Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 30-07-2014

Historische samenwerkingsverbanden: Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap

Nederlandse historici zijn georganiseerd in vele verschillende verenigingen, stichtingen en genootschappen. Samenwerking tussen de leden bevorderen, kennis verspreiden buiten de historische wereld, de zichtbaarheid van het specialisme vergroten: zoveel verenigingen, zoveel ambities. We besteden in deze reeks aandacht aan de historische verbanden die Nederland rijk is. Deze week spreekt Historici.nl met prof. dr. Susan Legêne, bestuursvoorzitter van het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG).

Met welk doel is dit genootschap opgericht?

Het KNHG werd in 1845 opgericht als vakorganisatie voor historici in Nederland. Het belangrijkste doel is het stimuleren van de geschiedbeoefening in Nederland. Door de beroepsgroep met alle verschillende specialismen en werkverbanden die er bestaan samen te brengen, kunnen mooie dwarsverbanden ontstaan en wordt grensverleggend onderzoek mogelijk. Onze leden komen bijeen op de jaarlijkse congressen en de tussentijdse kleinere bijeenkomsten die wij organiseren. Een belangrijk bindmiddel is het wetenschappelijk tijdschrift dat het KNHG uitgeeft, BMGN –Low Countries Historical Review dat in print maar ook online in Open Acces verschijnt. Het tijdschrift is peer reviewed, heeft een A-status en impactfactor. Historici kunnen artikelen in het Nederlands en in het Engels inzenden, daarnaast geeft het tijdschrift een overzicht van de actuele stand van zaken in het onderzoek in de vorm van discussies en een uitgebreide recensierubriek.


Omslag van de BMGN-LCHR (nummer 129-2 (2014)) 

Wie definieer je als historicus?

Een historicus is iemand die een historische opleiding heeft genoten en de methoden en technieken van het historische vak beheerst. Met andere woorden: iedereen die het historische ambacht uitoefent. In deze categorie vallen natuurlijk de academici verbonden aan de geschiedenisfaculteiten en onderzoeksinstituten. Maar ook in de archiefwereld, de museumsector, het geschiedenisonderwijs, of bijvoorbeeld de beleidssector zijn historici werkzaam. Die opvatting betekent een verruiming ten opzichte van een aantal jaar geleden. De historische wereld was veel hiërarchischer ingesteld met onderscheid tussen de geschiedwetenschappers enerzijds en personen die zich met geschiedenis bezighielden buiten de universiteiten en instituten anderzijds. Tegenwoordig heeft dit onderscheid een inclusievere betekenis, de verschillen zijn van belang voor de ontwikkeling van het vak. Historische methoden en technieken worden ook toegepast bij televisieprogramma’s of tentoonstellingen. In de vrijetijdssector plegen beroepshistorici innovatieve interventies die methodologisch en theoretisch interessant zijn. Zo bezien is de achterban van het KNHG veel omvangrijker geworden. Het KNHG kan dan ook buigen op een zeer divers ledenbestand.

Is een wetenschappelijk tijdschrift als de BMGN interessant voor alle KNHG-leden?

BMGN – Low Countries Historical Review wordt uitgegeven door het KNHG, maar het is geen clubblad dat uitsluitend relevant zou zijn voor de eigen leden. Als een internationaal erkend peer-reviewed A-tijdschrift past het in de doelstelling van KNHG om de geschiedbeoefening te bevorderen. Sinds 1 januari 2014 is dankzij de vrije digitale toegang tot het rijdschrift via Open Access het lidmaatschap van het KNHG losgekoppeld van het abonnement op het gedrukte tijdschrift. Je kunt nu dus ook lid worden zonder dat je daarbij het tijdschrift krijgt. Voor historici die zich willen aansluiten bij de beroepsorganisatie maar niet het tijdschrift op de deurmat willen, is financiëel de drempel om lid te worden daarmee zeer laag geworden.

Hoe bedien je de brede en gevarieerde groep historici?

De diversiteit van ons vakgebied en onze leden wordt weerspiegeld in het bestuur van het KNHG. Naast een voorzitter, penningmeester en secretaris heeft het bestuur vier leden die ieder een ontwikkelingen in een gedeelte van het vakgebied bijhouden. Zo zijn er bestuursleden voor het archiefwezen, het onderwijs en de musea. De bestuursleden zijn vaak werkzaam in de gebieden waarover zij berichten aan de andere bestuursleden. Daarnaast is er een bestuurslid dat zich bezighoudt met de inhoudelijke agendering en voorbereiding van seminars en congressen zoals het jaarlijks terugkerende (kleine) voorjaarscongres en (grote) najaarscongres.


Prinses Beatrix woont de opening van het KNHG-najaarscongres ‘De Vrouw 1813-1913-2013’ bij

Voor wie worden de congressen georganiseerd?

