Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 16-07-2012
Door Anne-Marie Mreijen
Anne-Marie Mreijen

Historici en onderzoekscommissies: een gelukkig huwelijk?

De Onderzoekschool Politieke Geschiedenis organiseerde ter afsluiting van het jaar op 29 juni 2012 in het Huis voor de Democratie en Rechtsstaat het symposium Historici en onderzoekscommissies: een gelukkig huwelijk? Voorafgaand aan het symposium werd de nieuwe Promovendiraad gekozen. Komend jaar zullen Pieter Slaman (Universiteit Leiden), Hugo den Boer (Theologische Universiteit Kampen), Charlotte Brands (Radboud Universiteit Nijmegen) en Elisabeth Dieterman (Universiteit Leiden) zitting nemen in de raad.

Remieg Aerts, directeur van de onderzoekschool en hoogleraar politieke geschiedenis in Nijmegen, gaf in zijn introductie een overzicht van de activiteiten van het afgelopen jaar en blikte vooruit op het komend jaar. In 2012-2013 zullen er tenminste zeven bijeenkomsten worden georganiseerd en zal de internationale samenwerking verder uitgebreid worden in de vorm van een nieuw internationaal tijdschrift, het Journal of Political History en een internationaal congres.

Dirk Jan Wolffram, hoogleraar geschiedenis van bestuur en politiek aan de Rijksuniversiteit Groningen, leidde vervolgens het debat over de rol van historici in politieke onderzoekscommissies. Het panel bestond uit prof. dr. Marjan Schwegman, lid van de commissie-Davids en directeur van het NIOD, prof. dr. Hans Blom, voormalig directeur van het NIOD en mede-auteur van het Srebrenica-rapport, dr. Berber Bevernage van de Universiteit Gent die momenteel onderzoek doet naar ‘commissioned history’ en prof. dr. Ed Jonker, bijzonder hoogleraar grondslagen en geschiedenis van de geschiedbeoefening aan de Universiteit Utrecht.

Tijdens de discussie kwamen verschillende zaken die bij deelname aan  onderzoekscommissies een rol spelen aan de orde. Wolffram noemde als eerste probleem dat je als onderzoeker in een dergelijke commissie onderdeel uit maakt van politieke belangen en politieke macht, waarin de media ook een grote rol spelen. Blom benadrukte dat het onderzoek naar Srebrenica absoluut onafhankelijk onderzoek is geweest. Het NIOD kon overeenkomen dat er geen specifieke deadline werd vastgesteld en had de vrijheid zelf de groep van onderzoekers samen te stellen. De panelleden waren het er over eens dat deze samenstelling van de groep van groot belang is voor een onderzoekscommissie. Ook speelt het eventuele minderheidsstandpunt en het feit of er wel of geen andere (externe) deskundigen worden ingezet een rol.

Een van de belangrijkste punten waarop het werk van een onderzoekscommissie zich onderscheidt van het onderzoek aan bijvoorbeeld universiteiten is het principe van geheimhouding. Dat betekent dat sommige bronnen voor historici niet controleerbaar zijn, wat consequenties heeft voor de verantwoording van het onderzoek. Dit leidde tot veel discussie. Blom stelde de vraag of je om die reden geheime bronnen in het onderzoek achterwege zou moeten laten. Hij voegde daaraan toe dat je als historicus toch in de eerste plaats wil weten wat er gebeurd is en probeert te begrijpen waarom. Jonker benadrukte echter dat verantwoording achteraf essentieel is in historisch onderzoek en dat historici in staat moeten worden gesteld bronnen van collega-historici te kunnen controleren. Daarnaast werd er gesteld dat het het type onderzoek van de commissie ook een belangrijke rol speelt: gaat het om een herziening van de historiografie of om een reconstructie van de gebeurtenissen?

