Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 03-12-2015
Door Remco Raben
Remco Raben

Het spook van de dekolonisatie

Het Nederlandse geweld in Indonesië. Wat valt er nog over te zeggen? Er is de laatste maanden, zeventig jaar na het begin van de dekolonisatieoorlog, van alles over ons uitgestort: veelbelovende nieuwe bevindingen, opzienbarende fotovondsten, en een nieuwe taal: het geweld was structureel. Er was een korte journalistieke golf van aandacht, maar echt leven doet de discussie niet. Op Twitter, het Nederlandse glas water waar soms de heftigste stormen woeden, heeft het recente nieuws dan ook nauwelijks een rimpeling gegeven.

Is het beeld van de dekolonisatieoorlog nu gekanteld? Er is wel het een en ander veranderd: veteranen kunnen het debat niet meer domineren en historici zijn wakker geworden. Maar de journalistiek is nog steeds druk met de herontmaskering van het geweld en de overheid blijft afhoudend. Relevanter is dat we de discussie nog steeds langs bekende lijnen voeren. De hele discussie gaat al sinds de affaire-Hueting in 1969 over hoe erg het eigenlijk was. Dat is een logische maar wat primitieve vraag. Dat het een vuile oorlog was, wisten we dus al. En hoewel de discussie nu in andere termen wordt gevoerd, is de vraag naar de frequentie van het geweld nog steeds leidend.

“Erg”

Merkwaardig is dat de constatering dat het ‘erg’ was in maatschappelijke en journalistieke context wel voortdurend herhaling behoeft. Sinds 1969 dringt zich een tweede vraag op: waarom zijn die misdaden niet breder bekend? Hoe werkt de Hollandse doofpot? Deze twee kwesties van misdaad en doofpot zijn verknoopt geraakt en vormen het vliegwiel van de steeds terugkerende ‘discussies’. Eigenlijk reageert de goegemeente nog steeds op de conclusie van premier Piet de Jong, die na de onthullingen in 1969 concludeerde dat er alleen sprake was van incidenten. Dat geeft de discussie een sterk retro karakter, en staat goede, originele analyses in de weg.

We jagen dus al 45 jaar achter hetzelfde spook aan. Dat er nog weinig is veranderd bleek ook op 4 november, toen een groot aantal geïnteresseerden zich verzamelden in de KNAW voor een minisymposium over ‘Oorlog in Indonesië, 1945-1950’. De bijeenkomst was vooral bedoeld om het nieuwe boek van Gert Oostindie, Soldaat in Indonesië: Getuigenissen van een oorlog aan de verkeerde kant van de geschiedenis, te promoten en de voortgang van het onderzoek naar het geweld toe te lichten. Oostindies boek is een boeiende bloemlezing uit memoires en dagboeken van Nederlandse militairen. Op empathische wijze laat Oostindie de militairen aan het woord die in Indonesië vochten. Het meest waardevol zijn de soms grafische voorbeelden van geweldpleging, die her en der al waren gepubliceerd, nu bij elkaar staan.

Open zenuw

Het boek maakt enige furore, vooral door de vermelding dat het geweld ‘structureel’ was. Dus niet incidenteel. Geen ‘exces’, maar ‘gewoon’. Die nieuwe taal is niets anders dan een wat sjiekere versie van de aloude vraag ‘hoe erg was het’. Die conclusie is geïnspireerd door de ‘onthullingen’ van historicusRémy Limpach, die recent een proefschrift verdedigde (maar nog niet openbaarde) over het dekolonisatiegeweld. Het is ook de vraag of soldatenmemoires een goede bron zijn voor een dergelijke conclusie, omdat extrapolatie van het aantal passages over geweldpleging eigenlijk niet goed mogelijk is. Een analytisch begrip van het waarom van het geweld is bovendien voor de lezer nog moeilijker gemaakt doordat de fragmenten zonder tijd- en plaatsaanduiding zijn geciteerd, zodat we vooral veel vrijzwevend geweld zien – en dus zijn we eigenlijk weer terug bij Hueting, zij het wat uitgebreider geïllustreerd.

Dat de discussie nog steeds in oude, moraliserende termen wordt gevoerd bleek ook uit de manier waarop Henk Schulte Nordholt het symposium opende: ‘Welkom in de open zenuw van de Nederlandse geschiedschrijving’. Die open zenuw is er een van de politiek, en van veteranen. De eerste is nog onwillig; de tweede zijn van het toneel. Onder historici is er nauwelijks verschil van mening over de oorlog in Indonesië. Blijft de constatering dat we nog op een doofpot zitten. Die doofpot is ondertussen vooral van historische makelij. Stef Scagliola wees in haar voordracht op het ontbreken van een ‘radicale’ intellectuele traditie onder historici, die generaties lang te bleu zijn geweest om de oorlog grondig te onderzoeken.

Herhaling van zetten

Is er nu sprake van een paradigmawisseling, vroeg iemand uit het publiek. Nou nee. De trommels zijn opnieuw bespannen, de drumkit is wat uitgebreid, maar de tamboer klinkt nog steeds hetzelfde. De dubbele vraag leidt nog steeds ons debat: Hoe erg was het? En waarom is dat allemaal niet bekend? Dit zijn vragen die we ons nog vier generaties kunnen stellen zonder veel verder te komen.

De herhaling van zetten wordt bijna slaapverwekkend. Dat bleek ook weer op 25 november, toen in het Verzetsmuseum de tentoonstelling ‘Koloniale oorlog 1945-1949’ werd geopend. Een mooie expositie, met schokkende foto’s van de oorlog in Indonesië, daar niet van. Maar het verhaal van de tentoonstelling en de voordrachten die de opening begeleidden, bleven hangen in een sleets discours van aanklacht en verbazing. Symbolisch was het – ontroerende – optreden van de hoogbejaarde Joop Hueting. Op breekbare wijze nam hij de trofee in ontvangst: hij had altijd gelijk gehad. Al 45 jaar.

Diepgang

Wat we nodig hebben is werkelijk diepgaand onderzoek, nieuwe brillen, nieuwe bronnen, nieuwe kruisbestuivingen. Literatuurwetenschappers zouden het soldatenproza eens aan een discoursanalyse moeten onderwerpen. Psychologen zouden zich kunnen buigen over de soldatengeest in een tropenoorlog. Inlichtingenexperts hebben we nodig. Met een fileermes moeten we de dynamiek binnen een bataljon ontleden. Slachtoffers zoeken. We zouden de slag in Surabaya kunnen gaan naspelen om te kijken hoe Indonesiërs, Britten en Nederlanders zich onder de omstandigheden zouden gedragen. En we zouden vooral de Indonesiërs moeten betrekken. (Ook die opmerking klinkt trouwens als een gebarsten trommeltje.)

Het origineelst van de bijeenkomst op 4 november was dan ook zonder meer een presentatie van KITLV-onderzoeker Bart Luttikhuis, die bepaalde geweldsincidenten vanuit Nederlandse én Indonesische bronnen belichtte. Hij zag niet alleen opmerkelijke verschillen in de manier van verslaglegging, maar ook in de feitelijke informatie. Hij wees daarmee ook de weg naar de uitgang uit dit stroperig lopende verhaal. Kijk naar andere bronnen, hanteer een andere invalshoek, betrek andere disciplines, en, goh, waarom niet wat meer naar die Indonesiërs geluisterd?

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.