Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 11-11-2016
Door Aad Blok
Aad Blok

Debating Dutchness en Diving for History

De tweede sessie van het KNHG Jaarcongres 2016 bood, naast de uitreiking van de eerste Low Countries History Award voor het beste artikel uit de afgelopen drie jaargangen BMGN-Low Countries Historical Review, twee lezingen door nieuwe leden van de Advisory Board van het tijdschrift, die tevens deel uit maakten van de jury van de LCH Award. De keuze van het KNHG om twee buitenlandse historici te vragen voor de lezingen past in het al langer aanwezige streven van de BMGN-LCHR redactie naar internationalisering van het tijdschrift, waarin ook de uitbreiding van de Advisory Board met een aantal buitenlandse specialisten op het gebied van Low Countries History (LCH) past.

De spits werd afgebeten door Benjamin Schmidt, Giovanni and Amne Costigan Endowed Professor aan de University of Washington, Seattle. In zijn lezing ‘Dikes and Dunes: On Dutch History and Dutchness’ gaf hij op ironische toon zijn visie op wat hij ziet als een specifiek soort provincialisme en  zelfs particularisme en isolationisme onder Nederlandse historici die zich bezighouden met LCH, inclusief de BMGN-LCHR.

“Biting the hand that fed me lunch”
Schmidts werk als jurylid voor de LCH Award, het doornemen van de afgelopen drie jaargangen van het tijdschrift, bood hem een goede gelegenheid de recente stand van zaken van de LCH historiografie door te lichten. Daarbij vielen hem in positieve zin de inhoudelijke kwaliteit van de artikelen en de ruime aanwezigheid van jonge historici in het tijdschrift op, alsmede de kwaliteit van redactie en productie van het tijdschrift, waarbij het uiterlijk wat hem betreft past in de beste tradities van ‘Dutch design’. Behalve deze lof had hij ook stevige inhoudelijke kritiek. Niet alleen constateerde hij een schaarste aan artikelen over cultuurgeschiedenis en materiële cultuur (misschien is die kritiek wel verklaarbaar vanuit zijn eigen specialisatiegebied), en vond hij dat het bronnengebruik en het vergelijkende perspectief in de artikelen vaak nogal provincialistisch blijven. Zijn belangrijkste kritiek was dat er vrijwel geen enkele auteur in deze jaargangen te vinden is die niet uit Nederland of België komt. En dat terwijl LCH zich al sinds decennia kan verheugen in veel internationale aandacht, waarbij het dan vooral gaat om de geschiedenis van de Republiek, Dutch imperialism, en religiegeschiedenis. Grootheden als Jonathan Israel, Simon Schama, Lisa Jardine, en Svetlana Alpers hebben internationaal grote bekendheid en waardering gekregen met hun werk op het gebied van LCH.

Dikes & Dunes
Terwijl in andere tijdschriften die zich richten  op nationale geschiedenis, zoals de English Historical Review, of French Studies wel auteurs van allerlei andere nationaliteiten dan de eigen te vinden zijn, heeft de grote internationale belangstelling voor LCH niet geleid tot een grote aanwezigheid van buitenlandse auteurs in de jaargangen van BMGN-LCHR. Voor een verklaring van dit provincialisme baseerde Schmidt zich op het beroemde werk van de Australische historicus Greg Dening, Islands and Beaches (1980), waarin het eiland een metafoor is voor een essentialistische opvatting over de uniciteit van de eigen cultuur, en de stranden staan voor de strakke grenzen die getrokken worden tussen wat gedefinieerd wordt als de eigenheid van de eigen cultuur, en wat als vreemd buiten die eigen cultuur. Nederlandse historici vertonen volgens Schmidt een duidelijke vorm van ‘insulariteit’ à la Dening, in hun de neiging om ‘Dutchness’ essentialistisch te definiëren, en zo hun eigen Sonderweg te construeren. Als beginnend Amerikaans historicus, werkend op het gebied van LCH, merkte Schmidt hoe fel en afwijzend de reacties van de Nederlandse historische beroepsgroep was op het werk van de internationale grootheden op het gebied van LCH: het feit dat Schama’s Embarrassment of the Riches gewoon op vliegvelden te koop was maakte het boek al verdacht!

In plaats van de spreekwoordelijke dijken en duinen te blijven gebruiken als barrières die de buitenlandse historici van LCH buiten zouden moeten houden, pleitte Schmidt ervoor de bestudering van ‘Dutchness’, de eigenheid van de vroegmoderne cultuur van de Lage Landen, veel meer in internationaal vergelijkend perspectief te plaatsen, en daarbij het debat en de samenwerking met buitenlandse historici nadrukkelijk op te zoeken.

Internationaal perspectief
Dat internationale perspectief kwam vervolgens heel concreet en nadrukkelijk aan de orde in de lezing van een ander nieuw lid van de Advisory Board van BMGN-LCHR, Ana Crespo Solana, ‘A Maritime Society in Transnational Context: The Spatial Return in Dutch Historiography’. De economische geschiedenis van de Lage Landen is bij uitstek internationaal en transnationaal, omdat de spectaculaire economische ontwikkeling van de Republiek voor een belangrijk deel stoelde op de overzeese handel en expansie. In een indrukwekkend breed overzicht van het internationale onderzoek naar de ontwikkeling van de handelsstromen tussen Oostzee, Noordzee, Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan vanaf 1580 , liet ze zien welke cruciale rol kooplieden uit de Lage Landen en met name de Republiek speelden in het creëren van een steeds groter netwerk van handelsvertegenwoordigingen, factorijen en forten in havensteden in al die verschillende gebieden. Via dit netwerk kon de Republiek zonder grote militaire inspanningen een lange tijd een hegemoniale positie handhaven als ‘empire of connectors’. Een centrale positie in dat netwerk had de Vlaamse en Nederlandse handelsvertegenwoordiging in Cadiz, waarop een deel van haar eigen onderzoek zich richt.

Daarbij gebruikt zij interdisciplinaire onderzoeksmethoden die verder gaan dan wat gebruikelijk is binnen economische geschiedenis: niet alleen GIS en analyses van grote databases, maar ook het actief beoefenen van onderwaterarcheologie in de vorm van het zelf duiken naar scheepswrakken voor de Spaanse kusten. De historiografische context die zij schetste van dit onderzoek liet zien hoe internationaal ook het netwerk van historici is dat zich met dit thema bezighoudt. In die zin hebben economisch historici de wens van Benjamin Schmidt al lang en breed ingelost.

Deze blog maakt onderdeel uit van onze berichtgeving over het KNHG Jaarcongres voor Historici op 4 november 2016. Meer lezen? Er verschenen ook blogs over de sessie over beroepsethiek voor historicide lancering van Jong KNHG en een sfeerverslag van de hele dag. Lees ook de persberichten over de uitreiking van de eerste Low Countries History Award en de lancering van de Historicidagen 2017. #KNHG16

Aad Blok
Aad Blok is executive editor van de International Review of Social History en hoofd van de publicatieafdeling van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis.
Alle artikelen van Aad Blok
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.