Historici.nl





Gepubliceerd op 28-04-2022

Blogserie Vroegmoderne Publieksdiplomatie – Een ondermijnd ambassadeur

In 1664 werd de Nederlandse diplomaat Hamel Bruynincx naar de Duitse Rijksdag in Regensburg gestuurd. Hier diende hij de ontwikkelingen in het conflict over het strategische gelegen fort Diler Schantz tussen de graaf van Oost-Friesland, de prins-bisschop van Münster en de Republiek in de gaten te houden. Toen in de Republiek een anonieme druk verscheen van een brief van de Staten-Generaal aan de keizer van het Heilige Roomse Rijk werd Bruynincx zijn rol als observator erg bemoeilijkt.

In 1663 had de prins-bisschop van Münster het fort Diler Schantz in Oost-Friesland ingenomen. Deze actie was door de keizer gesanctioneerd omdat de graaf van Oost-Friesland een schuld had bij de prins van Liechtenstein, die hij niet kon terugbetalen. Om de openstaande schuld te innen zou de prins-bisschop vanuit het fort het omliggende gebied belasten, totdat het volledige bedrag bijeen was gebracht. De Republiek verzette zich echter sterk tegen de inname van dit strategisch gelegen fort aan de Eems, vlak bij de grens. Dat een buitenlandse mogendheid zich in de interne zaken van het Duitse Rijk mengde werd in Regensburg niet gewaardeerd. De Republiek bereidde bovendien een expeditie voor, onder leiding van Willem Frederik van Nassau-Dietz, om het fort te ontzetten. Deze expeditie en de diplomatieke spanningen die erop volgden zijn nu bijna vergeten, maar is nog steeds een interessante casus om publieksdiplomatie mee te bestuderen.

Bruynincx schreef aan Johan de Witt dat de gemoederen in Regensburg ‘weynigh geaffectioneerd’ waren. Op 12 mei 1664 besloot hij daarom een poging te doen om het conflict in goede banen te leiden. Hij slaagde erin om met de keurvorst van Mainz in gesprek te gaan en de positie van de Republiek in het conflict met Münster toe te lichten. Bruynincx verzekerde de keurvorst dat het nooit de bedoeling van de Republiek was geweest om zich in de zaken van het Rijk te mengen en dat zij zelfs bereid was een deel van de Liechtensteinse schuld te betalen, als de prins-bisschop ermee akkoord zou gaan zijn troepen na het innen van de schuld weer terug te trekken. Dit had de prins-bisschop echter geweigerd. Dit maakte hem, in de ogen van de Republiek, tot een agressor, die het conflict onnodig deed voortduren. Aangezien ook de keurvorst dit conflict niet wilde laten escaleren besloot hij, op aanmoediging van Bruynincx, de bisschop te schrijven, om aan te geven dat er misschien bemiddeling mogelijk was.

De brief van de Staten-Generaal waarin Bruynincx werd genoemd.

De bemiddeling die de keurvorst en Bruynincx voor ogen hadden werd echter bemoeilijkt door de militaire expeditie van de Republiek. Na een beleg van 11 dagen werd de Diler Schantz namelijk op 1 juni door de Republiek ingenomen. Op 10 juni werd er in de Republiek een brief van Staten-Generaal aan de Duitse keizer gepubliceerd. In deze brief verklaarde de Staten-Generaal dat zij het recht aan hun kant had toen ze Diler Schantz met geweld innamen, aangezien de prins-bisschop van Münster het onmogelijk had gemaakt om nog in goed vertrouwen te onderhandelen. Volgens de Staten-Generaal had de bisschop zijn vertegenwoordiger midden in de onderhandelingen met Oost-Friesland verboden een akkoord te sluiten, had hij deze vertegenwoordiger teruggeroepen en daarna een nieuwe gezant gestuurd. Deze nieuwe gezant was echter bij niemand bekend en beschikte over geen enkel document dat kon bewijzen dat hij voor de prins-bisschop sprak, wat verdere onderhandelingen onmogelijk maakte. In de brief werd de keizer ervan verzekerd dat de Republiek niet uit was op een conflict met het Duitse Rijk, maar ze stelde wel dat de prins-bisschop misbruik maakte van De commissie daermede hare Keyserlycke Majesteyt belieft heeft hem te vereeren’. De brief eindigde met de aanname dat de keizer en de Republiek een vreedzame oplossing voor dit geschil zouden vinden en dat onse agent, Hamel Bruynincxde keizer deze brief in eigen persoon zou aanbieden.

Door deze anoniem gedrukte brief belandde Hamel Bruynincx in exact dezelfde positie waarin de laatste afgezant van de prins-bisschop van Münster zich had bevonden. Door die ene zin was Bruynincx opeens het aanspreekpunt voor de kwestie rond de Diler Schantz in Regensburg geworden, terwijl hij vanuit de Republiek geen enkele vorm van machtiging had gekregen om over de kwestie te onderhandelen. In zijn daaropvolgende brieven aan Johan de Witt gaf Bruynincx dringend aan dat hij instructies nodig had. Bruynincx had niet alleen behoefte aan duidelijke orders, maar nog meer dan dat had hij documenten nodig die konden bevestigen dat hij gemachtigd was voor de Republiek te spreken. Als het mogelijk was, wilde hij benoemd worden tot buitengewoon gezant, omdat een dergelijke status het makkelijker voor hem zou maken om in gesprek te gaan met de bestuurders van het Duitse Rijk.

De brief van de Staten-Generaal waarin Bruynincx werd genoemd.

De casus van Hamel Bruynincx toont aan dat publicaties uit zijn thuisland, of acties die door zijn eigen staat werden genomen, invloed konden uitoefenen op de positie van een diplomaat. In sommige gevallen kon dergelijk drukwerk een diplomaat zelfs dwingen een positie in te nemen in kwesties waarin hij geen zeggenschap had.

Rik Remmerswaal is een masterstudent aan de Universiteit Leiden. Rik schrijft nu een masterscriptie over de imagoverandering die soldaten ondergingen aan het einde van de 16e en aan het begin van de 17e eeuw. Daarnaast loopt hij stage bij het project Public Diplomacy, waar hij de brieven van Hamel Bruynincx tussen 1664 en 1669 transcribeert en onderzoek doet naar publicaties rond de inname van Diler Schantz.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.