Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 21-01-2016

De snorren van Wessel Krul

Vaak zal het niet gebeurd zijn dat iemands gezichtsbeharing als illustratie van zijn carrière wordt gebruikt. Maar toen op 7 december de eerste spreker op het afscheidssymposium voor Wessel Krul, Catrien Santing, een serie foto’s liet zien waarop vanaf de vroege jaren tachtig Kruls snor prominent te zien was, bedoelde ze dat maar deels ironisch. Het tekende de eigenzinnigheid, de constistentie en het nastreven van een klassieke eruditie door de Groningse hoogleraar cultuurgeschiedenis, die na het symposium afzwaaide met een afscheidscollege.

Een nieuwbakken student die rond 1990 aan de opleiding geschiedenis in Groningen begon, werd onomwonden meegedeeld dat hij op het punt stond een bijzondere ervaring te ondergaan. De ‘Groninger school’ was bezig om een nieuwe benadering tot stand te brengen, een ‘cultural turn’ waarbij de cultuurgeschiedenis een centrale plaats geschonken werd. Maar ook andere richtingen kregen met een meer cultuurgerichte benadering te maken. Zo werd politieke geschiedenis omgedoopt tot geschiedenis van de politieke cultuur – niet zelden tegen het zere been van de oude garde van de vakgroep, die nog wel eens wilde mopperen dat dit enthousiasme voor cultuurgeschiedenis misschien ook iets te maken had met de afstand van Groningen tot archieven waar het ‘echte’ historische werk werd gedaan.

Generatiegenoten

De nieuwe richting werd vertegenwoordigd door een groep jongere generatiegenoten, waaronder tegenwoordig geëtableerde figuren zoals Remieg Aerts (Nijmegen), Henk te Velde (Leiden) en Catrien Santing (nog steeds Groningen). Een iets minder zichtbare rol werd ingenomen door Wessel Krul, eigenlijk de ‘echte’ cultuurhistoricus van het gezelschap. Maar geen onbelangrijke, want Krul fungeerde als wat ik kort door de bocht de ‘ideoloog’ van de cultural turn mag noemen. Een prominent op de achtergrond, zo zou je hem goed kunnen omschrijven. En, als ik uit mijn geheugen mag putten, een verdomd goede docent die liefde voor de cultuurgeschiedenis ook bij volgende generaties wist de cultiveren.

Tot die volgende generatie behoort ook Jan-Hein Furnée, tegenwoordig zelf hoogleraar cultuurgeschiedenis in Nijmegen en de tweede spreker op het symposium. Het werd zoals gezegd geopend door Catrien Santing, die alvorens Kruls snorren onder de loep te nemen de ontwikkeling van de lichaamsgeschiedenis als een vorm van cultuurgeschiedenis besprak. Daarbij benadrukte ze het belang van Krul voor het cultuurhistorische veld, als iemand die “altijd op cultuurhistorisch pad is voortgegaan” temidden van andere ontwikkelingen

Breinwerk

Furnée ging minder specifiek op Kruls carrière in en behandelde in het kort de cultuurconsumptie in het negentiende-eeuwse Den Haag. Anton van der Lem, die het symposium afsloot, werd weer heel persoonlijk en ging terug naar het onderwerp van Kruls proefschrift (1990): Johan Huizinga. Van der Lem sloot af met een citaat van Huizinga dat misschien ook de carrière van Krul goed omschrijft: “’T is beter het breinwerk te zien maar ’t smoelwerk niet”.

In zijn afscheidscollege “Monument en document. Geschiedenis in het museum’ herinnerde Wessel Krul aan het échec van het Nationaal Historisch Museum dat in Arnhem had moeten verrijzen en constateerde hij dat bestaande historische musea in Nederland in een crisis lijken te verkeren. ‘Hoe nu verder?’, vroeg hij zich af. Om een bijdrage te leveren aan de beantwoording van die vraag, ging hij de voorgeschiedenis na van de tegenwoordige historische musea, waarvoor sinds 1863 tal van plannen zijn gemaakt. Een constante in die geschiedenis blijkt de spanning te zijn tussen de documentair-didactische functie en de esthetische functie van het geëxposeerde, bestaande uit zowel historische objecten als kunstwerken. Door de kunstverzamelaar Frits Lugt werd in 1921 een combinatie van beide functies bepleit, waarvoor eveneens gekozen is in de nieuwe inrichting van het Rijksmuseum in Amsterdam. Ook deze oplossing is slechts een voorlopige, verwachtte Krul.

Mede daarom is het een beetje wrang dat met Wessel Krul iemand afscheid heeft genomen die klassieke Bildung en moderne didactiek altijd zo goed met elkaar wist te combineren en daarmee heeft geholpen een beslissende draai te geven aan de manier waarop historici hun werk doen.

Ilja Nieuwland (met dank aan Ton van Kalmthout)

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.