Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#recht
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#inclusiviteit
#gender
#slavernij
Gepubliceerd op 14-12-2015

Geschiedenis in gevaar. Een interview met Antoon De Baets – Deel 2: ‘Historici hebben te weinig aandacht voor het recht op waarheid’

Een belangrijke taak van het Network for Concerned Historians (NCH) is bewustwording onder historici van mensenrechtenschendingen en repressiepatronen, stelt De Baets (zie het eerste deel van dit interview). Waarom is dat eigenlijk nodig? ‘Het inzicht daarin evolueert snel, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het nieuwe recht op waarheid. Historici hebben daar veel te weinig aandacht voor. Dit is een sterk mensenrecht dat al sinds het begin van de jaren ‘90 wordt gepropageerd door de VN en sindsdien ook toegepast wordt door internationale gerechtshoven. Maar de meeste historici hebben hier geen flauw benul van, terwijl het alles te maken heeft met geschiedenis. Want wat is het recht op waarheid? Het is het onvervreemdbare, onopschortbare en onverjaarbare recht van slachtoffers van mensenrechtenschendingen en hun families om de waarheid te kennen over de omstandigheden waarin die schendingen plaatsvonden en, in het geval van dood of verdwijning, om het lot van de slachtoffers te kennen.  En, niet minder belangrijk, staten hebben de plicht om dat te onderzoeken. Het is een recht voor de burgers en de maatschappij als geheel en een plicht voor de staten. Dus wat vanuit mensenrechtenperspectief het recht op waarheid heet, is vanuit het perspectief van de historicus niets anders dan het substraat van de historische waarheid: wat is er precies gebeurd?’

Onderschatting van de waarde van feiten

Daar ligt ook precies het probleem volgens De Baets. ‘Veel historici onderschatten de waarde van de feiten. Wij zijn van de interpretaties. Ik ook. En de crème van ons vak is niet alleen dat we onze feiten op een rijtje hebben, maar ook dat we op basis van onze reconstructies een interpretatie van het verleden geven. Niets mis mee, integendeel. Maar als je dat vanuit mensenrechtenperspectief bekijkt, is kennis van existentiële feiten van levensbelang. Met existentiële feiten bedoel ik: feiten over leven en dood. Neem nu iemand die verdwenen is, een historicus wordt opgepakt, verdwijnt in de cel en daar hoor je niets meer van. Dan is het recht op waarheid: weten wat er is gebeurd. Er gaan dan vaak verschillende versies rond en welke daarvan is de juiste? Dát te weten, is voor mensen in de nabijheid van degene die verdwenen is van levensbelang. Het níet weten is voor de familieleden – en dat is het revolutionaire idee van de VN geweest – een vorm van foltering, een aparte mensenrechtenschending. Dus als iemand verdwenen is, of in het geheim wordt geëxecuteerd, is er in feite sprake van twee mensenrechtenschendingen: het recht op leven van het slachtoffer zelf is geschonden, maar daarnaast is ook het recht van de omgeving die in angst zit en niets weet geschonden.’

Voor dergelijke existentiële feiten hebben historici te weinig aandacht. De Baets: ‘Natuurlijk, ik weet ook wel, dat de constructie van een feit op zich al iets is dat gestuurd wordt door jouw perceptie, door jouw theorie en jouw wereldbeeld. Afhankelijk daarvan ga je bepaalde feiten zien of vormen en andere niet. Allemaal waar. Ik weet ook wel hoe tentatief de constructie van feiten is. Maar de werkelijkheid zélf is enkelvoudig, er is maar één ding gebeurd: iemand gaat niet dood op twee verschillende manieren! Dat is de tweede wet van de logica, de wet van de non-contradictie.’

De waarheid over Rubens Paiva

Om zijn punt te verduidelijken geeft De Baets een voorbeeld. ‘Op een congres over de Braziliaanse waarheidscommissie, een maand geleden in Hannover, sprak Vera Paiva, de dochter van Rubens Paiva, een Braziliaanse parlementariër die in januari 1971 werd opgepakt en nooit meer is gezien. Zij vertelde dat er vijf versies circuleerden over de laatste dagen van haar vader: jouw vader is gevonden in de oceaan; jouw vader is in een rivier geworpen; jouw vader leeft in Cuba met een ander gezin; jouw vader is naar de gevangenis gebracht in Rio in januari 1971 en is daaruit ontsnapt, heeft een auto gestolen die in brandende toestand is teruggevonden enkele kilometers buiten de stad; jouw vader is gemarteld en even later doodgeschoten in de gevangenis. Vier van die versies werden met opzet in de wereld gebracht om de familie die al in wanhoop zat, zand in de ogen te strooien. Eén ding is zeker: Rubens Paiva is niet op die vijf verschillende manieren tegelijk aan zijn eind gekomen. Dat is op één manier gebeurd. Afgaande op het convergerende bewijsmateriaal is dat zeer waarschijnlijk de laatste hypothese. Dát is het recht op waarheid.’

