Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 02-02-2016

De methode voorbij. Verslag van de lancering van het Platform Geschiedenis en Actualiteit

Met een druk op de linkermuisknop lanceerde Harm Kaal (Universiteit Nijmegen) 27 januari het platform Geschiedenis en Actualiteit. Samen met de andere initiatiefnemers Stefan Couperus (Rijksuniversiteit Groningen) en Jelle van Lottum (University of Birmingham) hoopt Kaal dat dit platform zal leiden tot een ‘structurele inzet van geschiedenis en geschiedschrijving bij de discussie over en oplossing van actuele beleidsvraagstukken’.

Een platform met een sterke politieke insteek dus, met een focus op beleidsvorming en op de rol die de historicus daarin zou moeten spelen. Fysiek heeft dit platform een plekje gekregen op historici.nl en door middel van toegankelijk geschreven artikelen hopen de diverse auteurs de beleidsmakers ervan te overtuigen dat er wel degelijk lessen uit het verleden te trekken zijn. Deze overtuiging, dit idee dat de geschiedenis en de geschiedschrijving een forse mate van nut en noodzaak hebben, is wat dit platform relevant maakt. In een breder verband is het namelijk een oproep aan historici om overtuigd te zijn van hun eigen kunnen en om de waarde van hun onderzoek expliciet te maken.

De specifieke focus op beleid biedt dan ook een geschikte casestudie om dit idee aan de werkelijkheid te toetsen. Kunnen historici wel actief bijdragen aan het vormen van beleid?  Is dit een rol die de historicus überhaupt moet willen vervullen? Zakken historici, met hun focus op langzaam, gedegen en waardevrij onderzoek, niet langzaam weg in het drijfzand der nuances en belet juist dit het trekken van bruikbare conclusies? Dit zijn allemaal vragen die gedurende het aansluitende symposium aan bod kwamen.

Historische valkuil

De middag startte met historicus Adriejan van Veen (Universiteit Leiden) en politicologe Christel Koop (King’s College, Londen) die elk een bijdrage rondom het thema ‘legitimiteit van toezichthoudende en uitvoerende organen’ presenteerden, met een reactie van Olav Welling (Ministerie van BZK). Van Veen liet zien hoe een typische historische benadering inzicht kan verschaffen in door beleidsmakers gebruikte definities en geformuleerde probleemstellingen. Door de gebruikte termen in hun context te plaatsen worden impliciete assumpties expliciet gemaakt en dit kan leiden tot een beter begrip van de hedendaagse situatie.

Een dergelijk argument zal het merendeel van de historici bekend voorkomen en vanuit het publiek werd dan ook met enige regelmaat gepleit voor juist deze wijze van denken. Helaas, zoals terecht werd opgemerkt, gaat een dergelijke manier van analyseren juist gepaard met vooral zeggen wat iets niet is. Het is veelal de karakteristieke historische valkuil van beargumenteren dat iets complexer is dan vantevoren werd gedacht. Begrippen en concepten die gebruikt worden alsof ze universeel en tijdloos zijn worden door historici terug in hun context geramd. Hierdoor boeten dergelijke begrippen en concepten aan directe toepasbaarheid in, zonder dat historici nou precies zeggen wat beleidsmakers nu wel moeten gaan doen, of wat ze überhaupt met deze nuancering aan moeten.

Verbazing

Koops had een andere aanpak; zij analyseerde de centrale begrippen zoals democratie en legitimatie als opzichzelfstaande concepten. Door deze begrippen enkel in relatie te plaatsen tot een ander begrip (het ‘democratisch tekort’) ontweek ze de zojuist beschreven historische valkuil. Een dergelijke aanpak mag beleidsmakers dan meer vertrouwde sociaalwetenschappelijke handvaten bieden, het gaat voorbij aan de waarde die een historische context kan hebben.

Deze methodologische kwestie zou ook de afsluitende paneldiscussie bepalen. De beleidsmakers in het publiek waren enigszins verbaasd dat er nauwelijks sprake was van een duidelijke omschreven historische werkwijze. ‘Hebben jullie dan eigenlijk geen methode?’ was één van de meest directe vragen vanuit een groep die duidelijk gewend is om met meer ‘evidence-based’ en kwantitatieve methoden te werken. Lex Heerma van Voss (Huygens ING), Anita Boele (Universiteit Utrecht), Stefan Couperus (Universiteit Groningen) en Boudewijn Steur (Ministerie BZK) konden dan ook moeilijk om deze kwestie heen en bijna elke vraag, antwoord en opmerking richtte zich op dit centrale punt.

Verweven

Concrete oplossingen waren echter schaars en het is mijn inziens dan ook maar de vraag of deze überhaupt te geven zijn. De legitimatie van een argument gebaseerd op een historische analyse berust namelijk niet alleen op een gedegen bronnenanalyse, maar net zo goed op de wijze waarop het is opgeschreven. Het is niet voor niets dat historische artikelen meestal geen aparte methode-sectie hebben; de data, de methode en de analyse zijn zo met elkaar verweven dat het juist de wisselwerking tussen deze is wat een bepaalde redenering rechtvaardigt. Dit maakt de professionele geschiedschrijving haast tot een ambacht, waarbij de te toetsen kwaliteit enkel door andere volleerden kan worden gedaan. De legitimatie van onze kennis zouden we dan ook niet enkel in onze methode moeten zoeken, maar ook zeker in onze onderschatte rol als expert van het verleden.

Deze discussie rondom de historische methode laat nog maar eens zien dat een vertaalslag zeker nog nodig is voordat er iets kan bestaan als ‘toegepaste geschiedschrijving.’ Steur stelde dat historici allereerst de taal van de beleidsmaker moeten gaan spreken – en om dit te kunnen doen zal de historicus eerst uit zijn schulp moeten kruipen. In dit kader is het oprichten van het platform Geschiedenis en Actualiteit zeker het toejuichen waard. Het kan een stap zijn in de goede richting. Het vormen van een actievere beroepsgroep die het niet alleen aandurft om concreet advies te geven, maar die ook durft te claimen dat het verleden hun toebehoort. Een transitie van een historicus die enkel een spiegel vasthoudt, naar een historicus die zich actief bemoeit met de actualiteit is de eerste stap naar een ‘structurele inzet van geschiedenis en geschiedschrijving’ en het platform biedt daar een uitgelezen kans voor. 

Jesper Oldenburger

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.