Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 02-04-2015
Door Rene Spork
Rene Spork

De herdenking van vijfenzeventig jaar oorlog en vijfenzeventig jaar wederopbouw in Rotterdam, over mythe en geschiedenis.

De herdenking van het bombardement van 14 mei 1940 is een jaarlijkse traditie, maar hoe oud is die traditie eigenlijk? Historica Susan Hogervorst, schreef samen met collega Patricia van Ulzen het binnenkort te verschijnen boek Rotterdam en het bombardement. 75 jaar herinneren en vergeten. De auteurs gaan op zoek naar de publieke herinnering aan het bombardement, zoals die tot uitdrukking komt in monumenten, publicaties of herdenkingen. Hoe wordt er wat herdacht en waarom? Wat is de betekenis van herdenken?

Wederopbouw eerst

Het bombardement werd kort na de oorlog herdacht, maar daarna lange tijd niet meer. De Rijksoverheid stimuleerde lokale herdenkingen niet en het bombardement kreeg een plek in de nationale herdenkingen op 4 en 5 mei. In Rotterdam wilde men bovendien niet teveel terugkijken en werd op 18 mei ‘wederopbouwdag’ gevierd. Het herstel van de stad was in eerste instantie gericht op herstel van de haven. Met de Duitsers moest weer gewoon zaken worden gedaan. Het bestuur van Rotterdam koos ervoor, daartoe aangezet door ondernemers, om geen ‘decorbouw’ te plegen, geen herbouw die de geschiedenis als het ware zou uitwissen, maar nieuwbouw. Uit het puin moest een nieuwe stad verrijzen en met het eerste puin dat geruimd werd begon de wederopbouw en de wederopbouwmythe. Elke steen die op de andere werd gestapeld getuigde van ‘de levenslust en veerkracht’ (sterker door strijd) van Rotterdam. Rotterdammers zouden trots zijn op hun moderne architectuur.

Hier begint meteen een stukje ‘geschiedvervalsing.’ Een voorstelling van zaken ontstond, waarbij het oude centrum van Rotterdam op 14 mei in een kwartier tijd werd verwoest., waarna de wederopbouw begon. Rotterdam, een oude stad, kreeg een jong hart.

Niet zonder humor en ‘relativeringsvermogen’ dichtte Jules Deelder: ‘Op 14 mei 1940 wordt de stadsvernieuwing in Rotterdam op radicale wijze aangepakt – Dorniers en heinkels boven de stad Pats! Boem! Krak! In ene klap het hele centrum plat – De operatie verloopt geheel volgens plan en leidt tot een opleving in de plaatselijke bouw’ [in: J.A. Deelder, Renaissance, Gedichten ’44-’94, Amsterdam 1994, p. 515]

De ‘opleving in de plaatselijke bouw’ was er inderdaad, maar die was er ruim voor de oorlog ook al. De modernisering van Rotterdam begon veel eerder en gebouwen uit het interbellum zoals de fabriek van Van Nelle, de Beurs, de Kuip, de Bijenkorf van Dudok enzovoort getuigen van die vernieuwingsdrang. Het Stadhuis en het Postkantoor aan de Coolsingel werden na de oorlog gekoesterd als zijnde ‘van voor de oorlog.’ Vergeten waren de protesten tegen de afbraak van de Zandstraatbuurt (uitgaansbuurt, prostitutie) rond 1912 om de bouw van Stadshuis en Postkantoor mogelijk te maken. Breken en bouwen is in Rotterdam gebruikelijk. Waar ter wereld vind je een ‘bouwputtenfestival’ dat jaarlijks vele belangstellenden trekt/trok die trots zijn op de nieuwbouwprojecten: hoor, hier bonkt het nieuwe hart van Rotterdam!

