Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 06-10-2015
Door Rene Spork

De toekomst van jouw geschiedenis, mijn geschiedenis, onze geschiedenis?

De bronnen van onze geschiedenis bestaan niet langer exclusief uit fysieke dragers, maar voortaan ook uit nullen en enen, gemeten in bits en bytes. Wat betekent dat voor jouw geschiedenis, mijn geschiedenis en onze geschiedenis? De door de overheid en bedrijven digitaal gevoerde administraties zijn kwetsbaar (automatiseringsparken worden elke 4-5 jaar vernieuwd). Lang niet alle informatie belandt in de daarvoor bestemde registratiesystemen. Daarnaast wordt het internet wel het levende archief van de samenleving genoemd; en inderdaad, er zit volop leven in. De dagelijkse uitstoot van verse digitale informatie overstijgt alle in het verleden gevormde papierlawines.

Kantoorautomatisering en internetstromen zijn niet duurzaam. Maar meer nog dan over duurzaamheid maken particulieren zich zorgen over hun privacy. Wie bewaart wat over mij, waar en waarom? Het individu ziet zichzelf als het belangrijkste elementaire deeltje en wil regie voeren over zijn eigen gegevens en identiteit. Bedrijven, maar ook onderzoekers vinden juist baat bij de opeenhoping van al die ‘elementaire deeltjes’ (big data), waarin interessante (gedrags)patronen zijn te ontdekken.

Vroeger

Vroeger, toen volgens Rutger Bregman in zijn openingstoespraak van de Maand van de Geschiedenis, ‘alles slechter was’, had je papieren archieven. Het fijne van papier is dat de vastgelegde informatie onveranderlijk is: de inhoud van papieren archieven kan jaren na vorming nog worden geordend en beschreven. Raadpleging van de archieven is geregeld in de Archiefwet en iedereen heeft, met enige voorbehouden, recht op inzage. De bronnen van onze geschiedenis liggen verzekerd tegen verval in de klimaat-beveiligde opslagplaatsen van archiefinstellingen.

Met de voortschrijdende automatisering vanaf de jaren tachtig ontstond geleidelijk het besef dat ook digitaal gevormde informatie moest worden veiliggesteld voor het nageslacht. Op zich niet zo’n probleem: het statische papieren dossier werd nu een statisch digitaal dossier. Informatie die op een server stond moest machineleesbaar worden veiliggesteld voor de toekomst. Rond de eeuwwisseling werd nagedacht over een elektronisch depot voor de opslag van elektronische informatie. Maar alles bleek toch ingewikkelder te zijn dan eerst werd gedacht; veel vlot werkende e-depots met soepele opname en beschikbaarstelling van elektronisch gevormde informatie zijn er nog steeds niet.

Jouw en mijn geschiedenis

Het idee van een e-depot leunt begrijpelijk zwaar op het idee van het fysieke depot: het e-depot is er de digitale vertaling van. Dat zou goed kunnen gaan indien de elektronische informatie inderdaad statisch is, maar met de grote internetdoorbraak (vanaf 1995) is een heel andere werkelijkheid ontstaan, die de wereld van de kantoorautomatisering overstijgt. Berichtenverkeer (actie/reactie), het dagelijks gebruik van sociale media en van platforms als Flickr, Youtube, Wikipedia (down- en uploaden), beschikbaarstelling en gebruik van (open) data, de snelheid waarmee informatie circuleert: al deze elementen getuigen van het feit dat informatie stroomt en veranderlijk is. Hoe leg je stromende informatie vast voor het nageslacht? Informatie die qua omvang alle ooit op papier gevormde informatie overstijgt. Wie beheert en bewaart wat en hoe? Wat betekent dat voor jouw en mijn geschiedenis en voor onze geschiedenis?

Internet wordt wel gezien als het levende, maar niet duurzame, archief van de samenleving. Op internet documenteert de samenleving zichzelf. De overheid bewaart gegevens over jou; voor de inhoud van die gegevens ben je zelf verantwoordelijk (Facebook, LinkedIn, etc.). Burgers maken zich zorgen over wat de overheid, maar ook bedrijven (bijv. zorginstellingen, banken, verzekeraars) allemaal over hen bewaart. Je persoonlijke gegevens, zoals geplaatst op Facebook en LinkedIn zijn feitelijk in handen van commerciële partijen en dus helemaal niet echt van jou. Bedrijven en de overheid hebben niet alleen belangstelling voor je gegevens, maar ook voor je gedrag op internet (waar zoek/kijk je naar, hoe lang etc.). Privacy-discussies worden volop gevoerd; zie bijvoorbeeld discussies over het patiëntendossier.

