie brengt ons ook niet in contact met de mensen die de teksten schreven en lazen. Onvermijdelijk keren we telkens terug naar (de marges van) handschriften en oude drukken.


De nieuwe editie:
Amand Berteloot, Geert Claassens & Willem Kuiper (eds.), De gulden legende: de Middelnederlandse vertaling van de Legenda aurea door Petrus Naghel: uitgegeven naar het handschrift Brussel, Koninklijke Bibliotheek, 15140, 2 dln. (Turnhout: Brepols, 2011-2017).

De hierboven afgebeelde boeken:
Anneke Mulder-Bakker en Marijke Carasso-Kok (red.), Gouden Legenden. Heiligenlevens en heiligenverering in de Nederlanden (Hilversum: Uitgeverij Verloren, 1997).
Henk van Os, De Weg naar de Hemel. Reliekverering in de Middeleeuwen (Baarn: De Prom, 2000).

Reactie toevoegen

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.

Gepost op:

maandag 22 mei 2017 - 11:00

Delen