Historici.nl





#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#erfgoed
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#archieven
#slavernij

Denkend aan Nederland… Een verslag

Dodenherdenking op 4 mei is het ultieme moment waarop wordt bepaald wie en welke thema’s er tot het vaderlandse verleden gerekend mogen of moeten worden. Welke slachtoffers en welke daden van verzet de eer van het herdenken waard zijn en welke rol koloniaal geweld en vervolging daarbij een rol spelen. Het debat over de aard van de dodenherdenking is dan ook sinds 1946 meerdere keren hoog opgelopen. Dit jaar opnieuw rond de voorgestelde ‘lawaai’-actie om aandacht te vragen voor de Indonesische slachtoffers van de naoorlogse koloniale oorlog. Hoewel deze specifieke discussie rond de Dodenherdenking niet ter sprake kwam, ging het op het voorjaarscongres van het KNHG dat op 26 april plaatsvond wel om de vraag welke rol wij als historici kunnen en willen spelen bij de reflectie op de vraag wat ‘Nederland’ is of wil zijn, zowel binnen als buiten de grenzen.

Het voorjaarscongres werd georganiseerd in het Nederlands Openluchtmuseum (NOM) in Arnhem, dat directeur Willem Bijleveld in zijn welkomstwoord ‘het best bezochte museum van Nederland buiten Amsterdam’ noemde. Met het uitzicht op koeien in de wei, een ophaalbrug en de scheepswerf van Marken vormde deze locatie een passende entourage voor het thema ‘Denkend aan Nederland… Erfgoed, Canon en nationale identiteit in politiek, onderwijs en media’. Eens te meer, omdat sinds september 2017 in het NOM de vaste presentatie van de historische Canon van Nederland te zien is.

De titel, met een knipoog naar Marsmans vermaarde dichtregel ‘Denkend aan Holland’, verwees naar de voornoemde overkoepelende vraag van deze bijeenkomst. Recente discussies over het verplichte schoolbezoek aan het Rijksmuseum, de onmisbare aanwezigheid van de Nederlandse vlag in de Kamer en de noodzakelijke kennis van het volkslied, maken een kritische reflectie op de rol van historici in de politieke discussie over het ‘Nederlands-zijn’ urgent. Die kritische reflectie stond dan ook centraal in de lezing waarmee de huidige voorzitter van het KNHG, Susan Legêne, het congres opende.

Zij toonde zich onder meer geprikkeld door de kritiek op emeritus hoogleraar Gloria Wekker, die in haar ‘White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race’ (2016) wijst op een essentiële paradox in de Nederlandse cultuur: de pretentie van een tolerante natie en de ontkenning van rassendiscriminatie en koloniaal geweld. Vooral het bezwaar uit wetenschappelijke kring dat Wekkers betoog te zeer steunt op kritische noties die in de Verenigde Staten zijn ontwikkeld maar niet passen in de Nederlandse context, werd door Legêne in twijfel getrokken. Want waarom zouden wetenschappelijke benaderingen die elders ontwikkeld worden niet evengoed relevant kunnen zijn voor het debat in Nederland, ondanks of misschien juist dankzij de verschillende historische context waarin het denken of juist negeren van de categorie ‘ras’ zich heeft ontwikkeld? Het was een illustratie van Legêne’s pleidooi voor meer reflectie op onze retorische kaders, en voor een meer interdisciplinaire en transnationale benadering van ons vak om onze blik als historici op de plaats van Nederland in de wereldgeschiedenis aan te scherpen.