Die wederopbouw gaat groots worden gevierd. De gemeente trekt er ruim 2,5 miljoen euro voor uit. Sommige ‘feestvierders’ zien een rechtstreekse lijn van het eerste puin dat werd geruimd tot en met de realisatie van het nieuwe Centraal Station en de Markthal. Deze bouwwerken getuigen van het elan van Rotterdam en vormen als het ware het sluitstuk van de wederopbouw. Meer in overeenstemming met de werkelijkheid: eind jaren zestig vond een herbezinning plaats op de wederopbouw. Men had het wel gehad met ongenaakbare nieuwbouw en de eeuwige voorrang aan economische ontwikkeling. Aan die ‘onherbergzame binnenstad’ wijdde prof. Dr. R. Wentholt in 1968, in opdracht van het 75-jarige warenhuis V&D, zijn boek, De binnenstadsbeleving en Rotterdam. Filmmaker Jan Schaper kwam eerder, in 1966, met zijn film Rotterdam, stad zonder hart. Er brak een periode aan waarin geen plaats was voor ‘imagebuilding’. Stadsvernieuwing kreeg de hoogste prioriteit; geen grootscheepse sanering, maar renovatie en waar sloop onontkoombaar was verscheen truttige nieuwbouw (klein Volendam aan de Hofdijk).

Geleidelijk kreeg men weer oog voor kwaliteit van bouwen. Rotterdam werd architectuurstad, maar de roep om rekening te houden met de menselijke schaal is gebleven. Het beleid van de gemeente is er nu op gericht om meer inwoners naar de binnenstad te halen. Rotterdam worstelt al heel lang met haar identiteit. Rotterdam moest en blijft zichzelf steeds opnieuw uitvinden. De ambitie om grootstedelijk, metropool te zijn stamt al uit het Interbellum. Is Rotterdam een internationale havenstad met een ruime blik op de wereld, een metropool, ‘kantelend in het tegenlicht’? Internationaal trekt de stad in elk geval wel de aandacht, maar dat maakt Rotterdam nog geen Manhattan aan de Maas.

En dan de oorlog,

of liever gezegd de herdenking ervan. Mocht de wederopbouw eerst alle aandacht trekken, door al die nieuwbouw ontstond ook een geromantiseerde hang naar het verleden. Het bombardement van 14 mei 1940 was de radicale breuk tussen ‘oud’ en ‘nieuw.’ Oud-Rotterdam zoals gefotografeerd door Rotterdammer Henri Berssenbrugge (1873-1959) werd verheerlijkt en gekoesterd. Zijn van tal van publicaties bekende foto’s met spelende kinderen, vrouwen met schorten, straten met kasseien, handkarren, honden enzovoort tonen inderdaad het Rotterdam van voor de oorlog, en wel het Rotterdam van voor de Eerste Wereldoorlog. Bij veel Rotterdammers zitten deze foto’s in ‘het geheugen’ als beeld van het door de Tweede Wereldoorlog verdwenen Rotterdam.

De herdenking van de oorlog kreeg pas echt meer gestalte toen in 2006 (!) de Initiatiefgroep 14 mei werd opgericht met het doel de herdenking van 14 mei 1940 in de stad meer inhoud te geven (bijvoorbeeld met de jaarlijkse uitgave van een stadsessay) dan tot dan toe gebruikelijk. De initiatiefgroep bestaat uit een aantal betrokken burgers en vertegenwoordigers van Museum Rotterdam, het Stadsarchief Rotterdam, de Kamer van Koophandel en de Laurenskerk. Belangrijkste evenement in 2007 was het verlichten van ‘de brandgrens’ met reusachtige spots, vooruitlopend op een permanente markering (naar een voorstel van raadslid Manuel Kneepkens). De aanduiding van het gebied dat door het bombardement van 14 mei 1940 – en de daarop volgende branden – is verwoest, staat in Rotterdam bekend als ‘de brandgrens’. Dat woord staat in het Rotterdamse spraakgebruik al decennia gelijk aan het voorgoed verdwenen stadshart. Deze grens is sinds 2010 gemarkeerd in de openbare ruimte, met lampjes in het plaveisel: de brandgrens als lieu de mémoire, een blijvende herinnering, maar ook een middel om de stad beter te begrijpen.

