Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 11-11-2015

Emotienetwerken in een complexe (erfgoed-)wereld. Een verslag van de oratie van prof. dr. Hester Dibbits

Het begrip ‘netwerk’ is sinds geruime tijd een belangrijk concept binnen de sociale wetenschappen. Door de samenleving op te vatten als een weefsel van sociale relaties tussen mensen, groepen, organisaties en instituties, zijn we bijvoorbeeld in staat de dynamieken van macht te observeren en te analyseren hoe nieuwe kennis zich in lokale netwerken verspreidt (Granovetter 1973; Castells 1996).           

In haar oratie stelt bijzonder hoogleraar Historische Cultuur en Educatie Hester Dibbits voor, de wereld van het cultureel erfgoed vanuit een netwerkperspectief te benaderen: “Vanuit een netwerkperspectief krijgen we meer oog voor de gelaagdheid en dynamiek die de erfgoedwereld kenmerken. We krijgen dan beter inzicht in de manieren waarop erfgoed in the hedendaagse samenleving tot stand komt, wordt gedeeld en gekoesterd, en bediscussieerd en bekritiseerd, ofwel: hoe erfgoed wordt gemaakt, bewaakt en gekraakt” (Dibbits 2015, 7).

Foto Hester Dibbits: Bob Bronshoff

In de onderzoeksagenda die Dibbits vervolgens voorstelt, blijkt dat ze het concept netwerk operationaliseert als de samenwerkingsverbanden tussen onderwijs en erfgoedpraktijk. Haar onderzoek zal in eerste instantie gaan richten op 1) de samenwerkingen tussen leraren in het primair onderwijs en lokale heemkundigen, 2) tussen leraren in het voortgezet onderwijs en museumprofessionals en 3) tussen docenten in het hoger onderwijs en (erfgoed-)activisten.                 

Onderzoek naar deze samenwerkingsverbanden heeft volgens Dibbits als uiteindelijk doel om “…educatieve programma’s aan te laten sluiten bij onze hedendaagse transnationale, pluriforme samenleving…” (Dibbits 2015, 19). Tevens is het van belang te kijken naar de mate waarin nieuwe visies op erfgoed – die bijvoorbeeld binnen de kritische erfgoedstudies worden ontwikkeld – hun weg vinden naar de erfgoedpraktijk en het onderwijs. Wordt erfgoed enkel gepresenteerd als het succesverhaal van de lokale of nationale gemeenschap, of wordt er ook aandacht besteed aan de schurende kanten? Wordt erfgoed voorgesteld als een cultureel gegeven, of wordt er ook gereflecteerd op de wijze waarop erfgoed wordt geconstrueerd? En hoe wordt er in educatieprogramma’s omgegaan met botsende interpretaties van het verleden?

Dit verslag biedt niet de ruimte een compleet overzicht te geven van de inzichten die Dibbits onderzoek opleveren, of zullen gaan opleveren. Maar wat we nu reeds kunnen concluderen is dat de Nederlandse erfgoedwereld een hoogleraar rijker is die wetenschappelijke theorie weet te koppelen aan een ruime praktijkervaring. In die zin weet Dibbits hopelijk ook haar eigen netwerk te creëren tussen haar leerstoel aan de Erasmus Universiteit, haar lectoraat aan de Reinwardt Academie en haar vele contacten in het erfgoedveld.

Daarnaast is het duidelijk dat Dibbits een heldere kijk heeft op de maatschappelijke rol van erfgoededucatie: erfgoededucatie moet mensen binnen onze complexe samenleving bij elkaar brengen, moet begrip voor anderen creëren, en erfgoedprofessionals moeten vooral ook kritisch op hun eigen werk (kunnen) reflecteren. Juist de nadruk op samenwerkingsverbanden zorgt er voor dat dynamiek, uitwisseling en wisselwerking in het centrum van de onderzoeksaandacht staan. De resultaten van dit onderzoek kunnen dan ook meer begrip voor en kennis over de erfgoedpraktijk opleveren. Zijn lokale heemkundigen bijvoorbeeld wel zo traditioneel als ze soms worden voorgesteld?   

Tegelijkertijd heeft Dibbits’ onderzoek de potentie om erfgoedbeoefenaars ‘hands-on’ te assisteren in een kritische en zelf-reflectieve omgang met het verleden. Hoe vinden de nieuwe inzichten van de kritische erfgoedstudies bijvoorbeeld toegang tot het erfgoedveld? En hoe kunnen ze op een toegankelijke en aantrekkelijke wijze aan een breed publiek worden gepresenteerd?   

Binnen de netwerkstudies wordt regelmatig het onderscheid tussen ‘verbinding’ en ‘overbrugging’ gemaakt. Verbinding bevestigt en verdiept de relaties binnen een bestaand netwerk. Overbrugging zorgt er voor dat nieuwe kennis en inzichten een netwerk binnenkomen. De nadruk die Dibbits legt op samenwerking doet haar onderzoek in het teken staan van overbrugging. Overbrugging tussen de wereld van de erfgoedpraktijk en -educatie, tussen professionals en amateurs én tussen de wetenschap en het erfgoedveld.                      

Dorus Hoebink

N.b. Prof. dr. Hester Dibbits sprak haar oratie uit op 16 oktober 2015 aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De tekst van haar oratie is via deze pagina te downloaden. Dorus Hoebink MA is docent aan de Erasmus School of History, Culture and Communication, EUR Rotterdam.

Foto Hester Dibbits: Bob Bronshoff.

                            

 

           

 

 

 

 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.