Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 08-03-2016
Door Susan Hogervorst
Susan Hogervorst

Geslaagd congres, zorg over de toekomst

Het tweede Nationale Geschiedenisonderwijscongres en de broodnodige voortzetting van de discussie over het toekomstige Geschiedenisonderwijs

Geschiedenisonderwijs in 2032. Over dit thema hebben vele betrokken geschiedenisdocenten, lerarenopleiders en vakdidactisch onderzoekers de afgelopen maanden hevig gediscussieerd, op vele plekken in het land. Aanleiding was de door staatssecretaris Dekker aangezwengelde discussie over het onderwijs van de toekomst, en het uiteindelijke advies van het Platform Onderwijs2032 dat op 23 januari 2016 werd gepresenteerd. De implementatie van dit advies kan grote gevolgen hebben voor het geschiedeniscurriculum in het primair en voortgezet onderwijs, en voor het handhaven van Geschiedenis als zelfstandig schoolvak. Op 4 maart presenteerde de Vereniging van docenten Geschiedenis en staatsinrichting in Nederland (VGN) haar visienotitie als reactie op dit advies, in het bijzijn van 230 geschiedenisdocenten.

Dit gebeurde tijdens het tweede Nationale Geschiedenisonderwijscongres aan de Erasmus Universiteit Rotterdam – een nascholingsconferentie met ‘Geschiedenisonderwijs in 2032’ als thema, georganiseerd door de VGN en de afdeling Geschiedenis van de EUR. Het ochtendprogramma bestond uit bijdragen van Paul Schnabel, voorzitter van het Platform Onderwijs 2032, en Maria Grever, hoogleraar theorie van de geschiedenis aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, gevolgd door een pittige discussie. In de middag waren er workshops over onderwerpen als (on)gewenste geschiedenis in een diverse klas, digitale bronnen, curriculumontwerp en erfgoedonderwijs.

Meer van minder

Schnabel relativeerde in zijn bijdrage het belang van ‘zijn’ eindadvies: het advies heeft met opzet een open karakter, en is slechts bedoeld als verzameling uitgangspunten bij het vaststellen van een nieuw curriculum.  Maar hoe relativerend ook, herhaaldelijk onderstreepte Schnabel één van de belangrijkste uitgangspunten van het advies: leerlingen moeten meer leren van minder. Dat principe kan belangrijke consequenties hebben voor het schoolvak Geschiedenis. Ten eerste omdat het platform op basis van dit principe een onderverdeling heeft voorgesteld tussen enerzijds een kerncurriculum, bestaande uit Nederlands, Engels, rekenvaardigheid, digitale geletterdheid en burgerschap, en anderzijds een verplicht, maar door scholen min of meer vrij in te vullen deel voor verdieping. Ten tweede wordt bij het invullen van deze verdiepingsruimte sterk de nadruk gelegd op vakoverstijgend onderwijs. Als het aan het Platform ligt, komen er drie interdisciplinaire kennisdomeinen: Mens & Maatschappij, Natuur & Technologie, Taal & Cultuur. Op die manier wordt het onderwijs meer betekenisvol voor leerlingen, zo is de redenering. Bovendien zou dergelijk samenhangend onderwijs beter aansluiten bij de complexe vraagstukken uit de samenleving.

Geschiedenis is van generieke waarde

Behalve het dreigende ondersneeuwen van het schoolvak Geschiedenis in een breed kennisdomein, baart ook de visie op historisch besef zoals die uit het advies naar voren komt enige zorgen: ‘Bij het afbakenen van de kern gaat het wat het Platform betreft enerzijds om “cultuurdragende” kennis, waarlangs de Nederlandse geschiedenis en identiteit van de ene op de andere generatie worden overgedragen. Anderzijds gaat het om kennis waarin de toekomst voorop staat: leerlingen leren iets niet omdat het historisch zo is gegroeid, maar omdat het voor de toekomst van belang wordt geacht.’ Uit deze passage blijkt een ‘redenering die het historische perspectief reduceert en historische kennis marginaliseert’, aldus Maria Grever in haar uiterst kritische bijdrage. De specifieke competenties van het schoolvak Geschiedenis hebben volgens Grever een generieke waarde. Dat stelt ook de VGN in haar visienotitie: ‘Historisch leren denken en redeneren draagt bij aan de ontwikkeling van meer algemene vaardigheden: informatievaardigheden, onderzoeksvaardigheden, taalvaardigheden en het vermogen kritisch te denken.’ Dit blijkt ook uit empirisch historisch en vakdidactisch onderzoek, waarover evenwel niets is terug te zien in het rapport, merkte Grever op. Wanneer het vak zou verdampen in een kennisdomein, stelt Grever, is er geen voedingsbodem meer voor vak-expertise en vakspecifieke vaardigheden. Geschiedenisonderwijs over de volle breedte van het historisch proces verbreedt de horizon van leerlingen, zowel geografisch als temporeel. Daarmee kan Geschiedenis in hoge mate bijdragen aan de door het Platform zo gewenste burgerschapsvorming en persoonsvorming, zoals ook de VGN in haar visienotitie stelde.

Bezorgdheid

Schnabel onderstreepte dat Geschiedenis vergeleken met andere schoolvakken een sterk gevestigde en goed georganiseerde discipline is. Misschien dat we daarom de strijd tussen de schoolvakken – die immers allemaal zullen vechten om een verankerde plek in de voorgestelde kennisdomeinen, enigszins optimistisch tegemoet kunnen zien. Maar uit de vragen uit de zaal sprak bovenal bezorgdheid. Hoe moeten we ons een historisch perspectief voorstellen in zo’n domein Mens&Maatschappij? Misschien is er wel ruimte voor een mooi historisch verhaal op z’n tijd, maar is er ook nog wel genoeg tijd om dat verhaal uit te werken, en historische vaardigheden aan te leren? Wat betekenen die domeinen voor het dagelijks werk van de docenten, die vakspecifiek zijn opgeleid?

Veel hangt nu af van de uitwerking van dit advies door de volgende commissie: het Ontwerpteam2032 onder leiding van Geri Bonhof. Deze week wordt het advies behandeld in de Tweede Kamer. Het congres heeft in elk geval twee zaken (opnieuw) duidelijk gemaakt: 1. Het vak geschiedenis is rijk met zoveel betrokken en bevlogen docenten die ook nu weer de discussie aangingen, zelfs al lijkt niet altijd even duidelijk te zijn wat er met de inbreng ‘vanuit het veld’ gebeurt, zoals een vragensteller terecht opmerkte. 2. Het blijft voor alle betrokkenen bij ons vak van groot belang om dit proces kritisch te blijven volgen.

Geschiedeni(k)sonderwijs
Door Susan Hogervorst
Heeft het nieuwe eindexamen Geschiedenis toekomst?
Door Susan Hogervorst
Van VWO-examen naar WO-tentamen
Door Suzan Folkerts
Susan Hogervorst
Susan Hogervorst is universitair docent historische cultuur en geschiedenisdidactiek aan de Open Universiteit. Daarnaast is ze als onderzoeker verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam in het project WAR! Popular Culture and European Heritage of Major Armed Conflicts, waarin ze zich richt op het gebruik van ooggetuigenherinneringen in musea, in de klas en online.
Alle artikelen van Susan Hogervorst
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.