Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 21-08-2015
Door Rene Spork
Rene Spork

Historische straatnamen en (on)verwerkt verleden: over Transvaal en de Afrikaanderbuurt

Indien je als stad of land je verleden goed hebt verwerkt, niet door ritueel herdenken maar door overdenken, dan kun je volwassen met dat verleden omgaan. Welke ontwikkelingen heeft je stad/land doorgemaakt, wat was de betekenis van die ontwikkelingen, wat ging er goed wat ging er fout (wat is eigenlijk ‘goed’ of ‘fout’), hoe kwam dat zo? De geschiedenis kent hoogte- en dieptepunten en de waardering voor de opeenvolgende perioden door het nageslacht verschilt soms al per generatie. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) is dan weer een held, dan weer een boef. Zijn standbeeld omver trekken in tijden van negatieve waardering doet geen recht aan de geschiedenis en verstomt noodzakelijke discussies. En je krijgt er spijt van. Volgens de jongste opvattingen is JP ‘best een goede manager’ (NRC 30 mei 2015).

Herdenken en waarderen kent vele gedaanten: in de vorm van boeken, documentaires, monumenten, standbeelden, maar ook door vernoemingen van buurten en straten. Straatnamencommissies moeten bij de bouw van nieuwe wijken op zoek naar gemeenschappelijke namen (bloemenbuurt, vogelwijk, zeeheldenkwartier). Indien straten worden vernoemd naar personen (die met uitzondering van de leden van het Koninklijk Huis vrijwel altijd zijn overleden) dan wordt onderzocht of deze personen van onbesproken gedrag zijn en bijvoorbeeld geen fout oorlogsverleden hebben. Enkele gemeenten kennen een iets luchtiger beleid en vernoemen straten bijvoorbeeld naar popgroepen als de Golden Earring (Almere, en ja die groep leeft nog) en the Rolling Stones (Nijmegen, die leven ook nog). Zie over het onbesproken gedrag van Keith Richards zijn succesvolle biografie Life (‘ik heb nooit problemen gehad met drugs, alleen met de politie’).

Thorbeckes gemeentewet (1851) noemde onder de bevoegdheden van de Gemeenteraad (art. 140, 1931 art. 174): de Raad maakt, in overeenstemming met algemene of provinciale voorschriften, de nodige verordeningen tot verdeling der gemeenten in wijken…. Daaruit vloeide ook de straatnaamgeving voort, vaak zoals in Rotterdam ondergebracht bij het Stadsarchief. In Amsterdam werden al sedert het eind der 16e eeuw de straten in de stadsuitbreidingen door Burgemeesteren van namen voorzien.

Historische straatnamen geven van tijd tot tijd aanleiding tot discussies die soms leiden tot verzoeken om straatnamen te wijzigen. De buurtbewoners van de Transvaalbuurt in Amsterdam bijvoorbeeld trokken zich lange tijd weinig aan van de historische betekenis van de straatnamen in hun wijk. Pas veel later kregen de Zuid-Afrikaanse verwijzingen een negatieve politieke lading. In de jaren zeventig groeide in Nederland het protest tegen het apartheidsregime. Daarmee kwam de Boerenoorlog in een kwaad daglicht te staan. In 1977 werd een verzoek ingediend om het Pretoriusplein te vernoemen naar Steve Biko, de vermoorde voorvechter van burgerrechten in Zuid-Afrika. Het voornemen de straatnamen te wijzigen riep met name bij oudere buurtbewoners veel protest op. Zij wezen op het feit dat de Duitse bezetter de Joodse Transvaalbuurt tot een afgesloten getto had gemaakt en dat vrijwel alle Joodse bewoners waren afgevoerd. Verandering van de straatnamen was alsof de wijk nooit had bestaan. Uiteindelijk ging de gemeente alleen akkoord met de naamgeving van het Steve Bikoplein. Zo’n tien jaar later ontstond het initiatief tot de oprichting van een anti-apartheidsmonument in de wijk. Kunstenaar Pépé Grégoire vervaardigde in 1986 een sculptuur tegen apartheid en uitsluiting. Daarmee waren beide historische gebeurtenissen (Boerenoorlog en apartheid/uitsluiting) in de buurt aan de orde gesteld. Een locatie voor het monument werd gevonden op de hoek van het Krugerplein en de Louis Bothastraat. Enkele bewoners hadden moeite met de naam Botha (opperbevelhebber van het Transvaalse leger). Die deed teveel denken aan Pieter Willem Botha, premier (1978-1984) en president (1984-1989) van Zuid-Afrika en voor velen het gezicht van het apartheidsbewind. Zij stelden voor de straat te vernoemen naar Albert Luthuli, president van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) in de jaren vijftig en zestig, voorstander van geweldloos verzet en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede. Uiteindelijk kwam er een compromis. Onder het nieuwe straatnaambordje Albert Luthulistraat is een tweede bordje geplaatst met de vermelding ‘Voorheen Louis Bothastraat’. (Ons Amsterdam, nr 4, 2012). Louis is dus gesneuveld omdat hij werd aangezien voor Pieter Willem. Ook Louis was in de ogen van de anti-apartheidsactivisten natuurlijk ‘fout.’

