Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 03-02-2013

Boekbespreking: Het blank-zijn van Nederlandse correspondenten in Zuid-Afrika

Binnen drie jaar verschenen er twee autobiografisch getinte publicaties van Nederlanders, die proberen hun eigen positie en die van andere ‘blanken’ in 21ste eeuws Zuid-Afrika te doorgronden. In 2009 blikt Bram Vermeulen, buitenlandcorrespondent voor onder andere NRC Handelsblad en het NOS-journaal, terug op zijn ervaringen tijdens zijn zevenjarig verblijf in Zuidelijk Afrika in Help, ik ben blank geworden. Bekentenissen van een Afrika-correspondent. Drie jaar later doet Fred de Vries, freelance journalist en schrijver, die zich tien jaar geleden in Zuid-Afrika vestigde, verslag van zijn persoonlijke queeste naar ‘Een volk op drift’, zoals de ondertitel luidt van zijn boek Afrikaners. (Zijn boek werd tegelijkertijd in het Afrikaans vertaald als Rigtingbedonnerd (de weg kwijt)).Net als bij Vermeulen draait het ook bij De Vries om de vraag naar de betekenis van whiteness en de (on)mogelijkheden van een multiraciale samenleving in post-Apartheid Zuid-Afrika. Voor historici zijn dit belangwekkende publicaties: het gaat om een nieuw genre egodocument, dat toegang biedt tot de eigentijds geschiedenis van een land waar koloniale invloeden uit Europa nog altijd merkbaar aanwezig zijn.

Beide auteurs benaderen deze geschiedenis – de titels zeggen het al – vanuit een ‘blank’ perspectief. Dat vormt zowel de kracht als de zwakte van beide publicaties. Beiden laten zien hoe de constructie van een wezenlijk verschil tussen ‘blank’ en ‘zwart’ nog immer actueel is en tegelijkertijd dragen ze met hun boeken bij aan de constructie van dat verschil. Dat doen ze op zeer uiteenlopende wijze, al is hun uitgangspunt hetzelfde: zowel Vermeulen als De Vries benadrukken dat zij begonnen als ‘kleurenblind’ en hoe zij tijdens hun verblijf in Zuid-Afrika onherroepelijk geconfronteerd werden met hun blank-zijn.

Bram Vermeulen-Help ik ben blank geworden

Vermeulen neemt de moord door Johan Nel, een 18-jarige Zuid-Afrikaanse boerenzoon, op vier willekeurige bewoners van een nabijgelegen township in 2008 als uitgangspunt om zich te verdiepen in zijn eigen positie en die van andere ‘blanken’ in Zuid-Afrika. Zijn vergeefse pogingen om ‘zwarte vrienden’ te maken in combinatie met zijn eigen angst en woede na een roofoverval door zwarte daders, leidden tot een zekere identificatie met Nel die voor zijn moordaanslag twee keer eerder te maken had met zwarte overvallers en met de angstaanjagende berichtgeving over ‘plaasmoorden’ op boeren in Zuid-Afrika. Deze identificatie brengt Vermeulen ertoe om, in het voetspoor van Truman Capote, door te willen dringen tot de wereld van gevoelens en gedachten van de blanke dader – ook al blijft Nel zelf voor hem ontoegankelijk. Hij neemt contact op met psychiaters, verdiept zich in de gevolgen van traumatische ervaringen, hij spreekt met de familie Nel en hun blanke buren, evenals met betrokkenen in de zwarte gemeenschap waartoe de vier slachtoffers van Nels geweld behoorden. Dat levert een mooi verslag op van de poging om de angst, woede en het wantrouwen die met deze traumatische gebeurtenissen gepaard gaan door een lokaal verzoeningsritueel te bezweren en zodoende een vorm van multiraciaal samenleven mogelijk te maken. Met deze microgeschiedenis verkent Vermeulen de even dramatische als verrassende reacties op de veranderende machtsverhoudingen, waarmee de bevolking van Zuid-Afrika zich geconfronteerd ziet.