Schwegman ziet een kloof tussen het soort onderzoek van onderzoekscommissies en historici aan universiteiten. Ze wierp de vraag op of historici wellicht hun handen niet willen branden aan dergelijke onderzoeken. Ook noemde ze het opmerkelijk dat rapporten van onderzoekscommissies niet worden gebruikt als basis voor nader onderzoek, zoals dat bij ander wetenschappelijk werk ook vaak het geval is. Opgemerkt werd dat een rapport van een onderzoekscommissie een ander waarheidselement in zich bergt: het heeft een status die ander onderzoek nooit zal krijgen.

Een ander punt dat tijdens het symposium naar voren kwam was de vraag wat de specifieke rol van historici is in onderzoekscommissies. Waarom worden juist historici gevraagd? Wat onderscheidt hen van anderen? Bevernage was van mening dat de historicus zijn expertise steeds moet bewijzen, historici hebben weinig gezag, zijn geen topexperts en hun maatschappelijk aanzien is gering. Zij moeten de geschiedenis verklaren, maar tegelijkertijd heel voorzichtig zijn omdat zij geen hedendaags oordeel over een gebeurtenis uit het verleden willen geven. Historici kunnen geen sluitende conclusies geven, hun taak is het schetsen van een historische context en het bewaken van de ethiek in het onderzoek.  Hierin onderscheiden historici zich van juristen die uit zijn op het vellen van een oordeel. Daarnaast wees Bevernage erop dat historici binnen de verschillende wetenschapsdisciplines misschien wel het minst over een specifiek jargon beschikken. In onderzoekscommissies wordt bovendien voorzichtig taalgebruik gehanteerd, er staat bijvoorbeeld geen prikkelende these in die tot discussie uitnodigt.

Volgens Schwegman is er een verschil in benadering tussen de diverse disciplines. Onderzoekers uit andere vakgebieden zien het werk van een onderzoekscommissie wellicht meer als het tonen van de ‘lessons learned’, waarna vervolgens de boeken gesloten kunnen worden. Historici hebben dat volgens haar niet, het gaat hen om een illustratie van de voorgeschiedenis en historische context. Voortvloeiend uit deze discussie kwam vervolgens het punt van oordeelsvorming aan de orde. Volgens Jonker is geschiedschrijving altijd betekenisgeving en enige vorm van oordeelsvorming is daarom noodzakelijk in historisch onderzoek. Een onderzoekscommissie is echter in zijn ogen aan de opdrachtgever verplicht met een afgewogen oordeel ofwel een finaal eindoordeel te komen. Sowieso hebben historici in de ogen van Jonker moeite met de discrepantie tussen het bewaren van neutraliteit en oordeelsvorming.

Schwegman was van mening dat het rapport van een onderzoekscommissie als basis moet dienen voor een oordeel dat anderen vervolgens kunnen vormen. Dat wil niet zeggen dat het Irakrapport compleet vrij van oordelen is, die zitten er wel degelijk in. Blom vulde aan dat het in een onderzoekscommissie gaat om een feitelijke reconstructie en een analyse. Daar ligt volgens hem een groot verschil tussen historisch en bijvoorbeeld strafrechtelijk onderzoek. De taak van de historicus is interpretatie en analyse geven. Historici zijn geen morele experts en moeten geen politiek oordeel geven.

Tot een sluitende conclusie kwam het deze middag vanzelfsprekend niet. Het verschil tussen meer gedistantieerde en geëngageerde geschiedwetenschap blijft onderwerp van levendig debat.

Anne-Marie Mreijen, Universiteit Utrecht

Anne-Marie Mreijen
Anne-Marie Mreijen is politiek historicus. Zij specialiseert zich in twintigste eeuwse politieke geschiedenis en life writing. In februari 2018 verschijnt haar proefschrift De rode jonker. De eeuw van Marinus van der Goes van Naters (1900-2005) bij uitgeverij Boom. Vanuit haar functie als managing editor van BMGN – Low Countries Historical Review houdt zij zich niet alleen bezig met de dagelijkse gang van zaken op het redactiebureau, maar ook met de ontwikkelingen en veranderingen in wetenschappelijk publiceren en wetenschapscommunicatie zoals open access/open science.
Alle artikelen van Anne-Marie Mreijen
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.