Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 19-06-2015

De Nationale Wetenschapsagenda – Deel III: Emotie en onbehagen

Nadat wetenschappers onderling brainstormden op dinsdag (Science for Science), het bedrijfsleven spijkers met koppen sloeg op woensdag (Science for Competitiveness), mocht op donderdag het Nederlandsche volk meedenken over de onderzoeksvragen van morgen (Science for Society). Hoewel denken… er moest vooral gevóéld worden: ‘je zit hier als vader, als zoon, als mens. Dus wat ráákt je nou aan deze vraag?’

Het contrast met woensdag was groot. Waar de Fokker Terminal een dag eerder zwart-grijs kleurde, met hier en daar een krijtstreep, was het kleurenpalet donderdag een tikkeltje gevarieerder. Een tikkeltje maar, want de groep geïnteresseerden die ditmaal naar Den Haag was afgereisd – opvallend genoeg overwegend wit en hoogopgeleid – bestond uit een mix van vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en denktanks, beleidsmakers in dienst van de overheid en al dan niet gepensioneerde juristen. Hier en daar aangevuld met een enkele bezorgde burger die toch vooral zijn of haar eigen punt wilde maken.

En dat was ook de bedoeling. Immers, het logo van de dag liet niet voor niets een wetenschapper zien die met enige handtastelijkheid gedwongen wordt om de oren vooral goed open te houden voor input van buitenaf. Daarmee belichaamde deze derde bijeenkomst eigenlijk het beste de doelstelling van de breed uitgezette wetenschapsagenda. Ze moet van onderaf worden gelegitimeerd. Dat betekende dat niet-wetenschappers hun zegje moesten kunnen doen.

Dus zo gebeurde het dat de voormalig directeur voor het College van de Rechten van de mens wetenschappers op het hart drukte de mensenrechten te omarmen in onderzoek. Zo brak een oudere Indische heer hartstochtelijk een lans voor de vraag hoe wetenschappers ervoor kunnen zorgen dat de nationale overheden meer oog krijgen voor de noden van minderheden – in het bijzonder die uit West-Papoea. En daarom riep minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen Jet Bussemaker de wetenschap op om toch vooral in kaart te brengen wat de gevolgen waren van wereldwijde migratie, zodat zij als politica wist wat haar te doen stond. O ja, en ook de vraag wat muziek deed met een mens, had zij een heel interessante gevonden.

De gemeenschappelijke deler van deze vragen was de emotie. Het gevoel. Want, zo was het credo, wetenschappers zijn niet slechts ‘professionals’, maar ook gewone ‘mensen’.

Wereldcafé

Om daaraan gevolg te kunnen geven kregen sommige workshops deze laatste congresdag het karakter van een zogenaamd world café. In dat wereldcafé waren alle aanwezigen elkaars gelijken en telde professionele achtergrond alleen als bron voor eigen ervaringen. Wie aan een kroegverbod wilde ontsnappen moest smartphone en tablet in de tas laten en zeker geen discussie of debat zoeken. In het wereldcafé ging het om de ‘crowd wisdom’ van de gasten. Om luisteren. Om elkaar aanvullen. Om verbinding.

De directe consequentie van die aanpak was dat de middagsessies er totaal anders uitzagen dan die van de eerdere twee dagen. Op woensdag probeerden wetenschappers en ondernemers tijdens de Science for Competitiveness-sessies de 248 clustervragen aan te scherpen, nu werd aanwezigen vandaag gevraagd om voor enkele vragen onder woorden te brengen hoe deze hen als mens raakten.

Vervolgens moesten aandachtspunten voor wetenschappers worden bedacht. Steevast was daarbij de conclusie dat wetenschappers meer de verbinding dienden te zoeken met andere disciplines. En dan niet met de veilige combinaties van recht & geschiedenis of politicologie & sociologie, maar met de creatieve vakgebieden zoals fashion studies,of de exacte wetenschappen zoals de klinische psychologie. Ook was het zaak om resultaten beter te communiceren. Want als de wetenschap al vergelijkenderwijs heeft aangetoond dat de Nederlandse democratische rechtsstaat opperbest functioneert, waarom dan toch al dat gebrek aan vertrouwen in de politiek? Waarom dan toch dat publieke onbehagen?

Onbehagen

Gedurende de dag bekroop ons, in tegenstelling tot de andere dagen, een licht gevoel van onbehagen. Dat gevoel richtte zich op de subtiele, maar dwingende manier waarop het organisatiemodel van het wereldcafé emoties koos als basis van beoordeling van onderzoeksvragen. Een aanpak waarbij vanuit een tamelijk romantische opvatting gevoel gekoppeld werd aan waarheid.

