Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 12-03-2015
Door Max Kemman
Max Kemman

Je online profileren met een (micro-)blog

Het idee van Digital History is nauw verweven met dat van Public History. Online werken, publiceren, communiceren, en het publiek betrekken via online collecties en blogs zijn dan ook onderwerpen die veel aandacht krijgen in de discussie omtrent Digital History (zie bijvoorbeeld Writing History in the Digital Age).
Onlangs werd mij gevraagd om aan studenten uit te leggen waarom je zou willen bloggen, en hoe dan. Als ik rondkijk bij mijn collega-promovendi, zie ik dat er weinig geblogd wordt. Een mooie gelegenheid om een blogpost te wijden aan bloggen.

Reeds in 2012 schreef Hugh McGuire negen redenen waarom academici zouden moeten bloggen:

  1. You need to improve your writing
  2. Some of your ideas are dumb (en snelle feedback is dan handig)
  3. The point of academia is to expand knowledge
  4. Blogging expands your readership
  5. Blogging protects and promotes your ideas
  6. Blogging is reputation
  7. Linking is better than footnotes
  8. Journals and blogs can (and should) coexist
  9. What have journals done for you lately?

Hier kan nog een reden aan toegevoegd worden die met name voor historici interessant is. Blogs bieden de mogelijkheid om digitale media toe te voegen zoals afbeeldingen, video, en audio. Hierdoor wordt het mogelijk voor het publiek om het bronmateriaal van de argumentatie te bekijken, en wordt de narratief meer open en inzichtelijk. Bovendien kunnen zulke media een blogpost ook net wat aantrekkelijker maken.

Mijn eigen ervaringen

Hoewel ik nog niet overtuigd was van wat een blog zou opleveren, begon ook ik 2,5 jaar geleden voorzichtig met een blog. Ik blog niet overdreven veel; in totaal heb ik tot nu toe 31 blogposts geschreven, wisselend van korte updates met betrekking tot geaccepteerde papers, tot langere uiteenzettingen van ideeën of conferentieverslagen. Echter, als ik nu terugkijk, kan ik duidelijk de vruchten aanwijzen:
Ik ben er meer beter gaan schrijven. Niet alleen schrijf ik meer, door mij bewust te zijn van een breder publiek met beperkte aandacht (er zijn immers miljoenen andere blogs om te lezen), ben ik meer to-the-point gaan schrijven. Daarnaast geeft een blog de mogelijkheid om te experimenteren met schrijfstijlen, zoals het dikgedrukt schrijven van kernpunten.
Ik ben er beter door gaan luisteren en nadenken. Onderzoek laat zien dat je informatie beter verwerkt en onthoudt als je het actief in je eigen woorden zet. Doordat ik weet dat ik na een conferentie of workshop dit in een samenhangende blogpost wil beschrijven, luister ik beter naar wat me interesseert en probeer ik tijdens een conferentie al de lijnen te trekken hoe het geheel samen te vatten (zie bijvoorbeeld deze blogpost over DHBenelux 2014). Voor Twitter geldt dit zelfs in extreme; het dwingt me niet alleen om de ideeën samen te vatten in mijn eigen woorden, maar ook nog eens binnen de limiet van 140 tekens. Daarnaast geeft ook hier een blog de mogelijkheid om te experimenteren; je kan schrijven over elk onderwerp dat je interesseert, en dan ontdek je ook daardoor de onderwerpen waar je je echt in wilt vastbijten.
Ik kreeg een breder publiek. Dit wordt vaak als voordeel genoemd, maar is geenszins een garantie. Er zijn zat blogs die amper gelezen worden, en ook ik schrijf regelmatig blogposts die dan door een handjevol mensen gezien worden. Maar de potentie is er wel. In 2014 ontving mijn blog zo’n 2000 unieke bezoekers. Dat maakt me geen beroemdheid, maar dat zijn toch 2000 mensen die wellicht anders nooit van mijn onderzoek gehoord zouden hebben. Mijn meest populaire post trok in de eerste maand na publicatie 6000 unieke bezoekers en wordt nog steeds regelmatig bezocht. Dit ondanks dat het geen onderwerp is waar ik een artikel over ga schrijven in een journal.
Ik creëerde een online reputatie. Sommige academici zijn bang dat bloggen schadelijk is voor een carrière; je publiceert immers teksten van minder-dan-excellente kwaliteit, en je spendeert tijd aan je blog die je aan je onderzoek had kunnen besteden. Echter, daartegenover staat juist dat je je kan profileren. Door mijn online profiel hoef ik regelmatig me amper te introduceren op conferenties. Zo reageerde bij DHBenelux een professor uit de UK direct met “oh, you’re that Twitter guy!”, en op DH2014 in Lausanne wilde een collega me voorstellen aan een Canadese onderzoeker die snel reageerde met “We know Max, we follow his blog”. Op deze laatste conferentie was het sowieso makkelijk netwerken, simpelweg doordat ik al een heel aantal onderzoekers van over de hele wereld kende van hun tweets en blogs.
De keerzijde is dat zo’n online reputatie ook nadelig kan zijn. Jon Ronson doet onderzoek naar personen wiens leven overhoop werd gegooid door een stomme tweet. Als wetenschapper ben ik graag kritisch, maar moet hierbij ook bedenken dat de kans bestaat dat de personen die ik bekritiseer mijn posts ook lezen. Dit hangt samen met het punt van het bredere publiek; hoewel het niet gegarandeerd is, moet je er wel rekening mee houden dat er ineens heel veel mensen mee kunnen lezen.

Waar dan te bloggen

Hieronder staan een aantal van de populairste (micro-)blog platforms.

  • WordPress is inmiddels een compleet CMS (Content Management System) waarin je niet alleen een blog hebt, maar een complete website. Je kan kiezen om een eigen domein te hebben en zelf WordPress te hosten. Dit geeft de meest uitgebreide mogelijkheden voor aanpassen en personaliseren, maar vereist ook onderhoud zoals het up-to-date houden van de installatie en plugins. Een alternatief is wordpress.com; minder mogelijkheden voor aanpassingen, maar het vereist ook geen onderhoud.
  • Blogger is een populaire blogdienst van Google. Ook hier beperkte mogelijkheden voor aanpassen en personaliseren, maar geen onderhoud.
  • Medium is een vrij nieuwe blogdienst. Het biedt geen mogelijkheden voor aanpassingen maar richt zich op meteen schrijven zonder tijd kwijt te zijn aan andere zaken zoals uiterlijk. Een fraaie functie is dat de comments op paragraaf-niveau werken, waardoor Medium zich uitstekend leent voor long-reads.
  • Tumblr van Yahoo is een micro-blogdienst in de zin dat het vooral ideaal is en gebruikt wordt voor heel korte posts, en met sterke nadruk op visuele media. Het werkt meer als een sociaal netwerk, zonder comments maar met “likes” en “reblogs”.
  • Twitter is misschien wel de bekendste micro-blogdienst. Posts hebben een limiet van 140 tekens, en je wordt dus gedwongen goed na te denken over wat je wilt schrijven. Ook dit is meer een sociaal netwerk dan een blog, met mogelijkheden voor reacties, “favorites” en “retweets”.

Wat zijn jouw ervaringen met bloggen, of ben je nog sceptisch? Zet het in de comments!

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.