Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 05-06-2016
Door Rene Spork

Jarig?

De Koninklijke Vereniging van Archivarissen in Nederland bestaat 125 jaar. De oudste beroepsvereniging van archivarissen ter wereld viert dit jubileum met een speciaal congres op 15-17 juni in Haarlem, de plaats van oprichting (1891). Centraal staat de toekomst van het vak van archivarissen en andere informatieprofessionals. Onder de titel ‘Values in transition: perspectives on the future of the archival profession’ wordt op het congres de blik gericht op de toekomst. Wat betekenen – aldus de opstellers van het programma – de vanuit de papieren wereld zo vertrouwde concepten als integriteit, authenticiteit, toegankelijkheid en privacy in de digitale samenleving? Zijn de archivarissen en informatieprofessionals van de toekomst nog hoeders van deze waarden, of worden ze aan de hand van algoritmes straks digitaal ‘ingeregeld’? Zijn de kernwaarden eigenlijk nog wel relevant? En welke nieuwe uitgangspunten inzake informatie zijn er in de digitale samenleving nodig?

Er wordt gesproken over ‘archivarissen’ en ‘informatieprofessionals.’ Kennelijk is dat niet hetzelfde. Een archivaris is natuurlijk wel een informatieprofessional, maar andersom gaat de vergelijking niet op: bijvoorbeeld een bibliothecaris is geen archivaris, maar noemt zich wel informatieprofessional.

Wat is er veranderd in het archiefvak? Tot de invoering van de Archiefwet 1995 stond de archivaris op lange afstand van de administratie door een overbrengingstermijn van overheidsarchieven van 50 jaar na vorming. Stamboomonderzoekers en geschiedkundigen bevolkten de studiezalen. Het archiefwezen was ‘suf, duf en muf.’ Met de verkorting van de overbrengingstermijn tot 20 jaar kwamen er ook recht- en bewijszoekende burgers (kadastrale kwesties, oorlogsuitkeringen) in de archiefinstellingen. Digitalisering gaf daarnaast een enorme impuls aan de vergroting van het publieksbereik en dus aan de benutting van de archieven en collecties.

Tegenwoordig, dankzij de digitale informatiehuishouding, wil de archivaris de regie over de informatieketen. Als je mee kunt bepalen hoe het proces aan de voorkant wordt ingericht, dan heb je daar profijt van als je de informatie uiteindelijk verwerkt in laten we zeggen het elektronische depot (e-depot). ‘Actieve openbaarheid’ is daarbij een veel gehoord begrip. Zo wordt de archivaris wel onderdeel van de bureaucratie, daar waar het wellicht beter is om afstand te bewaren. Archiefinspecteurs weten hoe moeilijk het is om onderdeel te zijn van de organisatie waarop ze toezicht moeten houden.

Hoogleraar Archiefwetenschap Theo Thomassen (nu met emeritaat) kon zich voorstellen dat bezien in het licht van Europese privacywetgeving (right of erasure, ook wel aangeduid als ‘right to be forgotten’) de archivaris degene zou kunnen zijn die de burger in het digitale tijdperk helpt bij privacybescherming en dat gaat moeilijk wanneer je het verlengstuk bent van de administratie (controle). Nadenken over de toekomst van ons vak is alleen vruchtbaar als we beseffen welke keuzes we kunnen en moeten maken. Thomassen pleit voor een beroepsgroep gelijk de advocatuur, onafhankelijk van de overheid en in staat om diverse rollen/specialismen te vervullen. Theo in zijn afscheidscollege (13 mei): ‘Archivarissen moeten zich voortdurend bewust zijn van de sociale dimensies van de keuzes die zij maken en zich bij elke ontwerpbeslissing en bij elke archivistische interventie afvragen: beantwoordt dit aan de menselijke maat, respecteer ik hiermee de menselijke individualiteit, is groot hier groot genoeg? Voor mij is dit niet zozeer een kwestie van moraliteit, maar een kwestie van kwaliteit, van de kwaliteit van de professional, van de archiveringssystemen en van de samenleving. Ik ben en blijf ervan overtuigd, dat archivarissen een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan die kwaliteit, aan een maatschappij die niet op controle, maar op vertrouwen is gebaseerd.’

Terug naar de vraag of archivarissen in de digitale samenleving nog hoeder kunnen zijn van de vertrouwde concepten als integriteit, authenticiteit, toegankelijkheid en privacy? Overheidsinformatie is van de burger en wordt geacht in goede en geordende staat te zijn. Papier is geduldig, digitaal geboren informatie niet. De overheid heeft nu te maken met een hybride situatie (informatie op papier en digitaal)  waar de overheid nog niet veel grip op heeft en de archivaris dus ook niet. Veel informatie die onze privacy raakt is in handen van (zorg)verzekeraars en banken en bedrijven als Facebook en Google. Persoonlijke informatie trachten we te beschermen (DigiD) of stellen we niet aan iedereen beschikbaar via sociale media. Informatie kan statisch zijn (een personeelsdossier) maar ook dynamisch, stromend, onderhevig aan interactie (reageren). Een nog in gebruik zijnde database sla je niet op in het e-depot, maar laat je staan waar de database staat in een zo duurzaam en veilig mogelijke omgeving.

Wie is verantwoordelijk voor welke informatie, wie kan er bij, wie houdt toezicht, wie beschermt privacy en wie regelt openbaarheid? Daar waar het onderscheid tussen het openbare en particuliere domein vervaagt, geeft de Archiefwet niet overal antwoord meer op. Doemdenkers stellen ‘big data’ gelijk aan ‘big brother.’ Bedrijven en de overheid weten alles van je en het individu staat machteloos en wordt gemanipuleerd met de opmerking: ‘als je niets te verbergen hebt, waar maak je je dan druk om?’ De roman De Cirkel van Dave Eggers (‘privacy is diefstal’) geeft verder voeding aan deze gedachten.

Archivarissen moeten buiten deze maalstroom blijven en zichzelf opnieuw uitvinden. Het feit dat archivarissen zich hiervan bewust zijn stemt positief over de beroepsgroep: 125 jaar oud, maar blijkbaar niet verouderd. Archivarissen zorgen er ook na hun verjaardagsfeestje voor dat het verleden toekomst heeft.

 *in verkorte vorm verschenen in Archievenblad nr 5, juni 2016.


René Spork (23-09-1955) werkzaam bij Stadsarchief Rotterdam als projectmanager publieksbereik. Heeft geschiedenis gestudeerd aan de School voor Taal en Letterkunde in Den Haag en daarna de archiefopleiding gevolgd. Werkzaam geweest onder meer bij Ministerie Buitenlandse Zaken, Nationaal Archief (toen nog Algemeen Rijksarchief), Gemeentearchief Den Haag en Stadsarchief Rotterdam. Hoofdredacteur Archievenblad 2012-2016.
Alle artikelen van Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.