Het ‘recht om vergeten te worden’

De EU Data Protection Regulation (2015) is een gedeeltelijk antwoord op die vraagstukken. Men accepteert nu minder gemakkelijk dat persoonsgegevens koopwaar zijn en dat overheden hun eigen burgers bespioneren. De nieuwe verordening is ontworpen om mensen een grotere bescherming, en meer greep op hun eigen online gegevens, te geven in de omgang met bedrijven als Google en Facebook. Persoonsgegevens mogen alleen nog worden verwerkt na uitdrukkelijke toestemming van de betrokkene. Een en ander wordt wel aangeduid met ‘the right of erasure’, waarbij overigens niet altijd de informatie zelf wordt vernietigd, maar soms ‘slechts’ de links naar die informatie worden verwijderd uit zoekmachines. Persoonsgegevens mogen alleen worden verwerkt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Maar ze komen niet voor vernietiging in aanmerking zolang ze nodig zijn om een overeenkomst uit te voeren of aan wettelijke verplichtingen te voldoen.

Prof. Theo Thomassen (Archievenblad, maart 2015) verwoordt het aldus: “Opname van genoemd recht in de verordening is bedoeld ter versterking van het online privéleven van Europese burgers en niet [gericht] op het opschonen van de geschiedenisboekjes of inperking van de vrije nieuwsgaring. Het is alleen van toepassing als er geen wettige grondslag (meer) is om persoonsgegevens te bewaren (wat in onze privacywetgeving het doelbindingsprincipe heet) […]”. Op het internet kunnen al je persoonsgegevens die on line staan met elkaar worden gecombineerd. De privacygevoeligheid van persoonsgegevens op het internet is vele malen groter dan de privacygevoeligheid van persoonsgegevens in een analoge omgeving; je verdient op het internet dus extra privacybescherming.

Voorzichtigheid

De tip die vaak wordt gegeven: wees voorzichtig met wat je over jezelf op internet plaatst. Dat klinkt als een goed advies – maar het zadelt toekomstige historici wel op met de vraag wat de betekenis is van al die – als ze al bewaard blijven – opgeleukte facebookpagina’s (goede vakantie, fijne baan, geweldige relatie).

Privacybescherming en het recht om zelf je gegevens te bewaren en bewaken beheersen de internetdiscussies. Bedrijven stellen dat ze niet geïnteresseerd zijn in ‘het individuele’, maar in gecumuleerde gegevens (big data) waarmee patronen kunnen worden ontdekt in consumentengedrag. Dit leidde bijvoorbeeld tot de ‘grote ontdekking’ dat verlovingsringen vooral op vrijdagmiddag worden gekocht. Adverteren op maandag heeft dus weinig zin, maar donderdag… 

Meer waardevol lijken onderzoeken naar reizigersgedrag ter voorkoming van bijvoorbeeld files, patronen in energiegebruik enzovoort. Critici vrezen dat ons gedrag voorspelbaar wordt en dat we aldus controleerbaar worden. Toch valt er ook voor historici vermoedelijk meer te halen uit big data (patronen) dan uit individuele gegevens. Zie een eenvoudig voorbeeld als de verspreiding en clustering van familienamen in Nederland op de site van het Meertens Instituut (familienamenbank). Het individu roept ondertussen om bescherming en wil zelf de regie houden over zijn of haar ‘profiel.’

Het eigendom van identiteit

De rol van de archivaris in dit geheel zou wel eens een heel andere kunnen worden dan tot nu toe. Theo Thomassen: “Genoemde Europese verordening is een erkenning van het recht van iedere Europese burger om zijn of haar eigen identiteit te vinden en die identiteit tegen aantasting door anderen te beschermen: iedereen is eigenaar van zijn eigen identiteit.” De Europese Commissie verklaard dat “It is the individual who should be in the best position to protect the privacy of their data by choosing whether or not to provide it. […] It is therefore important to empower EU citizens (…) to be in control of their own identity on line.” Theo Thomassen: ”Behalve archivarissen die de belangen van archiefdiensten behartigen, zullen er in de toekomst steeds meer archivarissen nodig zijn die – desnoods tegenover archiefinstellingen – de belangen verdedigen van burgers van wie de privacy meer dan ooit wordt bedreigd en die zich daar meer dan ooit van bewust zijn.” Hier ligt een conflict op de loer tussen hoeders van privacy en hoeders van erfgoed.

Zelf de regie hebben over jouw informatie, dat spreekt mensen aan. NRC Handelsblad (26-27 september) speelt daar handig op in met een paginagrote advertentie: Het boek van uw leven: “Van jeugdherinneringen tot het ouderschap, van studentenleven tot werkprestaties, reisavonturen en alle memorabele momenten daar tussenin. De NRC-webwinkel biedt u in samenwerking met Story Terrace de unieke mogelijkheid uw persoonlijke levensverhaal vast te laten leggen door een professionele schrijver. Het resultaat: een prachtig hardcover boek voor uzelf en de generaties na u.” Bij Story Terrace zijn meer dan vijftig professionele auteurs aangesloten, van (NRC)-journalisten tot romanschrijvers. Kosten: 2.500 euro.

