Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#erfgoed
#archieven
#kolonialisme
#recht
#Tweede Wereldoorlog
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
Gepubliceerd op 19-01-2015
Door Rene Spork
Rene Spork

Ik kwets, hij kwetst, wij kwetsen…

De aanslag op satirisch tijdschrift Charlie Hebdo van 7 januari, vanwege het publiceren van cartoons van de profeet Mohammed, werd internationaal beschouwd als een aanslag op de vrijheid van meningsuiting. Bij de aanslag vielen twaalf doden, maar de vrijheid van meningsuiting sneuvelde niet. Binnen de kortste keren toonden internationale cartoonisten op scherpe dan wel roerende wijze hun getekende steunbetuiging. Mensen gingen de straat op juist om hun mening te uiten en Charlie Hebdo verscheen ‘gewoon’ weer, dit keer in een miljoenenoplage. Steun werd betuigd met de kreet ‘je suis Charlie.’ Goed bedoeld, maar zo leuk vonden veel mensen het blad niet. Het blad wilde op humoristische wijze aanstoot geven en trapte tegen alle heilige huisjes. Charlie Hebdo kende een voorloper in het blad Hara-Kiri dat ik vroeger, begin jaren zeventig, in Frankrijk onder de toonbank moest kopen omdat het in de ogen van de autoriteiten het daglicht niet kon verdragen. Een foto-omslag van een vrouwenhoofd met een vishaak door de lippen (het visseizoen is weer geopend) lag inderdaad niet lekker tussen de Franse equivalenten van Margriet en Libelle.

In Nederland had je toen Gandalf, een ‘alternatief cultuurtijdschrift’ dat in de periode 1964-1971 een taboedoorbrekende rol in Nederland speelde (bloot en satire). Gaat het bij dit soort publicaties om de ‘vrijheid van meningsuiting’ of ‘het recht om te kwetsen?’ Een mens mag over een ander kwetsende uitlatingen doen bijvoorbeeld als die hem iets ernstigs heeft aangedaan. Mogen zeggen wat je denkt is een van de fundamentele vrijheden in het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens. Er zijn grenzen. Het kan zijn dat uitspraken een gevaar voor de staat vormen of zo lasterlijk en smadelijk zijn dat ze een ernstige inbreuk maken op iemands privacy. Dan kan een rechter ingrijpen. Zelf gewapenderhand de zaak beslechten is niet de bedoeling.

De hele zaak kent een voorgeschiedenis met de publicatie in 2005 van een serie van twaalf satirische politieke spotprenten die de islamitische profeet Mohammed toonden of betrekking hadden op Mohammed of de islam. Deze serie spotprenten leidde wereldwijd tot woede en verontwaardiging onder moslims en vervolgens tot ophef in de westerse wereld over die woede. Het afbeelden van de profeet Mohammed is omstreden, laat staan het in verband brengen van de profeet met terrorisme. De kwestie getuigt van de sinds 9/11 (2001) slechte verhouding tussen westerse en moslimlanden.

Nederland ziet zich graag als een ruimdenkend land waar plaats is voor ieders opvattingen. Je kunt zeggen wat je wilt zonder kans op 1000 stokslagen zoals in Saoedi-Arabië. Nederland mag zich dan geschokt voelen over de aanslag op Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting, nog in 2008 werd in ons land de cartoonist Gregorius Nekschot aangehouden op verdenking van belediging en aanzetting tot haat vanwege zijn cartoons over profeet M. Het OM was van oordeel dat de cartoons en de teksten strafbaar zijn (!), maar besloot de zaak te seponeren mede omdat de cartoon en teksten waartegen aangifte was gedaan niet meer online stonden. ‘Kwetsen’ kent dus inderdaad grenzen, in elk geval volgens het OM.

De afgelopen jaren is vrijheid van meningsuiting vooral synoniem geworden met religiekritiek en dat blijft een gevoelige (zie boven) kwestie. De vrijheid van meningsuiting en godslastering hebben in ons land tot 16 april 2013 op gespannen voet met elkaar gestaan: pas toen verdween de uit 1932 stammende “Wet inzake smalende godslastering” uit het Wetboek van Strafrecht. De paus stelde onlangs nog dat ‘een geloof’ niet beledigd mag worden. De vraag is: waarom niet? Bij columns en cartoons gaat het meestal om reacties op de actualiteit. Zegt de paus iets onzinnigs over bijvoorbeeld homoseksualiteit, dan regent het daarna meer of minder subtiele (getekende) reacties. Vindt er een aanslag plaats uit naam van Allah, dan mag zijn profeet rekenen op een aantal pittige tegenwerpingen, zonder dat overigens de vrijheid van godsdienst in het geding komt.