Fred de Vries- Afrikaners

Evenals Vermeulen memoreert ook De Vries aan het begin van zijn boek hoe hij bij zijn aankomst in Zuid-Afrika meende dat hij ‘eenvoudig zwarte vrienden kon maken’. Toen hij daar niet in slaagde volgde een gevoel van vervreemding (‘wat doe ik hier?’) die plaats maakte voor een ‘gevoel van verbondenheid’ nadat hij in contact kwam met de muziek en de literatuur van ‘alternatieve Afrikaners’ (Koos Kombuis, Rian Malan en anderen). Het leidde ertoe dat hij zich in de Werdegang van dit blanke deel van de Zuid-Afrikaanse bevolking ging verdiepen – en zich ermee ging vereenzelvigen. ‘Ik wilde weten’, zo schrijft De Vries in zijn inleiding, ‘wat er gebeurt met een volk dat aanvankelijk als kleine blanke minderheid een heel land bestuurt en dan in een klap alle politieke macht kwijtraakt aan de voormalige vijand.’ Daaraan verbindt hij de vraag of ‘er nog wel een plek (is) voor een blanke in Zuid-Afrika?’

Uit zijn rondgang langs ruim twintig gesprekspartners die hij als ‘Afrikaner’ definieert – variërend van kunstenaars en musici tot politici en academici met zeer uiteenlopen politieke oriëntaties – blijkt wel hoe problematisch zijn uitgangspunt is. Niet alleen omdat hij de vraag wie er tot die Afrikaners gerekend kunnen worden en wat hen tot ‘een volk’ maakt laat liggen (ook in zijn hoofdstuk getiteld ‘Wat maakt een Afrikaner?’ blijft die vraag onbeantwoord) , maar ook omdat hij de ‘blanken’ in zijn boek vereenzelvigt met Afrikaners. Dat breekt hem op aan het eind van het boek, wanneer hij zijn gesprekspartners antwoord laat geven op zijn vraag ‘is er plek voor een blanke in Zuid-Afrika?’ Die antwoorden lopen sterk uiteen: de boer Daan Pretorius stelt dat ‘Blanken, met name de Afrikaners, een grote rol te spelen (hebben) in Afrika’ en dat het bovendien ‘onze plicht is om op christelijke wijze met ze (de zwarten) te werken en ze te verheffen’, terwijl de schrijfster Christi van de Westhuizen hem confronteert met de cruciale tegenvraag: ‘Wat zijn blanken?’ Om er vervolgens op te wijzen hoe moeilijk het nog altijd is om ‘het concept van blankheid als teken van superioriteit te ontmantelen’. Zij voegt daar aan toe hoe belangrijk het is dat degenen ‘die voorheen als “blank” werden gekenmerkt hun eigen plek vinden binnen een breed scala aan identiteiten’.

Helaas vormde deze uitspraak voor De Vries geen aanknopingspunt tot nadere bezinning op zijn vraag. In tegendeel, als hij vervolgens de balans opmaakt stelt hij ‘blank’ gelijk aan een welhaast mythische ‘Afrikaner’. Zijn conclusie luidt dat ‘[d]e Afrikaners zich aan al die (veranderende) situaties [zullen] aanpassen, zoals ze zich eeuwenlang hebben aangepast. En het gros zal blijven, zelfs als zich de nacht van de grote zwarte wraak voordoet. Niet voor niets is ‘bittereinders’ een gevleugelde Afrikaanse term. Maar onvermijdelijk zal hun politieke invloed nog geringer worden en zal de Afrikaner cultuur ondanks het internet en de Afrikaner festivals verder onder druk komen te staan – simpelweg omdat het Engels oppermachtig is en het percentage Afrikaners onder de bevolking gestaag zal slinken. (…)’

Beide publicaties vormen voor historici een dankbaar studieobject om na te gaan hoe ‘standplaats-gevoelig’ het beeld is dat journalisten, evenals historici, creëren van een land. Ze laten ook zien hoe belangrijk het is om de persoonlijke ervaringen van de auteur te betrekken bij het verhaal dat uiteindelijk wordt gepresenteerd – en hoezeer we keer op keer de vanzelfsprekendheid van ‘identiteiten’ gebaseerd op kleur, etniciteit en de daarmee verbonden koloniale geschiedenis ter discussie moeten stellen.

Barbara Henkes (Rijksuniversiteit Groningen)
Bram Vermeulen, Help, ik ben blank geworden. Bekentenissen van een Afrika-correspondent. (Amsterdam: Prometheus/NRC Handelsblad 2009) en Fred de Vries, Afrikaners. Een volk op drift. (Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar 2012)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.