Historici.nl





#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#scheepvaart
#onderwijs
#recht
#erfgoed
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#archieven
#slavernij
Door Susan Hogervorst
02-02-2016
Susan Hogervorst

Na Holocaust Memorial Day, of de rituele aanwezigheid van oorlogsgetuigen

Op dit moment is Yisrael Kristal waarschijnlijk oudste man ter wereld. Hij overleefde Auschwitz, dat op 27 januari 1945 werd bevrijd. Dat laatste gegeven zegt niet alleen iets over het sterke gestel van deze 112-jarige, maar wijst ons ook op de broosheid van de ooggetuigengeneratie, zoals dat in WO2-herinneringsjargon wordt genoemd. Weldra zijn er geen mensen meer die uit eerste hand over de Tweede Wereldoorlog kunnen vertellen. Dit besef is al enkele decennia oud, en heeft inmiddels talloze initiatieven gegenereerd om de herinnering aan de Tweede Wereldoorlog over te dragen op jongere generaties.

Het instellen van Holocaust Memorial Day op de bevrijdingsdag van Auschwitz is er daar één van. In de Tweede Kamer, op (hoge)scholen en universiteiten en andere plekken werd op 27 januari invulling gegeven aan ‘nooit meer oorlog’. Een blik op de diverse programma’s en organisatoren duidt erop dat dit op veel plekken in het land gebeurde tegen de achtergrond van de huidige vluchtelingenproblematiek.

Een ander verschijnsel dat uit dit besef is voortgekomen, zijn de diverse, soms zeer omvangrijke collecties van (audio- of) videointerviews met ooggetuigen van de oorlog. Parallel aan de overgang naar een tijdperk zonder ooggetuigen is een verschuiving te zien van het verzamelen en (digitaal) conserveren van oorlogsherinneringen naar het (online) ontsluiten ervan. Wat kunnen we, en misschien vooral: wat willen we, met deze op afroep beschikbare oorlogsherinneringen?

Die vraag heeft onder meer een technologisch aspect. Zo kunnen de interviews met spraakherkennigstechnologie relatief snel en gemakkelijk in geschreven tekst worden omgezet, en deze transcripten zijn vervolgens op trefwoord doorzoekbaar te maken. Dat maakt digitale interviewcollecties tot een ware fundgrube voor onderzoek en onderwijs: typ het woord ‘onderduik’ en krijg tientallen fragmenten met verschillende situaties, ervaringen en perspectieven.

Screenshot Getuigenverhalen.nl

Maar deze vraag heeft natuurlijk ook een moreel aspect, en Holocaust Memorial Day lijkt me een uitgelezen gelegenheid om zo’n morele kwestie op te werpen. Wat willen we van dit herinnerde verleden daadwerkelijk zien en horen, behalve bewaren? En welk verschil in dit opzicht maken online portals naar digitale ooggetuigenissen, vergeleken met oorlogsherinneringen in levende aanwezigheid? Drie dingen hierover.

In 1980 organiseerden verschillende verbanden van kampoverlevenden en verzetsmensen de tentoonstelling ‘Verzet en vervolging 1933-nu’ in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Bitterheid, trauma’s en Koude Oorlog maakten dat deze groepen elkaar tot dan toe nauwelijks het licht in de ogen hadden gegund. De nieuwe belangstelling voor de oorlog vanuit overheid en samenleving, en het gemeenschappelijke doel van overdracht van de herinnering op jongere generaties, maakten samenwerking toch mogelijk. Het fenomeen gastspreker was geboren. Ooggetuigen waren onomstotelijk de nieuwe experts geworden als het om de oorlog ging.

De website getuigenverhalen.nl is een portal naar één van die collecties van digitale videointerviews over de Tweede Wereldoorlog. Zo’n vijfhonderd interviews zijn op thema geordend en op trefwoord doorzoekbaar, en op wat uitzonderingen na integraal online te bekijken. Webanalyse leert dat de site zo’n vijftienhonderd keer per maand wordt bekeken. De gemiddelde duur van een sessie is echter 2.56 minuten.

Holocaust Memorial Day aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen, 27 januari. Er was onder meer een podiumgesprek met twee mensen die ondanks hun relatief jonge leeftijd de functie van ooggetuige vervulden. Spreker 1 was als baby door haar joodse ouders afgestaan aan een pleeggezin, spreker 2 was van na de oorlog en had zichzelf als kind de opdracht gesteld om het oorlogsverhaal van haar vader door te geven. Beiden treden regelmatig op als gastspreker. Opvallend was dat de vragen die werden gesteld niet of nauwelijks betrekking hadden op het oorlogsverleden zelf, noch op de manier waarop deze vrouwen of hun ouders dit verleden destijds hadden ervaren. Daarentegen ging het over de betekenis het herdenken, en vooral over het belang van het overdragen van de herinnering, juist nu. Ik weet ook wel dat bij herinneren en herdenken het heden minstens even belangrijk is als het verleden. Maar is het een beroepsafwijking van een historicus om het opmerkelijk te vinden dat er nauwelijks vragen over het herinnerde verleden werden gesteld, juist nu het nog kan?


Flyer Holocaust Memorial Day 2016, Hogeschool Arnhem Nijmegen

Deze drie dingen maken een aantal zaken duidelijk. Allereerst dat het helemaal niet zo vanzelfsprekend is dat ‘wij’ naar de inhoud van oorlogsherinneringen willen luisteren, ook niet wanneer er nog overlevenden onder ons zijn. In Nijmegen waren twee ooggetuigen, en een op zichzelf gewillig publiek, maar vond er overdracht van oorlogsherinneringen plaats? Bij oorlogsherdenkingen gaat het niet om leren over, maar om leren van het verleden. Geen verlammende oorlogservaringen willen we horen, maar sterkende woorden over hoe iemand daarmee in het reine komt, en wijze raad over waarom en hoe te herdenken. Dat is allesbehalve te wijten aan deze twee mensen, noch aan de organisatie van deze bijeenkomst; dit is een veel breder verschijnsel dat zich naar mijn indruk sinds de jaren negentig voordoet.

Dit is ook meteen het andere dat deze drie dingen duidelijk maken: de herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog is na de jaren tachtig in zoverre veranderd, dat we eigenlijk al een voorschot zijn gaan nemen op de afwezigheid van levende ooggetuigen en hun herinneringen. Overlevenden zijn bij onze herdenken nog steeds belangrijk, maar dan niet zozeer als bron van kennis over het verleden, maar als legitimering van het herdenken dat door ons – overheid, onderwijs, erfgoedinstellingen, ‘het publiek’ – wordt begaan. Er lijkt dus vooral sprake van een soort ‘rituele aanwezigheid’ van ooggetuigen, als groep ten overstaan van wie we laten zien dat we aan de goede kant staan. Het is vooral deze legitimerende, rituele aanwezigheid die verdwijnt met het aanstaande wegvallen van de ooggetuigengeneratie.

‘We are now, after decades, a public ready to be fully informed’, zei de Amerikaanse literatuurwetenschapper en Holocauststudies-pionier Geoffrey Hartman in 2012 tijdens een lezing in Berlijn. De mogelijkheden zijn inderdaad daar – zowel digitaal als, nog voor enige tijd, in levenden lijve.

Zie ook:

Het verslag van Daan de Leeuw, ‘Nooit meer Auschwitz? Verslag van de Holocaust Memorial Day 2016’

Het artikel van Liesbeth Hoeven op het platform G&A, ‘Herdenken WOII via verhalen: belangrijk voor Nederlandse identiteit’

 

Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Wordt lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.