Susan Legêne wees in haar introductie ook nog op de ‘majeure historiografische exercitie’ die de afgelopen decennia in de museumwereld gaande is en die tot een fundamentele verandering in het Openluchtmuseum heeft geleid: weg uit de onbestemde tijd van ‘vroeger’ naar een meer ‘historiserende’ benadering. Daarbij is ook plaats gemaakt voor een meervoudig perspectief, zoals wij met eigen ogen konden aanschouwen in een videopresentatie in de kamer van het Zaanse koopmanshuis, waarin zowel ervaringen en overwegingen van de koopman/plantage-eigenaar als van een tot slaaf gemaakte tot uitdrukking komen. Maar is dat ook gelukt met de Canon-tentoonstelling, waarmee een historisch-antropologisch verhaal over Nederland wordt verteld? Verandert deze tentoonstelling ons beeld van Nederland, en worden we aangezet tot historisch denken? Na een korte rondgang van drie kwartier met een veelvoud aan multimediale indrukken, waren de meningen van de congresgangers verdeeld.

Hubert Slings, werkzaam bij het NOM en betrokken bij de totstandkoming van de tentoonstelling, legde in zijn lezing uit hoe het kon dat de Canon-tentoonstelling uiteindelijk in deze vorm in het NOM terecht gekomen is. Hij ging in op de verschillende commissies (De Wit, De Rooy, Van Oostrom) die vanaf 1998 bij het nationaal historisch curriculum betrokken waren. Vervolgens schetste hij in het kort het politieke krachtenveld dat bepalend was voor het nooit gerealiseerde Nationaal Historisch Museum (2006-2011). De opdracht voor de representatie van een Nationaal Historisch Verhaal ging daarna naar het NOM, die het project in samenwerking met het Rijksmuseum heeft uitgevoerd. Bij de realisatie kozen de makers voor de tien periodes van De Rooy als leidraad om aan de hand daarvan een selectief aantal ‘vensters’ uit de Canon van Van Oostrom te presenteren. Aan het eind van de rit door de tijdvakken kan de bezoeker in een aparte zaal alsnog alle vensters van de Canon bijeen aanschouwen en op interactieve manier verder uitdiepen.

Terwijl bij de uitwerking van de museale Canon van Nederland de Canon zelf niet ter discussie stond, was dit in de middaglezingen wel het geval. Eric Storm (Universiteit Leiden) liet met treffende voorbeelden uit de beeldende kunst zien hoe problematisch het ‘methodologisch nationalisme’ bij canonvorming is. De Nederlandse kunstcanon leidt door zijn gerichtheid op een geografische ruimte (Holland) en periode (Gouden Eeuw) tot een zeer eenzijdig beeld, waarin bijvoorbeeld de rol van migranten en amateurs (vrouwen) wordt genegeerd. In andere lezingen werd het dominante narratief van de Canon bekritiseerd door te wijzen op lokale en regionale canons, op ‘zwarte bladzijden’ die niet apart moeten worden gezet van het grotere verhaal, en ook op een voor velen wellicht nog onbekend initiatief: het Digital Disability Archive (DDA). Dit is een website in ontwikkeling, waarop de geschiedenissen van mensen met een beperking zullen worden verteld. Hierbij is het motto ‘nothing about us without us’, vertelde Corrie Tijseling, een van de initiatiefnemers.

Bij de slotdiscussie werd de vraag gesteld hoe al deze verschillende ervaringen en perspectieven in het grotere ‘verhaal van Nederland’ kunnen worden opgenomen en of een ‘becommentarieerde canon’ het hoogst haalbare is. Maar ook wat de rol van historici is bij het ontkrachten van nationale mythes en het ‘inclusiever’ en dus meervoudiger maken van nationale identificaties in politiek, onderwijs en media. Deze discussies zullen ongetwijfeld ook na het congres worden voortgezet, onder meer bij de volgende Historicidagen die op 22-24 augustus 2019 zullen plaatsvinden in Groningen, waarbij ‘inclusieve’ geschiedenis ook een centraal thema zal zijn.

Auteurs: Barbara Henkes en Leonieke Vermeer

 

Meer zien en lezen over het congres?

Aftermovie  |  Foto’s  |  Interviews  |  Keynote – Susan Legêne  |  Blog – Antia Wiersma



Alle artikelen van Barbara Henkes en Leonieke Vermeer
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.