Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#inclusiviteit
#gender
#slavernij
Gepubliceerd op 20-12-2018

De aantrekkingskracht van de politieke biografie

De Onderzoeksschool Politieke Geschiedenis (OPG) wijdde een hele dag aan de politieke biografie, op 10 december kwamen vijftig politieke historici en biografen bijeen in het Trippenhuis in Amsterdam. Aanleiding was de verschijning van de kloeke biografie van Thorbecke afgelopen voorjaar van de hand van de Amsterdamse hoogleraar Remieg Aerts. De vraag die de OPG met dit symposium probeerde te beantwoorden, was hoe de biografie de afgelopen decennia heeft bijgedragen aan de vernieuwing van het vak politieke geschiedenis. En passant werden ook de verschijningsvorm van de politieke biografie én de biograaf zelf aan een nadere beschouwing onderworpen.

Remieg Aerts aan het woord, © Hans Spijker

Relevantie

Een aantal sprekers liet hun licht schijnen over recent verschenen biografieën en hun meerwaarde voor het vakgebied politieke geschiedenis. Volgens Remieg Aerts vraagt de huidige samenleving om geschiedenis waarmee het publiek zich kan identificeren. De samenleving heeft behoefte aan ‘het persoonlijke’ en biografieën bieden een subjectieve, zo u wilt persoonlijke, toegang tot het verleden. Daarnaast is er sprake van de verandering van het politieke bedrijf. Tot enkele decennia geleden ging de politiek over collectieven. Tegenwoordig gaat politiek meer om individuen waardoor de bindingkracht verschuift en burgers belanghebbenden worden, aldus professor Vaderlandse Geschiedenis Henk te Velde. De opkomst van de biografie past in deze trend. Te Velde, zelf geen biograaf maar wel een ‘gebruiker’ van politieke biografieën zoals hij het noemde, voegde daar aan toe dat een biografisch leven historische periodes verheldert omdat het continuïteit en discontinuïteit laat zien.

Derde geldstroom

Opvallend veel biografieën verschenen de afgelopen twintig jaar als dissertatie. Het merendeel daarvan is bovendien door buitenpromovendi geschreven, veelal in opdracht en gefinancierd door de ‘derde geldstroom’. Te Velde duidde dit als een maatschappelijke wens om buiten de wetenschap historisch bezig te zijn. Deze constatering van Te Velde past bij de opmerking van Aerts dat academische historici decennialang de biografie als een guilty pleasure (AHR 2009) en een unloved stepchild (Caine) hebben beschouwd. Aerts stelde dat de biografie een comeback heeft doorgemaakt en vergeleek die met de manier waarop gendergeschiedenis zich presenteert. In zijn ogen is er een proces gaande van zelfreflectie op de mogelijkheden en de toegevoegde waarde van het genre met vernieuwing als gevolg. Aerts sluit een biographical turn  uit omdat er geen sprake is van een paradigmawisseling. Het concept biografie is zo aantrekkelijk dat het vele toepassingen kent, in allerlei andere onderzoeksvelden. Denk daar bij bijvoorbeeld aan de biografie van de Bijlmer die recent verscheen of de collectieve biografie van vrouwelijke bewindslieden die de politicologe Monique Leijenaar publiceerde.

Muur van de Rembrandtzaal in het Trippenhuis, © Antia Wiersma

Het persoonlijke is politiek

Margit van der Steen, biografe van Hilda Verweij Jonker, constateerde dat het merendeel van de biografieën gaat over zij die in het centrum van de macht staan en dat de querulanten en degenen aan de randen van de macht minder aan bod komen. Zij constateerde dat dit genre bij uitstek geschikt is om informele macht bloot te leggen en inzicht te geven in hoe bijvoorbeeld gender en klasse werken. Zij definieerde bewust ’het persoonlijke’ niet in haar lezing en stelde dat dat ook de vele recent verschenen biografieën er niet op het persoonlijke wordt gereflecteerd. Terwijl het persoonlijke juist een kernelement van iedere biografie is. Haar lezing was dan ook een pleidooi voor het doordenken van het persoonlijke in de biografie met als onderliggende vraag hoe dat persoonlijke in de politiek zich verhoudt tot de privé sfeer.

De biograaf

Tot slot kwam de biograaf aan de orde en kregen de toehoorders die nog werken aan hun boek wijze raad mee. Van der Steen riep biografen op de grenzen tussen de verschillende domeinen te ontstijgen door ze te problematiseren. Zij adviseerde biografen de verworvenheden van gender studies daartoe in te zetten. Aerts stelde dat slechts weinig biografen expliciteren waarom het levensverhaal dat zij schrijven, geschreven moet worden. ‘Veel boeken beginnen gewoon’, aldus Aerts. Met andere woorden, de relevantie van een biografie is vaak impliciet en wordt door de onderzoeker in kwestie zelden geëxpliciteerd of zelfs geproblematiseerd. Te Velde riep tot slot biografen op niet alleen met een micro blik naar hun onderwerp te kijken maar ook zichzelf een meta blik aan te meten. Biografen vragen zich te weinig af of de ‘eigenaardigheden’ van hun protagonisten persoonlijk eigenschappen betreffen of dat deze ook bij tijdgenoten te vinden zijn, aldus Te Velde. Alleen door met een meta blik te kijken, kan een biografie het subjectieve ontstijgen en van meerwaarde zijn voor de politieke geschiedenis.

 

Lees hier een artikel van de Volkskrant over het symposium en de ‘onstuimige groei van de politieke biografie’.

Antia Wiersma
Antia Wiersma is naast directeur van KNHG, ook biograaf van dr. W.H. Posthumus-van der Goot. Momenteel doet zij onderzoek naar het leven en werk van deze feministe, wetenschapper en oprichtster van het IAV.
Alle artikelen van Antia Wiersma
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.