Net als de BMGN zijn ook de congressen er voor iedereen, niet alleen voor de leden van het KNHG. Tijdens het najaarscongres vindt wel de algemene ledenvergadering plaats waarin bij voorbeeld nieuwe bestuursleden worden gekozen. Wat betreft de vorm en inhoud wordt rekening gehouden met de uiteenlopende interesses van de achterban. Een goed voorbeeld is het najaarscongres van 2012 ‘Voorwerpen maken geschiedenis’ waarmee een brug werd geslagen tussen historici werkzaam in musea, archieven en aan universiteiten, en over verschillende tijdvakken en specialismen heen. Sinds 2010 roept het KNHG jonge historici op een voorstel te doen voor een congres over een thema waar zij mee bezig zijn en dat een breed publiek van vakgenoten aanspreekt. Het genootschap kiest de beste plannen uit, assisteert financieel en organisatorisch, en adviseert waar nodig en gewenst bij de inhoudelijke voorbereiding van zo’n congres, bijvoorbeeld, recentelijk, over het mensenrechtendiscourse, of over de verhouding tussen kunst en politiek.

Is een organisatie als het KNHG uniek in historisch Nederland?

Er zijn verschillende beroepsverenigingen voor historici in Nederland, in de archiefsector, in de museumwereld, in het geschiedenisonderwijs. Maar er is geen andere organisatie die al deze historici verenigt zoals het KNHG dat doet, met een stevige band met de universiteiten en het wetenschappelijk onderzoek. We hebben het predicaat Koninklijk, wat natuurlijk ook een beetje voelt als de verplichting overkoepelend te zijn voor de beroepsgroep als geheel. Ook in het buitenland bestaan soortgelijke beroepsorganisaties.

Bestaat er contact tussen de beroepsorganisaties in de verschillende landen?

Het KNHG vertegenwoordigt Nederland in de International Committee of Historical Sciences (ICHS), de internationale, overkoepelende organisatie voor vakorganisaties voor historici. In de statuten ligt besloten dat het KNHG haar doel nastreeft ‘door samen te werken met het International Committee of Historical Sciences (ICHS)’. Elke vijf jaar organiseert deze organisatie een congres voor de internationale gemeenschap van historici, het laatste vond plaats in Amsterdam en werd door het KNHG georganiseerd. Het is van belang dat het ICHS bestaat; vanwege de congressen die ze organiseren maar bovenal ook vanwege de mogelijkheden voor internationale vergelijking en netwerken. Via de BMGN werkt KNHG bovendien nauw samen met de Vlamingen, die ook onderdeel uitmaken van de ‘geschiedenis der Nederlanden’.

Valt er te leren van het buitenland?

Anders dan in andere landen hebben we in Nederland geen beroepscode voor historici. Het KNHG vindt het tijd om zo’n code ook in Nederland te ontwikkelen, op basis van een breed debat in de beroepssector. Zo’n beroepscode is geen lijst van do’s and don’t, en veel van wat we erin onder woorden zullen brengen is wellicht evident en reeds goed gebruik. Maar er zijn ook nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld: door de digitalisering ontstaan er nieuwe manieren om onderzoek te doen, krijgen we toegang tot ‘big data’, en krijgt het begrip bronnenkritiek een nieuwe dimensie. Mondelinge geschiedenis creëert nieuwe bronnen, waarvan nauwelijks vast ligt hoe ze worden bewaard en voor wie ze toegankelijk zijn. In een beroepscode kunnen ten aanzien van dergelijke vragen de uitgangspunten en regels worden vastgesteld. Tijdens het komend najaarscongres ‘Naar eer en geweten. Beroepsethiek en de persona van de Historicus’ op 28 november beginnen we het debat hierover.

Hoe zie je de toekomst van het KNHG voor je?

Het KNHG is in staat om gericht mensen bijeen te brengen op onderwerpen waarvoor binnen de beroepsgroep belangstelling bestaat. Ik vind het goed dat daarbij ook met de vorm van de bijeenkomsten en van ‘lidmaatschap’ flink wordt geëxperimenteerd, zoals begin 2014 gebeurde met een succesvolle THATcamp bij de lancering van het vernieuwde Historici.nl. Ook de wisselwerking tussen conferenties en themanummers van BMGN vind ik goed; op deze wijze vormt het KNHG mede de onderzoeksagenda en het debat onder historici. De kunst is om evenwicht te bewaren tussen de vele inhoudelijke ambities en wat organisatorisch en financieel mogelijk is. Historici.nl is daarvan een goed voorbeeld: we willen dat het een belangrijk platform wordt, niet alleen voor historici, maar ook voor de ontwikkeling van historisch onderzoek binnen specifieke ‘communities’. Dat stap voor stap verder te ontwikkelen, samen met het KNAW-instituut Huygens ING, is van groot belang.

Eerdere afleveringen van de serie ‘Historische Samenwerkingsverbanden:

Jonge Historici

Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis

 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.