Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 11-04-2016

‘De witte kubus als lieux de mémoire’

Museum en publiek zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in de dynamiek van vastleggen en herinneren. Met die stelling nam Margriet Schavemaker (Manager Education, Interpretation and Publications van het Stedelijk Museum) het presenteren van kunst en geschiedenis onder de loep tijdens de negende Reinwardt Memorial Lecture op 17 maart jl. Schavemaker neemt haar publiek mee op een tour door het presentatieverleden van ‘het Stedelijk’. Leitmotif in haar analyse van de white cube als lieu de mémoire is het iconische witte trappenhuis in het oude gebouw aan de Paulus Potterstraat in Amsterdam. Schavemaker ontrafelt de verschillende gedaantes en historische betekenissen van de voormalige entrée. Haar punt: deze white cube is verre van statisch, integendeel: het vormt een open en nooit te completeren archief van de dialoog tussen museum en publiek.

In 1976 wierp Brian O’Doherty licht op de duistere kant van de ‘neutrale’ white cube gallery space met zijn nog steeds actuele Inside the White Cube. De lege en vergeestelijkte witte toonzaal betrof een kwalijk klassebevestigend ritueel dat subtiel in de steigers was gezet – en in stand werd gehouden – door de bovenklasse. Een vorm van social exclusion. Het is moeilijk te zien, zegt O’Doherty, maar als artefact uit onze tijd moet de white cube worden begrepen in een historisch continuüm, en niet als volmaakt slotakkoord van het presenteren van tijdloze schoonheid en artistiek genie.

“Dit hoort niet!”

Waar O’Doherty de white cube het mes op de keel zet, biedt Margriet Schavemaker de toehoorder een ander perspectief. Door de white cube zélf te belichten als historisch gelaagd en veranderlijk, geeft de betekenisvolle museale presentatieruimte het kunstmuseum juist de kans om bruggen te slaan tussen de kunst, de eigen geschiedenis en het publiek. Want, zegt Schavemaker, de eigen geschiedenis is een aspect van de collectie. Niet alleen het eigen archiefmateriaal dat ontstaat rond het maken van tentoonstellingen, maar ook de geschiedenis van het gebouw en de eigen unieke museografische typologie biedt het museum manieren om de collectie van context en verhalen te voorzien. Met deze zienswijze dicht het museum juist de kloof tussen museum en publiek.

Schavemakers illustreert de tegenstrijdige verhouding met (de eigen) historie van het kunstmuseum met de emotionele reacties van haar mentor Rudi Fuchs, die in 2015 zijn verontwaardiging uitsprak over de historische setting waarin Schavemaker het Stedelijk kunstwerken laat tonen in de tentoonstelling Het Stedelijk in de Oorlog (voorjaar 2015). “Margriet, dit Hoort Niet!” horen we Fuchs zeggen. De historische framing van kunst is volgens Fuchs uit den boze. Een aanpak die thuishoort in het Amsterdam Museum. Maar later in datzelfde jaar is Fuchs juist geroerd door de manier waarop Schavemaker het verleden van het museum, Fuchs’ eigen herinneringen én de collectieve herinneringen van bezoekers aaneen wist te smeden in de tentoonstelling ZERO over de Nederlandse nul-beweging. Op de website van het museum beaamt de huidige directeur Beatrix Ruf deze emotie: “Ik ben heel trots dat dit experimentele netwerk zo nauw verbonden is aan de geschiedenis van het Stedelijk Museum en dat we door dit unieke onderzoeksproject onze prachtige collectie ZERO-werken van een nieuwe betekenis kunnen voorzien.”

 

Conclusie: de statische geschiedenis blijkt problematisch (misschien omdat zij volgens oude ordeningen automatisch haar zusje Eeuwige Schoonheid verdringt?) Persoonlijke betrokkenheid, in de vorm van gedeelde herinneringen, kan juist verbinden, en het is díe potentie van de eigen geschiedenis die Schavemaker centraal stelt. De omgang met het eigen museografische verleden als lieu de mémoire is de sleutel voor het opnieuw begrijpen van de iconische witte toonzaal als historisch bepaald en in constante dialoog met het museumpubliek.

 

Heimatmuseum

Schavemaker illustreert dit punt vervolgens met verschillende aansprekende voorbeelden van de tentoonstellingspraktijk in het Stedelijk Museum. We leren dat het instituut onverwacht is ontstaan uit een wat benepen Amsterdams Heimatmuseum. Museum Boijmans Van Beuningen en het Haags Gemeentemuseum waren toonaangevend en toch slaagde het Stedelijk Museum erin zijn eigen geschiedenis te herschrijven en zich als pionier neer te zetten. Deze ontwikkeling is onlosmakelijk verbonden met de Tweede Wereldoorlog. Realisme en lokale geschiedenis waren de kenmerken van de museologie van het overwonnen regime. Onvolprezen conservator van het eerste uur Willem Sandberg omarmde de abstracte kunst die de nazi’s hadden beschimpt. De oorlog legitimeerde zo Sandbergs clean sweep door collecties en de streep onder verouderde en (door collaboratie) besmette presentatievormen die plaats maakten voor de white cube.

Het betoog van Margriet Schavemaker over de historische gelaagdheid van de white cube tentoonstellingstypologie en de aanknopingspunten voor persoonlijke herinnering is inspirerend en biedt zicht op weer een toonaangevende innovatieve rol voor het Stedelijk Museum. In het halfopen domein tussen herinnering en geschiedenis ontstaat een mogelijkheid tot emotie en contact waar museum en publiek in elkaar grijpende raderen zijn in dezelfde betekenismachine.

Marieke van der Duin

Evenement: Negende Reinwardt Memorial Lecture door Margriet Schavemaker, “De witte kubus als ‘lieux de mémoire’: moderne kunst musea en de toekomst van de geschiedenis.” Reinwardt Academie, 17 maart 2016.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.