In meerdere Nederlandse steden zijn Afrikaanderwijken vernoemd en die reflecteren de zienswijze van Nederland op de Boerenoorlog en Zuid-Afrika in een bepaalde periode. Het daar over hebben komt reflectie op het verleden ten goede. Het verwijderen van die straatnamen oogt een beetje als geschiedvervalsing, het ontkennen van een opvatting die ooit heersend was. Het nieuwe straatnaambordje voorzien van een onderschrift ‘voorheen…’ is in dat geval beter dan niets.

In 2006 stelde Robert Baruch, portefeuillehouder (PvdA) van de deelgemeente Feijenoord (Rotterdam) voor om te onderzoeken welke straatnamen in de Afrikaanderwijk ‘fout’ zijn. ‘Fout’ is in dit geval alles wat herinnert aan het koloniale verleden. De Riebeekstraat, vernoemd naar Jan van Riebeek, stichter van de eerste Nederlandse kolonie op de Kaap, is zo’n verkeerde naam. Dat Van Riebeek zich toen vee en land heeft toegeëigend van de lokale bevolking, in zijn tijd niet ongebruikelijk, is dat een reden om nu de straatnaam te wijzigen? In deze wijk houden de straatnamen tot op de dag van vandaag de herinnering levend aan personen en plaatsen, die in de geschiedenis van Zuid-Afrika een belangrijke rol hebben gespeeld, ook al kijken we nu anders tegen die rol aan. Het wijzigingsvoorstel van Baruch heeft het dus niet gehaald, maar in Rotterdam laait de discussie nu (2015) weer op onder aanvoering van Erik van Loon. In een oproep aan burgemeester Aboutaleb stelt hij:

‘Geachte Burgemeester Aboutaleb, Vandaag 18/7 is de geboortedag van Nelson Mandela speciaal voor hem en andere Zuid Afrikaanse Nobelprijswinnaars heb ik onlangs bij de straatnamenregister van de gemeente Rotterdam een officieel verzoek ingediend om de straten in de Afrikaanderwijk vernoemd naar de racistische Afrikaanse Boeren, moordenaars, onderdrukkers en martelaars van het Afrikaanse Volk te vervangen door Afrikaanse Nobelprijswinnaars. Op 2 september a.s. wordt mijn verzoek in de straatnamencommissie besproken van de gemeente Rotterdam. Ik ben benieuwd of de straatnamencommissie mijn verzoek zal honoreren. De afgelopen 60 jaar zijn meerdere verzoeken daartoe afgewezen. Ik zal echter niet rusten totdat kinderen in de Afrikaanderwijk kunnen opgroeien met helden ipv moordernaars. Wanneer gaat u met mij de oude straten in de Afrikaanderwijk vervangen door (…) nieuwe straatnamen.’ Erg kansrijk lijkt Van Loon niet. Hij kan daarover altijd nog zitten mijmeren (zijn gedachten de vrije loop laten) bij de boom halverwege de Westersingel, die doet denken aan een mens met de armen omhoog. De boom – geplant in 1833 – werd in 1986 door de Zuid-Afrikaanse dichter Breyten Breytenbach omgedoopt tot ‘monument van de vrije gedachten’. Sindsdien staat de plataan bekend als Breytenbachboom – die officieel overigens het ‘Graf van de Onbekende Dichter’ heet.

