Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#erfgoed
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#archieven
#slavernij
#Gender

Een agenda voor de religiegeschiedenis

In 2009 constateerde de American Historical Association dat religie het meest belangrijke thema van het historische onderzoek in Amerika was geworden. Deze aandacht voor religie kwam grotendeels voort uit het maatschappelijke debat na 9/11. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse geschiedschrijving waar religie veel minder prominent aanwezig is: in de artikelen in bijvoorbeeld een tijdschrift als BMGN-LCHR is slechts weinig aandacht voor dit thema. Het jonge vakgebied religiegeschiedenis (dat in het Nederlandse taalgebied pas in 2002 als term is geïntroduceerd) presenteert zich als oplossing voor dit gebrek aan aandacht voor religie. Aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, een plaats waar veel religiehistorisch onderzoek wordt verricht, werd een panelgesprek georganiseerd rond de vragen die de komende jaren op de agenda van religiehistorici zouden moeten staan. Aan de paneldiscussie, onderdeel van het eeuwfeest van de geschiedenisopleiding van de VU, namen Markha Valenta (Radboud Universiteit Nijmegen), Peter van Dam (Universiteit van Amsterdam) en Bart Wallet (Vrije Universiteit) deel.

Historiografisch manco

Valenta verklaart het gebrek aan aandacht voor religie in de Nederlandse geschiedwetenschap door te wijzen op de hardnekkige mythe van de secularisatietheorie. Vanuit deze theorie denken wetenschappers religie af te kunnen bakenen van politieke, sociale of culturele velden. Religie moet in haar visie echter als wezenlijk onderdeel van de modernisering zelf worden onderzocht in plaats van als tegenhanger van secularisatie.  Wallet constateert dat er in de historiografie een breuklijn loopt rond het jaar 1800. Voor mediëvisten en vroegmodernisten is de aandacht voor religie als integraal onderdeel van de geschiedschrijving vanzelfsprekend, voor historici van de moderne geschiedenis veel minder. Religiegeschiedenis presenteert zich als oplossing voor dit  historiografisch manco. Wallet vindt dit problematisch: de geschiedenis van religie moet integraal onderdeel worden van de moderne en contemporaine geschiedschrijving.

Tegelijkertijd stelt Wallet dat het in het publieke en academische debat te vaak gebeurt dat religie als factor wordt vervangen door politieke of sociale factoren. Als voorbeeld noemt Wallet de discussie over islamitisch terrorisme. In dat debat wordt over het algemeen een direct verband gelegd tussen het terrorisme en de religieuze bron. Anderen, waaronder veel sociale wetenschappers, herleiden de oorzaken van het terrorisme tot louter sociale of politieke motieven zoals armoede of discriminatie. Religie is in hun verklaring geen motief meer. Wallet vindt zowel de eerste, monocausale, als de tweede verklaring problematisch. Historici moeten volgens hem expliciet ruimte maken voor religie en geloof als zelfstandige verklarende factor in de geschiedenis. Als mensen claimen uit religieuze motieven te handelen, moeten historici dat serieus nemen. Tegelijkertijd moeten deze religieuze factoren worden ingebed in hun sociale, politieke of culturele context.

Sociale religiegeschiedenis

Van Dam betoogt dat religiehistorici een sociale geschiedenis van religie moeten schrijven, gericht op de vraag hoe ideeën over religieuze gemeenschapsvorming veranderen op termijn. Uitgangspunt is het idee dat de maatschappelijke positie van religie niet het resultaat is van één dominante opvatting, maar een wisselwerking tussen verschillende visies (vanuit verschillende religieuze en niet-religieuze groepen) en externe factoren (zoals de sociale positie van gelovigen). Maatschappelijke organisaties zijn volgens Van Dam een goede maatstaf om de plaats van religie in de maatschappij te laten zien: juist die organisaties bemiddelen tussen de opvattingen van kerken, individuen en de overheid.

Monument voor het derde eeuwfeest van de Hervorming, 1817. Beeld Rijksmuseum.

Wallet betoogt dat historici de ‘binnenkant’ van religie moeten onderzoeken. Er is weinig onderzoek gedaan naar vroomheid en devotie na 1800 terwijl dit soort onderzoek volop beschikbaar is voor de Middeleeuwen en vroegmoderne tijd. Preken vormen bijvoorbeeld een uitstekende, maar door historici van de moderne tijd weinig bestudeerde bron om de dynamiek van religie te onderzoeken. Dit hangt samen met de emanciperende werking die verbonden was aan de traditionele beoefening van kerkgeschiedenis. Vooral katholieke en gereformeerde groepen hebben hun geschiedenis gebruikt om zich als groep ‘in te schrijven’ in de nationale geschiedenis. Dit emanciperende karakter brengt een sociologisch taalgebruik met zich mee: er is veel geschreven over religieuze emancipatie. Dit leidde tot een sterk vertekende religiehistorische kaart: we weten veel over de katholieke en gereformeerde geschiedenis, maar weinig over de geschiedenis van de hervormden.

Tot slot

Kortom, in het panelgesprek werden de drie wetenschappers erover eens dat religie moet worden onderzocht als centraal element in de moderne geschiedenis. De opgeworpen vragen en aangewezen leemtes in de geschiedschrijving bieden volop aanknopingspunten voor historici. Tegelijk werden er ook enkele conceptuele problemen aangewezen. Het begrip religie, door westerse wetenschappers in het koloniale tijdperk ontwikkeld, is problematisch. De religiehistorische analytische gereedschapskist is gevormd in een liberaal-protestantse wetenschappelijke omgeving, waardoor protestantse begrippen van religie worden ingezet om heel andere vormen van religie te onderzoeken. Deze problemen hoeven echter niet te leiden tot het afschaffen van het begrip. Historici kunnen de geschiedenis van religie in haar brede culturele en politieke context onderzoeken als zij zich bewust zijn van het beladen karakter van het begrip religie. Doel blijft uiteindelijk om de geschiedenis van religie op te nemen als integraal onderdeel van de geschiedschrijving.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.