Het is niet zo dat er al die tijd (tot 2006) geen aandacht is besteed aan bombardement en oorlog, maar het herdenken is grootschaliger geworden. De reden is wellicht dat onder ‘dreiging’ van Europese eenwording de hang naar lokale identiteit en geschiedenis groter wordt. De eigen geschiedenis sluit anderen (nieuwkomers?) buiten. Wij herdenken wat ons/onze gemeenschap is overkomen. Dat nu, in 2015, 75 jaar na het begin van de oorlog in Nederland, ‘alle registers’ worden opengetrokken is natuurlijk niet verwonderlijk. In de onderzeebootloods op Heijplaat in Rotterdam wordt vanaf 30 april de tentoonstelling De Aanval gehouden, een samenwerking van Museum Rotterdam, Stadsarchief Rotterdam en het Militärhistorisches Museum Flugplatz Berlin-Gatow (MHM).

In Rotterdam werd van 10 tot en met 14 mei 1940 onafgebroken strijd om de stad gevoerd. Deze bewogen dagen komen vanaf 30 april 2015 weer tot leven in de expositie, waar een Heinkel bommenwerper te zien is. Enorme projecties, persoonlijke verhalen en originele objecten laten de strijd vanuit drie perspectieven zien: de verwarring bij de bewoners, het verzet van de Nederlandse militairen én de ervaring van de Duitse soldaten. Het Duitse perspectief is anders dan het Nederlandse. In Duitsland trof met al in januari 1940 voorbereidingen voor de aanval die voor Nederland als een verrassing kwam. De betrekkingen tussen de havenstad en het Duitse achterland waren goed en het bombarderen van Rotterdam was voor veel Duitse soldaten geen vanzelfsprekendheid.

Deze tentoonstelling gaat over meer dan ‘goed’ en ‘fout.’ De samenwerking met Duitse partners deed hier en daar wel een paar wenkbrauwen fronsen: kan dat nou wel, is dat niet op eieren lopen? Gek genoeg was dat in 1980, bij de herdenking van 40 jaar bombardement, helemaal geen probleem. In dat jaar werd in De Doelen in Rotterdam een grote herdenkingsbijeenkomst gehouden met onze koningin, de voormalige bondskanselier van Duitsland Willy Brandt (1913-1992) en burgemeesters van andere gebombardeerde steden én met ooggetuigen. Susan Hogervorst: ‘Voor het eerst werden de slachtoffers van het bombardement in het openbaar genoemd en erkend. Dat gebeurde overigens wel in een sfeer van trots op de wederbouw. Dat gevoel van trots over de wederopbouw overheerst nog steeds. En dat is wel opmerkelijk in de huidige hang naar slachtofferschap.’ (Stadskrant, 11 maart 2015).

Dit jaar verzorgt de Stichting LOKAAL in samenwerking met de initiatiefgroep 14 mei en Poetry International een bijzondere bijeenkomst met (inter)nationale denkers en dichters, op de vooravond van de 75ste herdenking van het bombardement, op 13 mei in Kriterion in het Groothandelsgebouw. De presentatie van het boek Rotterdam en het bombardement. 75 jaar herinneren en vergeten vindt plaats op donderdag 14 mei om 14.00 uur in de hal van de Rotterdamse Schouwburg. Burgemeester Aboutaleb zal dan het eerste exemplaar in ontvangst nemen. Zie http://www.lokaal.org/ en http://www.brandgrens.nl/ en http://www.rotterdamfestivals.nl/ en http://www.museumrotterdam.nl/tentoonstellingen/de-aanval

Rene Spork
René Spork (23-09-1955) werkzaam bij Stadsarchief Rotterdam als projectmanager publieksbereik. Heeft geschiedenis gestudeerd aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag en daarna de archiefopleiding gevolgd. Werkzaam geweest onder meer bij Ministerie Buitenlandse Zaken, Nationaal Archief (toen nog Algemeen Rijksarchief), Gemeentearchief Den Haag en Stadsarchief Rotterdam. Hoofdredacteur Archievenblad 2012-2016.
Alle artikelen van Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.