Een paar jaar geleden ontstonden soortgelijke discussies als bovenstaande in Zuid-Afrika. De organisatie voor Afrikaanse cultuur, Federasie van Afrikaans Kultuurverenginge, vroeg premier Mark Rutte (VVD) in 2012 om hulp om straatnamen in de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoriate te behouden. In de stad zouden 27 straatnamen die verwijzen naar Nederland worden geschrapt. Het gaat om straten als de Beatrixstraat en Koningin Wilhelminastraat, waar de Nederlandse ambassade is gevestigd. Het gemeentebestuur vindt deze straatnamen aanstootgevend, omdat ze te maken zouden hebben met het koloniale en apartheidsverleden van het land. De straten worden vernoemd naar mensen als Steve Biko. De Nederlandse namen herinneren volgens de vereniging niet alleen aan de culturele en historische verhoudingen tussen Nederland en Zuid-Afrika, maar ook aan een gezamenlijke strijd tegen het Britse kolonialisme. Tja, ook een fraai argument. Het PVV kamerlid Bosma stelde er in maart 2012 vragen over aan de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: ‘Deelt u de mening dat de plannen van het Afrikaans Nationaal Congres (ANC) om de namen Beatrixstraat en Wilhelminalaan te schrappen een klap zijn in het gezicht van de Majesteit, onze koninklijke familie en van Nederland?’ De staatsecretaris: ‘De benaming van straatnamen op Zuid-Afrikaans grondgebied is een zaak van de democratisch gekozen Zuid-Afrikaanse autoriteiten. De Nederlandse regering heeft vertrouwen in het democratische proces in Zuid-Afrika.’ De rechter gelastte in april 2013 het stadsbestuur van Pretoria om te stoppen met het weghalen van straatnamen, in afwachting van de uitspraak van een nog lopend proces. Rechter Bill Prinsloo gaf tevens de opdracht aan de gemeente om binnen de twee maanden de borden met oude straatnamen terug te hangen. De Beatrixstreet in Pretoria is anno nu op de kaart nog steeds te vinden, officieel evenwel aangeduid als Steve Biko Street, Pretoria. Waarom ‘Beatrix’ moest sneuvelen is niet helemaal helder. Van Riebeeckroad in Pretoria is er bijvoorbeeld nog steeds.

Amsterdam had tot in 1956 een Stalinlaan. De sovjetleider (best een goede manager) had deze eer te danken aan de overwinning van de Sovjet-Unie op nazi-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog. De inval in Hongarije (Hongaarse opstand) en de emoties die de Hongaarse kwestie in het Westen veroorzaakten, betekende het einde van de Stalinlaan.

Zo gaat dat dus als de gevoeligheden uit een recent verleden of zelfs de actualiteit de overhand krijgen. Geschiedenis gedijt bij aandacht, discussie en overdenken. Een standbeeld kun je verwijderen, een straat kun je omdopen, dat leidt wel even tot discussie, maar dat is toch meer symboolpolitiek. Verklarende straatnaambordjes doen wat mij betreft meer recht aan het verleden dan nieuwe bordjes zonder uitleg. De straatnamendatabase van aanvullend commentaar voorzien en openstellen voor vragen en reacties snijdt wat mij betreft meer hout dan het verhangen van de bordjes. En nu maar afwachten wat er in Rotterdam gebeurt.

Rene Spork
René Spork (23-09-1955) werkzaam bij Stadsarchief Rotterdam als projectmanager publieksbereik. Heeft geschiedenis gestudeerd aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag en daarna de archiefopleiding gevolgd. Werkzaam geweest onder meer bij Ministerie Buitenlandse Zaken, Nationaal Archief (toen nog Algemeen Rijksarchief), Gemeentearchief Den Haag en Stadsarchief Rotterdam. Hoofdredacteur Archievenblad 2012-2016.
Alle artikelen van Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.