Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#recht
#kolonialisme
#archieven
#Tweede Wereldoorlog
#slavernij
#inclusiviteit
#Gender
Gepubliceerd op 07-02-2019

Elektriciteit. Stille motor van Europese integratie

De Europese integratie startte met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), toch? Dit lijkt het standaard beeld te zijn: een nieuw en succesvol proces van toenemende samenwerking tussen landen dat zich sinds 1952 voltrok. Dit is ook wat de Europese Unie (EU) het liefst verkondigt om haar ‘uniekheid’ te benadrukken. De nationale, pardon, Europese feestdag is hier op gebaseerd: Robert Schumandag, naar de Franse bewindspersoon die de officiële aanzet gaf tot de EGKS, is tegenwoordig Europadag.

Tijd voor continuïteit

Toch valt hier vanuit historisch oogpunt nog op af te dingen. Recente artikelen in het veld van Europese integratiegeschiedenis werpen een ander licht op deze periodisering. In een in mei 2018 verschenen bijdrage aan dit debat verwerpen historici Kiran Klaus Patel (Maastricht University) en Wolfram Kaiser (University of Portsmouth) dat de EGKS de start van het Europese integratieproject was. Daarmee bestrijden zij ook het beeld dat het einde van de Tweede Wereldoorlog een eenduidige cesuur was en dat het bekijken van eerdere vormen van Europese coöperatie noodzakelijk is. Het bestuderen van voorlopers op het Europese project, en eerdere gedachten over hoe Europese samenwerking vorm te geven, is volgens deze onderzoekers een goede manier om verdere verdieping te geven aan de geschiedenis van integratie. Hierbij adviseren zij te kijken naar de ‘dragers van continuïteit’; ideeën, personen, en structuren die ervoor zorgden dat eerdere ervaringen en inzichten niet verloren gingen.

Stromen van stroom

Materiële netwerken spelen hierbij een belangrijke rol. Immers, het hedendaagse (maar juist ook het vroegere) vrije verkeer van goederen, mensen en kapitaal functioneert niet zonder deugdelijke transport- en communicatiesystemen. Veel van dergelijke systemen zijn niet alleen verknoopt op een Europese schaal, ze zijn vaak al decennia oud, en bouwen voort op ideeën en persoonlijke netwerken die reeds in het interbellum ontstonden – in sommige gevallen zelfs nog eerder. Dit is niet nieuw. Enkele jaren terug bestudeerden onderzoekers in Eindhoven in een door NWO gesponsord onderzoeksprogramma deze kwestie. Een voorbeeld van een materieel netwerk en continuïteit is elektriciteit. Tegenwoordig raken we in paniek als de stroom uitvalt – we zijn gewend geraakt aan een ononderbroken elektriciteitsvoorziening. We vragen ons bijna nooit af hoe dit systeem werkt (zo lang het maar werkt!) en hoe het is verknoopt op een Europese schaal – een geografische schaal die niet overeenkomt met EU-lidmaatschap. Toch is het Europees elektriciteitssysteem een goed voorbeeld van continuïteit. Hoewel tot stand gekomen in de jaren ‘50, en daarna uitgebouwd, dateert de Europese samenwerking van het begin van de 20ste eeuw.

Bron: Oliven, Oskar. “Europas Großkraftlinien: Vorschlag eines europäischen Höchtspannungsnetzes.” Zeitschrift des Vereines Deutscher Ingenieure 74, no. 25 (June 21, 1930): 875–79.

De eerste elektriciteitsnetwerken ontstonden aan het einde van de 19e eeuw rond de Rijn en waren direct grensoverschrijdend. Het oudste voorbeeld is de Centrale Commissie voor de Rijnvaart, opgericht direct na het Congres van Wenen met als doel om transportverkeer via de Rijn te reguleren. Het einde van de Eerste Wereldoorlog zette, gedragen door de Europese beweging,  een kruisbestuiving van Europese ideeën in gang. Er ontstonden plannen voor de bouw van elektriciteitsnetwerken. De eerste plannen voor een Europees netwerk werden besproken, gestoeld op twee noties: allereerst een meer rationeel gebruik van grondstoffen en productiemiddelen, en ten tweede het fysiek bouwen van Europa. Hoewel zo’n netwerk niet tot stand kwam bleef het een punt op de agenda van beleidsmakers en ingenieurs. Na de oorlog voorzag het Marshall Plan dergelijke noties van een financiële impuls, en hielp de Organisatie voor Europese Economische Samenwerking (voorheen OEEC, nu OECD) met het scheppen van een institutioneel raamwerk in 1951: the Union for the Coordination of Production and Transmission of Electricity (UCPTE). Dit verbond van netwerkbeheerders verzorgde de elektriciteitsstromen door Europa tot 2009, en kende een ruimer lidmaatschap dan de EGKS en Europese Gemeenschap. Hierna ging de UCPTE over in een nieuw platform dat beter aansloot bij de EU’s interne energiemarkt (ENTSO-E).  Deze technische en institutionele samenwerking bouwde voort op personen met interbellum-ervaring maar ook op de technologische erfenis – bestaande netwerken maar ook uitbreidingen gedaan onder Duitse bezetting.

Completer en complexer

Dit lange proces leidde tot een netwerk met wel degelijk een Europees karakter. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat het overeenkomt met het lidmaatschap van de EU, en valt als zodanig ook niet volledig onder EU energiebeleid. Om de hedendaagse Europese (energie)politiek te begrijpen kunnen we dus niet alleen de periode na 1945 of strikt alleen de EU en voorlopers in ogenschouw nemen. Niet alleen de naoorlogse breukervaring, maar juist de continuïteiten die teruggrijpen op succesvolle en onsuccesvolle integratiepogingen in de 19e en vroege 20e eeuw bieden een completer, maar ook complexer beeld van de voorgeschiedenis van de EU. Het toont aan dat Europese studies niet alleen over de naoorlogse periode of de EU en voorlopers zouden moeten gaan.

Met deze blog lanceert de geschiedenisafdeling van Maastricht University haar departementsblog: Mosa Historia. Op de blog zullen regelmatig bijdragen verschijnen van Maastrichtse historici. 

 

Vincent Lagendijk
Vincent Lagendijk is als historicus verbonden aan Maastricht University, en studeerde economische geschiedenis en promoveerde in techniekgeschiedenis. Zijn proefschrift bekeek hoe ideeën over elektriciteitsnetwerken samenvielen met noties over Europese samenwerking. Eerder schreef hij “Een Europa waar je EU tegen zegt?”.
Alle artikelen van Vincent Lagendijk
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.