Is het nu werkelijk zo dat de wetenschap in isolement opereert en kroeggesprekken met derden nodig heeft om zich weer ‘gewoon’ mens te voelen en op onderzoeksideeën te komen? Niet echt, want geen van de vragen in het cluster Bestuur, recht en politiek waren vernieuwend.

Sterker nog, in wetenschappelijk opzicht kon geen van de vragen de toets der kritiek doorstaan. Neem bijvoorbeeld: ‘hoe herstellen we het vertrouwen van de burger in de politiek?’ De vraag lijkt te vooronderstellen dat er van alles mis is met de democratie. Of: ´zijn islam en rechtsstaat verenigbaar?’ Het is een vraag die niet alleen gesloten is maar ook wel erg gestuurd lijkt te zijn door wat critici ‘de waan van de dag’ zouden noemen. Daarbij: de antwoorden waar hier om gevraagd wordt, zijn politieke antwoorden. Hoe goed is dat voor het aanzien der wetenschap? Op de eerdere congressen was er nog de mogelijkheid in deze vragen sturing aan te brengen en ze aan te passen. De derde dag ging echter over hoofdlijnen en minder over de specifieke vragen. Dat was voor sommige bezoekers toch wel een beetje een tegenvaller.

Ons onbehagen ging nog een stap verder. Want de nadruk op de overkoepelende emotionele merites van de ingediende vragen en op ‘verbinden’ en ‘inspireren’ werkte sterk disciplinerend. De panelvoorzitters deden zo hun best om een positieve toon aan te slaan, dat felle discussie eigenlijk niet op zijn plaats leek. Wie pleitte voor een scheiding der disciplines isoleerde zichzelf. Wie kritische vragen stelde over haalbaarheid of consequenties van de NWA werd te kennen gegeven dat dit ‘interessante vragen zijn’, maar ‘voor een andere keer’. Voor die onderzoekers die hechten aan een weberiaanse scheiding van ‘what is’ en ‘what ought’ is het te hopen dat de NWA niet een al te dwingende index wordt voor het opstellen van onderzoeksvoorstellen en stipendia.

(On)vrijblijvendheid

Natuurlijk: de congressen dienden er niet voor om de vragen te beantwoorden. Ook niet om ze te selecteren of af te schrijven, maar om de bezoekers met elkaar in contact te brengen en na te denken over de ‘geest van de vragen’. Het was dan ook zeker interessant om vanuit totaal verschillende vakdisciplines in gesprek te gaan over wat wetenschap nou eigenlijk is en moet betekenen. Maar op welke manier de bijeenkomst de NWA naar een hoger niveau heeft getild is onduidelijk. Tenminste, buiten het feit dat de NWA zichzelf andermaal succesvol lijkt te hebben gevaloriseerd.

De organisatoren waren zich uiteraard terdege bewust van al deze mitsen en maren en wonden daar zelf ook geen doekjes om. Keer op keer werd in de plenaire bijdragen gememoreerd dat de NWA een ‘experiment’ is, en dat nog moet blijken of alle inspanningen wat opleveren. Kritische geluiden werden welwillend en begripvol geïncasseerd, en omdat er eigenlijk geen concrete en tastbare uitkomst van de congressenserie werd geëist, kon de dag onmogelijk op een mislukking uitdraaien. Die vrijblijvendheid sloeg echter soms om in onzekerheid. Wat gaat er gebeuren? Ondanks die vraag staat één ding als een paal boven water: we zullen nog veel van de Nationale Wetenschapsagenda gaan horen.

Dit was deel 3 (slot) van de NWA-blog, geschreven door de promovendi Tom Schuringa (RUG), Leonard van ’t Hul (UvA) en Hans van der Jagt (VU), gedrieën vormen zij de promovendiraad van de Onderzoekschool voor Politieke Geschiedenis. Van 16-19 juni bloggen zij over de drie NWA-congressen.

Deel 1: Gordiaans touwtrekken

Deel 2: No nonsense

De Nationale Wetenschapsagenda – Deel I: Gordiaans touwtrekken
Door Tom Schuringa, Leonard van 't Hul & Hans van der Jagt
De Nationale Wetenschapsagenda – Deel II: No nonsense
Door Tom Schuringa, Leonard van 't Hul & Hans van der Jagt
Verkeert de representatieve democratie in een legitimiteitscrisis?
Door Margit van der Steen


Alle artikelen van Tom Schuringa, Leonard van 't Hul & Hans van der Jagt
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.