Ethische code: deugden of plichten?

De Baets pleit voor codificatie van rechten en plichten in een historische beroepscode. Veel historici zijn bang dat een code ingezet gaat worden voor repressieve doeleinden. Ik ben daar ook bang voor, dus je moet goed weten wat je doet, het is geen kinderspel.’ De Baets benadrukt vooral de formatieve rol die een code kan spelen in het geschiedonderwijs. Maar ook in geval van conflicten voor de rechter waar historici bij betrokken zijn, is een code van belang. Hij betreurt het dat de discussie in Nederland in een andere richting lijkt te gaan, afgaande op de KNHG-werkgroep Beroepsethiek waar hijzelf ook bij betrokken is, en het KNHG-Najaarscongres ‘Naar eer en geweten. Beroepsethiek en de persona van de historicus’. Daar blijkt dat veel historici het liever hebben over deugden (‘epistemische deugden’ als betrouwbaarheid, onpartijdigheid en zorgvuldigheid).

De Baets: ‘Ik vind dat deugden en plichten compatibel zijn, ze zijn onderdeel van dezelfde schaal. Als je de discussie met opzet beperkt tot de deugden dan vind ik het een verarming van het debat. Dat is navelstaarderij van historici die alleen bezig zijn met “wat kunnen wij doen” en “hoe kunnen wij ons werk verbeteren”, maar er is natuurlijk ook die hele buitenwereld die ons onderzoeksonderwerp vormt, die ons werk leest en het oneens met ons kan zijn. Wij bestuderen de maatschappij en dus mag je verwachten dat er af en toe conflicten zijn. Hoe gaan wij om met conflicten, met personen die door ons beschreven worden in onze werken? Om die vraag te beantwoorden, volstaan deugden niet; daarvoor is een scherp inzicht nodig in wat onze rechten en plichten zijn.’

Wetten die impact hebben op het werk van historici

‘Er zijn vele soorten wetten die de vrijheid van meningsuiting van historici bepalen; die wetten kunnen rechtstreeks impact hebben op het werk van historici. Als een historicus die een biografie schrijft aangeklaagd wordt voor smaad en dan tegen de rechter zegt: “Ja, ik heb deugdzaam gewerkt.” Dan zegt die rechter: “Dat zal wel, maar daar brei ik niets mee.” Op dat moment is het probleem groter dan alleen die deugden. Dan is er iemand die aangesteld is door de maatschappij, de rechter, die gaat oordelen of de historicus integer, eerlijk en methodologisch correct heeft gehandeld. En dan heb je twee partijen met plichten en met rechten. Vele codes bevatten trouwens niet alleen plichten en rechten van historici, maar ook aspiraties. En die aspiraties zijn natuurlijk voor een stuk deugden. In de code die ik voorstel staan de plichten om eerlijk en nauwkeurig te zijn centraal, maar dat zijn in feite ook twee deugden. Overigens, Toby Mendel, een Canadese mensenrechtenadvocaat, vond mijn code heel zacht, met relatief weinig harde, afdwingbare standaarden, meer een code van aspiraties, dus van deugden.’

De Baets vindt dat Nederlandse historici meer over de grenzen moeten kijken, zowel naar andere landen waar al veel discussie is geweest en die een ethische code hebben – Zwitserland, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten – maar ook over de grenzen van de beroepsgroep. ‘Historici lopen lichtjaren achter op archivarissen. Zij hebben al sinds 1996 een internationale code die ook wordt toegepast in rechtszaken.’

Discussie is een goed teken

Ten slotte vraag ik hoe hij deze discussie ziet in verband met publieksgeschiedenis, de geschiedenis buiten de academie, waar hij zich minder op lijkt te richten. De Baets: ‘Je kunt de plichten van de historicus daar niet opleggen, maar je kunt wel zeggen tegen amateurhistorici: “Kijk, zo doen wij het, deze richtlijn gebruiken wij.” Een ethische code is dus goed voor meerdere belanghebbenden: geschiedenisstudenten, ervaren historici die het allemaal op een rij willen hebben, derde partijen als amateurhistorici, mensen die ons niet zo genegen zijn en ons aanklagen voor de rechter, en ten slotte de rechter zelf. Want denk niet dat iedereen zit te wachten op de werken van historici.’

Zal die historische beroepscode er uiteindelijk komen? ‘Zoals het debat nu evolueert eerder niet dan wel. Ik vind dat jammer.’ Toch ziet De Baets ook een positieve ontwikkeling. ‘Alleen al het feit dat er eindelijk discussie gevoerd wordt over een ethische code is een goed teken.’

Leonieke Vermeer is docent moderne geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen en correspondent van Historici.nl

Lees hier het eerste deel van het interview.

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.