Onze geschiedenis

Het doet mij deugd dat het hier gaat om krantenvullers en boekenschrijvers. Ik wil best aan Adriaan van Dis verklappen dat mijn vader na de Tweede Wereldoorlog administratief werk verrichtte in Indonesië. Daar kan hij best iets moois van maken. Bij historici gaat zoiets al gauw mis. Die kijken een en ander na in de bronnen en dan krijg je zomaar een ander verhaal: je vader komt inderdaad voor in de bronnen van het Nationaal Archief, ook onder zijn bijnamen ‘de beul van Bandoeng’, ‘de slager van Semarang’… En daar heb ik natuurlijk geen behoefte aan. Zo’n album moet wel leuk blijven en voorgelezen kunnen worden aan de kleinkinderen.

De behoefte aan een fysieke publicatie (albums als bovengenoemd, vakantiealbums van bijvoorbeeld Albelli) geeft al aan dat de consument het voortbestaan van digitale informatie niet helemaal vertrouwt en het heft van zijn persoonlijke geschiedenis/identiteit het liefst zelf in handen neemt, net zo als menig dagboekenschrijver dat doet/deed.

Persoonlijke en grote verhalen

Naast dit persoonlijke verhaal is er het grote verhaal: onze geschiedenis, zoals kan worden gereconstrueerd uit de in toenemende mate digitale overheidsarchieven en de archieven van particuliere instellingen (bedrijven, organisaties, verenigingen enzovoort) en de informatiestromen op internet, onafhankelijk van tijd en plaats. Moeten historici en archivarissen zich zorgen maken over wat er van al die digitale bronnen bewaard zal blijven voor het nageslacht? Zijn Big Data daarbij voor onze geschiedenis heel wat relevanter dan de bewust overgeleverde persoonlijke herinneringen en profielen? Wellicht, maar ook Big Data zijn niet zaligmakend.

Samuel Arbesman (Harvard University) schreef in 2013 een artikel in Wired, waarin hij pleit voor het stoppen met het hypen van Big Data. Big Data zijn in zijn opinie namelijk pas slechts wat waard als ze geplaatst worden in de juiste context en volgens Arbesman is tijd, en vooral een lange tijdsspanne, daarbij onmisbaar. Hij wil dat we ons gaan concentreren op Long Data, datasets met een historische component. “Many of the events we are analyzing today or predicting for the future have been influenced by decades or centuries of slow-building changes. If we don’t look at these events from a historical standpoint, we have the potential to fall prey to the shifting baseline syndrome. When this happens, we regard events happening in our current decade to be the norm and are often blinded to what has happened in generations past. […] Big data may tell us what we need to know for hype cycles today. But long data can reach into our past… and help us lay a path to our future.”

Big History

Met Arbesman komen we weer op voor ons vertrouwd terrein. Wie kent niet uit het recente verleden de Historische Steekproef Nederland (HSN), een representatieve steekproef van ongeveer 78.000 personen die tussen 1812 en 1922 in Nederland zijn geboren. De HSN-database bevat individuele meer objectieve levensgeschiedenissen en vormt daarmee een uniek instrument voor onderzoek op het gebied van de Nederlandse geschiedenis en demografie. Dat hier sprake is van een steekproef komt omdat de data min of meer handmatig moesten worden verzameld. Dankzij de Basisregistratie Personen (BRP), de combinatie van GBA en RNI (niet-ingezetenen), ingevoerd in de periode 2013–2016, wordt onze levensloop geadministreerd; van geboorte, huwelijk of echtscheiding, adreswijziging tot overlijden. Op termijn geen steekproef maar Long/Big Data voor Big History. Die data overstijgen wel het lokale. Wat betekent dat voor de positie van bijvoorbeeld gemeentearchieven?

Het duurzaamheidsvraagstuk is ondertussen nog steeds niet opgelost. De Algemene Rijksarchivaris Marens Engelhard zegt in het Archievenblad van februari 2015 dat “je kans [hebt] dat, zeg, over 1000 jaar blijkt dat we van onze periode net zo’n beperkt archief hebben als van laten we zeggen de 17de eeuw. Ik doe er geen uitspraak over of dat erg is of niet. Archiveren in het digitale tijdperk, denk aan sociale media maar ook aan foto’s, is niet eenvoudig […]. En dat is een understatement.” Internationaal moeten archivarissen/informatieprofessionals in gesprek met bedrijven als Google over duurzaam bewaren. De missie van Google is om alle informatie ter wereld te organiseren en haar universeel toegankelijk en bruikbaar te maken. Ook Google is niet gebaat bij informatie die vervliegt. Bijzonder is het dat een directielid van Google vorig jaar meldde dat je, als je iets echt belangrijk vindt, het moet printen. Die printjes passen gelukkig in een ouderwetse archiefdoos!

Voor onze geschiedenis moet je in de nabije toekomst nog steeds naar het archief, maar aan de horizon lonkt de cloud.


René Spork (23-09-1955) werkzaam bij Stadsarchief Rotterdam als projectmanager publieksbereik. Heeft geschiedenis gestudeerd aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag en daarna de archiefopleiding gevolgd. Werkzaam geweest onder meer bij Ministerie Buitenlandse Zaken, Nationaal Archief (toen nog Algemeen Rijksarchief), Gemeentearchief Den Haag en Stadsarchief Rotterdam. Hoofdredacteur Archievenblad 2012-2016.
Alle artikelen van Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.