Adel en soldaten

De op 4 maart in Mechelen gehouden jaarlijkse ‘Dag van het onderzoek’ van de Vlaams-Nederlandse Vereniging voor Nieuwe Geschiedenis stond in het teken van uiteenlopende onderzoeksprojecten losjes bijeengehouden door de overkoepelende titel ‘Adel en soldaten in de vroegmoderne periode’. De invulling van het ochtend en middag was keurig verdeeld over universiteiten in Noord en Zuid.

Spaanse commandanten tijdens de Opstand

De ochtendsessie concentreerde zich rond het door Raymond Fagel (Leiden) geïnitieerde onderzoeksproject ‘Facing the Enemy. The Spanish Army Commanders during the First Decade of the Dutch Revolt (1567-1577)’. Het project richt zich op de groep van twintig commandanten van de koninklijke troepen (bijna allemaal Spanjaarden) in de Lage Landen tijdens de eerste tien jaar van de Opstand. In dit onderzoek zal het vooral gaan om de relatie tussen de protagonisten, de gebeurtenissen en de beschrijvingen van die gebeurtenissen. Wie schreef, met andere woorden, wat, waarom en wanneer over het optreden van die commandanten? In de historiografie botsen traditioneel twee beelden met elkaar, stelde Fagel in zijn openingsverhaal: de Nederlandse mythe van de Opstand als een bevrijdingsoorlog tegen een wrede, religieus fanatieke buitenlandse onderdrukker en de Spaanse voorstelling van de commandanten als nationale helden van de monarchie. Het is de bedoeling dat het project profiteert van recente literatuur over de Tweede Wereldoorlog, maar niet dat een en ander zal uitmonden in een poging tot comparatieve geschiedschrijving. ‘De zestiende eeuw is te interessant om de twintigste er ook nog bij te nemen’, aldus Fagel in antwoord op een vraag vanuit het publiek.

Allegorie: Spanjaard bedreigt de Nederlandse maagd in de Tachtigjarige Oorlog, prent uit Johannes Gysius: Oorspronck ende voortgang der Neder-landtscher beroerten ende ellendicheden, 1616. Bron: Wikipedia.org

Promovendi Beatriz Santiago Belmonte en Leonor Alvarez Francés bestuderen respectievelijk de correspondentie van de commandanten van de legermacht die Filips II na de Beeldenstorm naar de opstandige gewesten in het noorden stuurde en de Spaanse en Nederlandse kronieken die over de Tachtigjarige Oorlog werden geschreven. In hun levendige presentaties gingen zij in op problemen rond hun onderzoeksmethode en de bronnen. In hoeverre brachten de commandanten bijvoorbeeld hun daadwerkelijke oorlogservaringen op papier, wat betekende geweld voor hen, hoe beïnvloedde het milieu van de kroniekschrijvers de toon en inhoud van hun werk, wat was de functie van anekdotes en hoe ontwikkelden de vertogen over de oorlog zich naarmate de tijd ten opzichte van de beschreven gebeurtenissen verder verstreek?

Stedelijke elites, heerlijkheden en sociale transformatie

Het middagprogramma was bestemd voor de presentatie door Frederik Buylaert (VU Brussel) van twee onderzoeksgroepen van de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Gent, die gemeenschappelijk hebben dat ze zich richten op de sociale transformatie van West-Europa in de overgang van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd. De Nederlanden spelen in het debat over de daarmee verbonden processen een prominente rol en worden zelfs als een ideaal onderzoekslaboratorium beschouwd. Een van de uitgangspunten voor de onderzoekteams, aldus Buylaert, is de visie van Bas van Bavel dat de verklaring van de laatmiddeleeuwse verschuivingen in de brandpunten van economische groei moet worden gezocht in de sociale sfeer. In een samenleving die voorspoed kent, zullen de nieuwe groepen die zich het sterkst profileren, er alles aan doen om de nieuwe sociale ordening te bestendigen. De fixatie van machtsverhoudingen die daar het gevolg van is, leidt tot belemmering van verdere groei ten koste van gebieden met sociale machtsverhoudingen die zich beter lenen voor commercialisering en urbanisering. In de deelprojecten zal worden onderzocht hoe diverse stedelijke en rurale elites zich in de veranderende samenlevingen positioneerden.

In twee stedelijke projecten richten Jelten Baguet en Janna Everaert zich op Gentse en Antwerpse elites in de vijftiende-eeuw en zestiende eeuw. Laurence Van Goethem zal zich in haar onderzoek naar representatie en registratie van identiteiten de vraag stellen hoe elites vorm gaven aan de stedelijke samenleving. In haar presentatie richtte zij zich onder meer op identiteitsfraude in het achttiende-eeuwse Den Bosch. Miet Adriaens en vier nog aan te stellen promovendi en postdocs zullen onderzoek doen naar het platteland, en dan vooral naar het concept ‘lordship’ oftewel heerlijke macht als sociale en politieke organisatie. Dit ambitieuze, spannende project moet leiden tot een grootschalig, vergelijkend Europees onderzoek. Dat is hoognodig, want lange tijd heeft de vraag wat heerlijke macht na de late middeleeuwen betekende, nauwelijks wetenschappelijke aandacht gekregen. In de laatste decennia lijkt een ommekeer gaande. Zo wordt in de geschiedschrijving over de Franse Revolutie de macht van lokale heren (en van anti-feodale gevoelens) weer serieus genomen.

Terug naar de wortels van de professionele historiografie?

In zekere zin betekenen de in Mechelen gepresenteerde projecten een terugkeer naar de wortels van de professionele geschiedschrijving in de Lage Landen, zo vatte referent Hans Cools (Fryske Akademy, KU Leuven) de acht presentaties in een lucide uitleiding samen: ze betreffen de zestiende eeuw, een eeuw van snelle polarisatie, economische groei én verarming; een eeuw ook waarin de overheid steeds meer greep kreeg op de samenleving en een eeuw die de basis vormde voor de Nederlandse Opstand. De gehanteerde benaderingen, concepten en methodes zijn wel degelijk nieuw. De interessante voordrachten leidden dan ook tot veel vragen en een afsluitende constatering van Frederik Buylaert die alleen al juist was omdat verschillende van de gepresenteerde onderzoekersprojecten nog maar net van start zijn gegaan: ‘We moeten nu naar het archief, in plaats van vast te houden aan grote theoretische modellen.’

Conrad Gietman, Hoge Raad van Adel, Den Haag

Reageren

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is bedoeld om te controleren of u een menselijke bezoeker bent en om spam te voorkomen.
Beeld-CAPTCHA
Type de karakters die u in het plaatje ziet.

Reacties

kapiteins Joannes en Philippus Bouvy rond 1600

afbeelding van dr L.A.Bouvy

beide broers afkomstig uit Patria Leodiensis kwamen naar Brugge
Joannes huwde Catharina Lacoste op 12-1-1597 in de St Donaas , hij was toen capitaneus in Ijsendijck
Philippus zou in 1594 gehuwd zijn met Maria van den Bogaerde , hij was eveneens kapitein in dienst van Albertus van Oostenrijk en Isabella van Castilie , zou ca 1603 gesneuveld zijn bij Oostende. Hij is mijn directe voorvader.
Zou er iets meer te achterhalen zijn over deze broers ?

Gepost op:

vrijdag 18 maart 2016 - 16:27

Delen