Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 06-10-2015
Door Susan Hogervorst
Susan Hogervorst

Geschiedeni(k)sonderwijs

In november 2014 startte Staatssecretaris Dekker (onderwijs) onder de noemer #Onderwijs2032 een nationale brainstorm over het curriculum op basisscholen en middelbare scholen. Het door hem ingestelde Platform Onderwijs2032 heeft het oor in onderwijsland te luisteren gelegd om tot een advies te komen. Dat (concept)advies is er nu, sinds 1 oktober. Hoe ziet het schoolvak Geschiedenis er in 2032 uit, als het aan het platform ligt?

Vakoverstijgend

“‘Om de wereld om hen heen te begrijpen en vorm te geven, hebben leerlingen essentiële kennis en vaardigheden nodig. Die worden niet in de vorm van vakken gegoten. Eerder zijn maatschappelijke thema’s en de vragen van leerlingen leidend”, aldus de commissie, die dus nogal neigt naar de brede, liberal arts and sciences-benadering die ook tot de universiteiten is doorgedrongen. De commissie denkt aan drie domeinen: natuur & technologie, mens & maatschappij en taal & cultuur.

Vakoverstijgend en interdisciplinair werken kan heel zinvol zijn; dat zal menig historicus beamen. Het was ook één van de aanbevelingen van #Geschiedenis2032, de discussiemiddag van docenten, vakdidactici en historici over de toekomst van het geschiedenisonderwijs, afgelopen juni. Maar bij het bepalen wat er in de vaste kern van die domeinen terechtkomt, gaat het mis. Enerzijds is volgens het Platform “de kennis belangrijk die gaat over de Nederlandse geschiedenis en identiteit. Anderzijds is toekomstgericht denken van belang: leerlingen leren iets niet omdat dat historisch zo gegroeid is, maar omdat het voor de toekomst van belang wordt geacht. Dat betekent dat er onderdelen kunnen worden geschrapt die in de huidige leermethoden vanzelfsprekend zijn. Te denken valt aan de grote hoeveelheid topografische, historische en natuurwetenschappelijke feitenkennis die leerlingen nu aangeleerd krijgen.”

Burgerschap

Hier zijn in elk geval twee zaken tegen in te brengen (en ongetwijfeld nog meer; de discussie is geopend!). Ten eerste spreekt er uit deze visie, behalve een onderschatting van het vak geschiedenis als verzameling feitenkennis, een wel zeer naar binnen gekeerd perspectief op de wereld. Het instrumentele gebruik van geschiedenis als basis voor (nationale) identiteitsvorming wordt nog eens extra onderstreept door een ander kernpunt van het hoofdlijnenrapport, namelijk de nadruk op burgerschap, dat sinds kort al verplicht is op scholen, maar “een prominentere positie in de vaste kern moet krijgen. Dat betekent meer aandacht voor sociale vaardigheden, vooral het tonen van respect voor anderen. Het onderwijs dient leerlingen meer kennis van de rechtsstaat, democratische waarden en mensenrechten bij te brengen. Ze krijgen een beeld van de werking van de samenleving (…) en  in de manieren waarop ze daaraan kunnen bijdragen.” Op het punt van het toekomstgericht denken, dat voor het vaststellen van wat er in de domeinen thuishoort leidend zou zijn, spreekt de commissie zichzelf dus flink tegen: dit voorgestelde “‘onderwijs van de toekomst” is bij uitstek “historisch zo gegroeid”, in een wel heel recent verleden. Juist een diachroon, historisch perspectief is nodig om het maatschappelijke debat te kunnen begrijpen en, waar nodig, te relativeren.

Ongewis

Een tweede punt sluit daarbij aan: de toekomst leidend laten zijn voor beslissingen in het heden is niet alleen tamelijk lastig, zelfs voor historici, maar in dit verband ook paradoxaal: het lijkt wel alsof hiermee een voorschot wordt genomen op de veronderstelde historische ontworteling van de samenleving, die juist als problematisch wordt ervaren. Te weinig gedeelde geschiedenis, te weinig gedeelde identiteit, dan maar een vlucht naar voren en te rade gaan bij een – ongewisse –  toekomst. Juist in deze tijd van globalisering, crisis en grote conflicten die merkbaar dichtbij komen, is de behoefte aan oriëntatie in (onder meer) het verleden heel groot. Mensen zijn ook op allerlei manieren bezig met het verleden. Het zou daarom juist goed zijn om leerlingen te laten reflecteren op die veelvormige historische cultuur, en op het verband tussen geschiedenis en de vorming van identiteiten, zo staat ook in de aanbevelingen van #Geschiedenis2032. Dán maak je kritische (wereld)burgers.

Vervolg

Nu de hoofdlijnen van het advies er liggen, wil het platform doorpraten met de sector, om rond de jaarwisseling met een definitief advies aan de staatssecretaris te komen. Hoog tijd dus om onze visie te geven, juist ook vanuit de wetenschap! Carla van Boxtel trapt binnenkort af voor een nieuwe ronde in de discussiegroep op deze site. Wordt vervolgd.

 

Geslaagd congres, zorg over de toekomst
Door Susan Hogervorst
Heeft het nieuwe eindexamen Geschiedenis toekomst?
Door Susan Hogervorst
Van VWO-examen naar WO-tentamen
Door Suzan Folkerts
Susan Hogervorst
Susan Hogervorst is universitair docent historische cultuur en geschiedenisdidactiek aan de Open Universiteit. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in het project WAR! Popular Culture and European Heritage of Major Armed Conflicts, waarin ze zich richt op het gebruik van ooggetuigenherinneringen in musea, in de klas en online.
Alle artikelen van Susan Hogervorst
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.