Moet alles dan maar kunnen? Nee zeggen sommige publicisten. Dat ‘alles moet kunnen’ is van een soort ‘verlichtingsdenken’ dat zijn langste tijd gehad heeft. De satire dient tot vermaak van een stedelijke elite die geen oog heeft voor minderheden. Het is ook gemakkelijk omdat je je (satirisch) venijn in een westerse democratie nagenoeg (!) zonder risico kunt spuien. Volgens antropoloog Martijn de Koning (Volkskrant 17 januari 2015) is het gebruik van Charlie Hebdo als icoon voor de vrijheid van meningsuiting en de oproep om de cartoons te herpubliceren ook een vorm van macht, een manier om de wereld in te delen in ‘wij’ en ‘zij’, om Moslims te leren de ‘juiste’ opvattingen te krijgen en om de Moslims een ‘lesje’ te leren. Hij bedoelt: kwetsen. Iets van vergelding zit er wel in, maar de vrijheid van meningsuiting is na de aanslag niet gesneuveld, juist door te blijven publiceren. ‘Kwetsen’ nemen we dan maar op de koop toe totdat de rechter anders beslist. Bovendien hoef je de publicaties niet te kopen laat staan lezen.

Stefan Paas, hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit en de Theologische Universiteit Kampen ziet het in de NRC van 19 januari juist als een teken van kracht als cartoonisten zich beheersen. Hij pleit voor een beschaafd ‘de boel bij elkaar houden.’ Enige zelfbeheersing bij lieden die naar geweld grijpen kan ook geen kwaad, lijkt me. Paas citeert John Stuart Mill (1806-1873) die zei dat sarcasme en satire gemakkelijk wapens worden van de machtigen. Vooruit, daar wil ik Spinoza (1632-1677) nog wel aan toevoegen: ‘Ieder heeft zoveel recht als hij macht heeft.’ Zo komen minderheden in een slachtofferrol, maar minderheden kunnen nog steeds kiezen uit diverse oplossingen: zelfspot (de wind uit de zeilen nemen), negeren, gevat antwoorden, een procedure starten… . In terreuraanslagen zit in elk geval een onevenredige vergeldingsdrang.

Met elkaar praten is beter dan elkaar kwetsen. Zeker, maar dat neemt niet weg dat je bijvoorbeeld in een satirisch tijdschrift best de grenzen van het fatsoen en ongemak mag opzoeken, ter vermaak van een al dan niet kleine anarchistische achterban. Publicist Joep Schrijvers (hoe word ik een rat?) wees op het nut dat ‘kwetsende kunst’ in zijn ogen heeft: ontheiligen. Dat gebeurt door het heilige in een situatie te plaatsen van laagwaardigheid. “De machthebber wil natuurlijk voorkomen dat hij ‘ontheiligd’ wordt. Vanuit zijn autoriteit probeert hij de aanvaller monddood te maken. En dat is tegen de vrijheid van meningsuiting.” Joep Schrijvers en Miryam Daru hebben daarom het virtuele museum voor kwetsende kunst opgericht, zie http://www.kwetsendekunst.nl/ Hier gaat het overigens niet alleen om religiekritiek.

Archieven en bibliotheken spelen in deze discussie als het goed is geen rol: het zijn plekken waar je informatie – ook (ooit) aanstootgevende – in context kunt raadplegen. Inhoud is geen selectiecriterium, representativiteit wel. Dat maakt deze instellingen zo waardevol.

Zie: Amsterdam, Persmuseum, Hommage aan Charlie Hebdo 11 januari 2015 t/m 31 januari 2015 – See more at: http://persmuseum.nl/expositie/hommage-aan-charlie-hebdo/#sthash.ok7oj8VX.dpuf

Zie: Rotterdam, debatcentrum Arminius,22 januari 2015 http://arminius.nu/programma/rotterdam-na-charlie-hebdo-met-burgemeester-aboutaleb/

Zie: Rotterdam, Arminius, Checkpoint Geschiedenis 4 februari 2015 http://arminius.nu/programma/de-geschiedenis-van-de-spotprent/

Rene Spork
René Spork (23-09-1955) werkzaam bij Stadsarchief Rotterdam als projectmanager publieksbereik. Heeft geschiedenis gestudeerd aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag en daarna de archiefopleiding gevolgd. Werkzaam geweest onder meer bij Ministerie Buitenlandse Zaken, Nationaal Archief (toen nog Algemeen Rijksarchief), Gemeentearchief Den Haag en Stadsarchief Rotterdam. Hoofdredacteur Archievenblad 2012-2016.
Alle artikelen van Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.