Historici.nl





Gepubliceerd op 26-11-2020

Dossier Ecogeschiedenis – Landbouwgeschiedenis heeft toekomst!

Agrarisch landschap van Salland. Foto: JMK Media

Agrarisch landschap van Salland. Foto: JMK Media

Zowel in Brussel als Den Haag wordt deze jaren koortsachtig nagedacht over de toekomst van onze landbouw. Schaalvergroting en intensivering hebben na de Tweede Wereldoorlog veel goeds gebracht op het terrein van voedselproductie en economie, maar tegelijkertijd ook grote schade aangericht aan dierenwelzijn, biodiversiteit en milieu. Onze landbouwgebieden zijn verworden tot uiterst uniforme graslanden en akkers, waar bijna geen vogel meer te zien is en het aantal insecten en vlinders met driekwart is afgenomen. Niet voor niets klinkt binnen de samenleving en de politiek een steeds dringender oproep voor een nieuwe, duurzame koers van de agrarische sector. Hoe kunnen we onze landbouwproductie zodanig vernieuwen dat het platteland weer een gebied wordt dat als vanouds rijk is aan biodiversiteit? En hoe krijgt het agrarische landschap weer de veelzijdige functie terug die het vanouds had? Gek genoeg speelt het verleden bij deze toekomst een cruciale rol.

Veel mensen denken dat biodiversiteit een-op-een samengaat met natuurlijkheid: hoe natuurlijker een gebied wordt, hoe hoger het aantal plant- en diersoorten en hoe waardevoller het ecosysteem. Dat is echter een misvatting. Historisch-ecologisch onderzoek maakt duidelijk dat het juist de gevarieerde wisselwerking tussen mens en natuur is die een ecosysteem zo divers maakt. Omdat de mens in elk landschap, op elke plek, in elk jaargetijde en in elke periode van de geschiedenis steeds weer iets anders deed in ook steeds wisselende intensiteit, is in de loop van de duizenden jaren een uiterst gevarieerd landschap ontstaan met een al even gevarieerde bijbehorende natuur. Verweving was daarbij het sleutelwoord: elke activiteit van de mens leidde tot heel specifieke plekken en omstandigheden in het landschap, plekken en omstandigheden waarin bepaalde dieren en planten zich prettig voelden. Mens en natuur waren in het vroegere boerenland dus heel intensief met elkaar verweven, wat eeuwenlang tot een ongekende biodiversiteit op het platteland leidde.

Het ging echter mis na de Tweede Wereldoorlog toen de landbouw steeds grootschaliger en intensiever werd: ruilverkaveling, diepe ontwatering, grootschalige mechanisatie, intensivering van de bemesting en een sterke toename aan bestrijdingsmiddelen leidden in enkele decennia tijd weliswaar tot een bloeiende agrarische economie, maar tegelijkertijd ook tot een sterk verschraald ecosysteem op het platteland: geen grutto die nog roept, geen bij die meer zoemt en ook in de bodem zit nauwelijks leven meer.

Daar kwam bij dat vanaf de jaren tachtig onder landschapsarchitecten en planvormers de zogenaamde casco-planning populair werd: geef landbouw, natuur, recreatie, wonen en werken elk hun eigen plek in het landschap, zodat ze daar kunnen floreren en geen last hebben van andere functies. Ook dat is een enorme miskleun gebleken. De natuur verdween hierdoor nog meer uit het boerenland en trok zich volledig terug tot bestaande reservaten en nieuw ontworpen natuurontwikkelingsgebieden. Op het eerste gezicht leek dit winst, maar achteraf bezien weegt deze nieuw gecreëerde natuur bij lange na niet op tegen het enorme verlies aan biodiversiteit in de voor dat doel opgegeven landbouwgebieden. Nooit is er een sterkere scheiding tussen landbouw en natuur geweest dan in onze tijd en nooit is het platteland zo arm geweest aan planten- en dierenleven. En dat is zeker niet alleen de schuld van de boeren.

Biodivers cultuurlandschap rond Amen (Drentsche Aa). Foto: Peter van Bolhuis.

Wanneer we deze mammoettanker in de komende decennia van koers willen laten veranderen en weer een platteland terug willen hebben dat duurzame voedselproductie combineert met een gevarieerd landschap, een schoon milieu, dierenwelzijn en biodiversiteit, dan dienen we het huidige beleid van scheiding van functies snel los te laten en weer terug te gaan naar allerhande vormen van verweving: verweving van landbouw en natuur, verweving van lokale productie- en consumptiesystemen, verweving van zorg voor bodemkwaliteit, waterkwaliteit en agrarische teelten en zeker ook de verweving van oude vakkennis met nieuwe vraagstukken. Want hoe kwam het eigenlijk dat het boerenlandschap nog in de jaren vijftig nog zo’n enorme rijkdom aan graslandplanten, akkerflora, vogels en insecten had? Wat deden die boeren toen eigenlijk precies? En kunnen we van die vroegere praktijkkennis gebruik maken om nieuwe eenentwintigste-eeuwse oplossingen te bedenken voor de actuele landbouwvraagstukken?

Natuurlijk kan de geschiedenis nooit en te nimmer worden teruggedraaid. Maar toch blijkt historische kennis van het pre-moderne boerenbedrijf en het pre-moderne landschap en ecosysteem van cruciaal belang voor nieuwe duurzame toekomstperspectieven voor het platteland. Zo blijkt oud grasland met een kleinschalig microreliëf, een wormenrijke bodem en een gevarieerd seizoensbeheer goud waard voor weidevogels. Ook binnen de toekomstige landbouw is op dit punt veel mogelijk. Voor de akkerbouw geldt hetzelfde: het nieuwste onderzoek wijst erop dat een gevarieerd landschap heel veel biodiversiteit oplevert en prima kan worden gecombineerd met een duurzame voedselproductie. De rijkdom van het agrarische verleden en de praktijk- én wetenschappelijke kennis van historische landbouwsystemen en landschappen zijn de inspiratiebronnen bij het toekomstige onderzoek.

Landbouwgeschiedenis heeft echt toekomst !

Theo Spek is hoogleraar Landschapsgeschiedenis en hoofd van het Kenniscentrum Landschap RUG aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Verder lezen:
https://www.collegevanrijksadviseurs.nl/adviezen-publicaties/publicatie/2020/09/08/pilot-landschapsinclusieve-landbouw

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Het Huygens Instituut beoogt de Nederlandse geschiedenis en cultuur inclusiever maken. Het ontsluit historische bronnen en literaire teksten en ontwikkelt innovatieve methoden, tools en duurzame digitale infrastructuur.