Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 16-05-2019

Het medium krant als levenshulp

Twee benaderingen van dezelfde gebeurtenis

Dit jaar werd op 13 mei de terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt vier eeuwen geleden herdacht. Deze tragische gebeurtenis was destijds een sensationeel of meer ingetogen nieuwsbericht of verslag waard. Abraham Verhoeven in Antwerpen koos voor een “Verhael hoe ende in wat manieren” de “Advocaet van Hollandt ende West-Vrieslant is Onthalst gheworden smaendaechs voor noen den xiij Mey Anno duysent zes hondert neghen thien”. In plaats van een verslag bood hij de kopers van zijn incidenteel verschijnende vlugschrift een houtsnede met daarop afgebeeld het schavot met de doodskist, de ter dood veroordeelde – geknield en de handen gevouwen. Op een hoek ligt een hoed en de beul heeft het zwaard hoog geheven. Er is veel soldatenvolk op de been, terwijl slechts twee mannen van nabij uit een venster toekijken en twee anderen het schouwspel op enige afstand gadeslaan. Afgezien van de geciteerde aanhef en de stok onderaan met de gegevens van de courantier vult de prent het hele enkelvoudige blaadje in klein folioformaat.

In Amsterdam publiceerde de courantier en boekdrukker Broer Jansz een in sobere bewoordingen geschreven ooggetuigenverslag – “also ick ‘t selve gesien hebbe” – van de terechtstelling in Den Haag. Dit “vliegend blad” is als een extra bulletin van zijn wekelijks verschijnende “Tydinghen uyt Verscheyde Quartieren” te beschouwen. Het verslag eindigt dan ook met de mededeling: “Wat voorders passeert, sal ik U.E[edele] toecomende Vrydaghe in de Courante mede deelen”. Wat betreft de vaste verschijningsfrequentie onderscheidde Broer Jansz zich van zijn Antwerpse collega. Bovendien was hij niet uit op het verspreiden van even opzienbarende als ongeloofwaardige verhalen die inspeelden op de zucht naar sensatie van kopers van vlugschriften. Een mix van bericht- en verslaggeving had zijn voorkeur. In opdracht van de militaire autoriteiten had hij al gerapporteerd over de belegering van Oostende in de jaren 1601-1604. Van zo’n nieuwsbrief  met als opschrift “journael oft dachregister van ‘t principaelste in Vlaanderen gesciet” in verband met de strijd tegen Spanje konden overheidsinstanties en particulieren zich afschriften laten bezorgen.

De oudste krant uit juni 1618

Gaat het om het oudste bewaard gebleven exemplaar van een wekelijks verschijnende gedrukte krant, dan komt niet Broer Jansz, maar Caspar van Hilten in beeld. Ook hij was courantier “in ‘t Leger van den Prince van Oragnien”: van Prins Maurits. Het nummer van vermoedelijk 14 juni 1618 van de “Courante uyt Italien, Duytslandt Etc.” van Van Hilten staat sinds de vondst in 1938 van de Zweedse bibliothecaris en historicus Folke Dahl in de Koninklijke Bibliotheek in Stockholm aan het begin van de Amsterdamse en daarmee van de Nederlandse persgeschiedenis. Het is niet uitgesloten dat ooit ergens een ouder exemplaar van een “Courante” of “Tydinghe” van Van Hilten, Broer Jansz of een andere courantier opduikt.

Dynamiek van vier eeuwen journalistiek

Voor de nieuwsvoorziening in gedrukte vorm speelden kranten al vroeg een belangrijke rol, omdat het wereldbeeld van steeds meer mensen erdoor verruimd werd. De opinievorming ondervond een sterke stimulans bij het begin van de strijd tussen Patriotten en Orangisten in 1780.  In de negentiende eeuw werd het tot dagblad evoluerende medium een onuitputtelijke krachtbron oor de intellectuele ontwikkeling en het politieke bewustzijn van de burgerij en later ook van de arbeidersklasse. Tegen de verdrukking en onderdrukking in werd zij een steunpilaar van de democratische staatsvorm. De mate van vrijheid en de kwaliteit van haar journalistiek vormen de toetssteen  van de rechtsstaat. Moesten de eerste courantiers nog op hun hoede zijn voor ingrepen van de overheid,  vanaf de grondwetswijziging van 1848 en de afschaffing van het dagbladzegel met zijn fiscale beperkingen in 1869 kon de journalistiek zich vrijer ontplooien.  Als advertentiemedium kreeg het dagblad economische betekenis voor het aanprijzen van goederen en diensten. De adverteerders zorgden voor stijgende inkomsten waarmee een aanzienlijk deel van de productie- en verspreidingskosten gedekt konden worden. Voor vrouwen kwam er een vrouwenpagina en kinderen kregen op zijn minst een jeugdhoekje. Het feuilleton als roman in afleveringen zorgde, vaak in combinatie met een gratis abonneeverzekering tegen ongevallen, voor een sterke lezer-bladbinding. De leus ‘De krant kunt u niet missen, geen dag’ bracht haar in de eerste helft van de twintigste eeuw in alle huisgezinnen. Desgewenst kon gekozen worden naar politieke of godsdienstige overtuiging.

“Journalistiek en dagbladbedrijf staan midden in het volle leven. Zij zullen een rijke levenstaak blijven opleveren voor al diegenen, die door aanleg en roeping zijn voorbestemd, haar te dienen.” Met deze regels sloot Robert Peereboom zijn boekje met de titel Het dagblad in 1948 af.  Zijn conclusie werd zijn motto: “De krant is er om de menschen te helpen”. De vraag of en hoe dit hoog gegrepen doel onder wisselende omstandigheden door de eeuwen heen is gerealiseerd kan ten grondslag liggen aan een originele studie vanuit een nog niet uitgewerkte invalshoek: de krant als medium dat in staat is mensen te oriënteren in hun leven en in hun door tijd en plaats bepaalde samenleving.

De digitalisering van de krant als stimulans

Dankzij de digitalisering van een nog steeds toenemend aantal titels vanaf 1618 en de gemakkelijke beschikbaarheid ervan via Delpher meen ik het begin van een nieuwe – dit keer duurzame – opbloei van de belangstelling voor het gebruik van de krant als aanvullende of belangrijkste historische bron te kunnen waarnemen. De onderzoeksvraag of en op welke wijze de krant zich als bron van zingeving ofwel ‘levenshulp’ door de eeuwen heen laat ontdekken, raakt het leven van onze voorouders en daamee ook hun wijze van betekenisvol samenleven.  Dit is de ene kant van de medaille die ik graag zie schitteren. De andere is dat met het oog op het ontwikkelen van een specifieke bronnenkritiek de vaak geringschatte “institutionele persgeschiedschrijving” een nieuwe impuls krijgt. Door deze twee sporen te volgen is de onderzoeker in staat, inzicht te krijgen in de context van een als bron gekozen titel. De achtergrondinformatie is onmisbaar om op een kennistheoretisch verantwoorde wijze tot contextafhankelijke interpretaties te komen.

 

Joan Hemels
J.M.H.J. Hemels (1944) studeerde journalistiek, publicistiek en geschiedenis aan de huidige Radboud Universiteit in Nijmegen. Hij promoveerde op 23 mei 1969 aan deze universiteit op de pers voor en na de afschaffing van het dagbladzegel een eeuw eerder. Sinds het begin van zijn emeritaat in 2009 als hoogleraar communicatiewetenschap, in het bijzonder communicatiegeschiedenis, aan de Universiteit van Amsterdam is hij honorary fellow van The Amsterdam School of Communication Research (ASCoR).
Alle artikelen van Joan Hemels
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.