Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 03-12-2012

Digitale databases en de historicus van de toekomst

De historicus van de toekomst zal minder vaak in een archief te vinden zijn. Daarentegen zal hij of zij vaker vanachter een computer historische bronnen aanspreken. Een voorbeeld van een dergelijk digitaal onderzoeksinstrument is het project ‘Political Mashup’, dat recent de Nederlandse dataprijs 2012 won.  Volgens de jury draagt het project bij aan de ‘betrouwbaarheid en haalbaarheid’ van politiek-historisch onderzoek. Maar hoe ziet dergelijk databasehistorisch onderzoek er uit?

Voor veel historici is het gebruik van digitale databases nog nieuw terrein. Dit ondanks de interessante mogelijkheden die digitalisering biedt. PoliticalMashup heeft tot doel een steeds grotere hoeveelheid materiaal, waaronder de Handelingen van de Staten Generaal 1814-2012, bij elkaar te brengen en systematisch doorzoekbaar te maken. Dit stelt historici in staat om een veel groter corpus te onderzoeken. Daarnaast maakt het vergelijkend en diachronisch onderzoek mogelijk doordat zoekresultaten verfijnd kunnen worden op periode, maar bijvoorbeeld ook op persoon of politieke partij. Met behulp van N-gram viewers en woordenwolken kunnen resultaten worden gevisualiseerd zodat de onderzoeker snel een eerste indruk krijgt van het materiaal.

In samenwerking met computerwetenschappers van de UvA hebben historici van het NIOD recentelijk een door CLARIN gefinancierd onderzoek afgerond. Hun project, getiteld ‘War in Parliament’, is een pilot-studie in databasehistorisch onderzoek. Met behulp van de PoliticalMashup database konden alle Handelingen der Staten Generaal systematisch doorzocht worden op verwijzingen naar de Tweede Wereldoorlog om te kijken hoe de bezettingstijd door politici werd gebruikt om een bepaald standpunt te onderstrepen of een politieke tegenstander de mond te snoeren. “De database maakte het mogelijk om als historicus hele nieuwe onderzoeksvragen te stellen” stelt dr. Hinke Piersma, werkzaam bij het NIOD en projectleider van War in Parliament. “Voorheen was het bijvoorbeeld ondoenlijk om te onderzoeken hoe vaak de Boerenpartij in verband werd gebracht met fascisme. Nu krijg je met een simpele zoekvraag de gegevens zo op je scherm”.

Simpelweg zoeken op de term ‘Tweede Wereldoorlog’ levert niet altijd relevante resultaten op. Dit bevat namelijk ook uitspraken van parlementariërs dat sinds het einde van oorlog de aardappels duurder zijn en de woningnood hoger is. Hoewel dergelijke ruis kan worden beperkt door heel specifieke zoektermen of ‘queries’ te gebruiken, blijft de kwalitatieve historische blik van belang om resultaten te contextualiseren. Een digitale database kan echter ook bijdragen aan een grotere nauwkeurigheid van onderzoek. Waar historici zich (onbewust) kunnen laten leiden door de ‘klassieke’ momenten in de geschiedenis en andere periodes over het hoofd zien, behandelt de computer alle informatie gelijkwaardig. Dit was ook het geval voor de onderzoeksvraag van het ‘War in Parliament’ project. Vroeger wendden historici zich noodgedwongen tot de bekende debatten (‘de drie van Breda’, Menten, Aantjes etc.) wanneer zij op zoek waren naar de wijze waarop politici de Tweede Wereldoorlog gebruikten als argument. Met een digitale benadering kan echter het hele corpus worden doorzocht en dat kan onverwachte resultaten opleveren.

Voor Piersma werd het door de interdisciplinaire samenwerking met computerwetenschappers duidelijk waarin haar discipline zich onderscheidt: “Geschiedenis is toch echt een contextgevoelige en interpretatieve wetenschap en stelt vragen die een computer niet automatisch kan beantwoorden. Daar komt bij dat, wil het onderzoek succesvol zijn, de historicus van tevoren zijn/haar onderzoeksvraag moet formaliseren en expliciteren en dat vereist een minder intuïtieve manier van werken.”

Digitaal historisch onderzoek levert kwantitatieve gegevens die vervolgens moeten worden beoordeeld op hun relevantie. “Persoonlijk vind ik het niet zo interessant om alleen een ‘mooi staatje’ te produceren waarin duidelijk wordt dat er een piek zit in het gebruik van het woord Hitler in de jaren vijftig” stelt Piersma. Dergelijke grafieken kunnen echter wel aanleiding zijn voor nader onderzoek. Piersma zit dan ook vol met ideeën voor toekomstige projecten met behulp van digitale instrumenten. Historici willen wel; nu de techniek nog. Veel materiaal moet namelijk nog door de ‘digitale wasstraat’. Naar mate er meer digitaal materiaal beschikbaar komt, zullen de historische onderzoeksvragen vanzelf volgen.

Loes van Suijlekom (Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis)
 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.