Tussen Bildungsbürgertum en afrekencultuur: vader en zoon Von der Dunk in gesprek over het Duitsland van mijn vader

Onherkenbaar veranderd
Dat universiteiten in de afgelopen 30 jaar zijn veranderd is misschien nog wel het meest zichtbaar in de afdelingen geschiedenis in den lande. Het is nog niet zo heel lang geleden dat iedere stad zijn eigen coryfee had waar in eigen kring huizenhoog tegenop werd gekeken: Kossmann in Groningen, Wesseling in Leiden, Brands in Amsterdam en Von der Dunk in Utrecht, om er maar een paar te noemen. Elke afdeling geschiedenis had ook zo zijn eigen kleur: Nijmegen was sterk in het bronnenonderzoek, Groningen neigde naar het postmoderne en in Amsterdam drukte de sociologie een behoorlijke stempel op het vak. Utrecht kende een lange traditie van de publieksgeschiedenis, van Kernkamp, Geyl tot H.W. von der Dunk en diens meest prominente leerling Maarten van Rossem, nu vooral bekend van spelletjes – en talkshows en van ludieke stadswandelingen op televisie.

Leven en werk
Hoewel Hermann von der Dunk zelf misschien liever operaregisseur was geworden bleek het hoogleraarsambt hem te passen als een oude jas. Als geen ander had hij de twintigste eeuw doorleefd: als kind gevlucht voor de nazi’s kon hij zich op de Werkplaats van Kees Boeke in Bilthoven en de Universiteit Utrecht vrijelijk ontwikkelen tot een Nederlandse Bildungsbürger die zich zowel thuis voelde in het werk van Heinrich Heine en Thomas Mann als in de muziek van Schubert en Mendelssohn-Bartholdy. Zijn magnum opus, De verdwijnende hemel, is te lezen als een uitvergroting van zijn eigen leven, daar waar hij het doorbreken van oude hiërarchen aan den lijve ondervond. In de media reflecteerde hij vaak op de Duits-Nederlandse relatie waarvan hijzelf de verpersoonlijking was. Zijn zoon Thomas zette de traditie van zijn vader voort door eveneens in de media in klassieke volzinnen te reflecteren op de problemen van deze tijd. Als architectuurhistoricus is Thomas gespecialiseerd in kerken en gebouwen die een nationale cultuur uitdrukken. Hij is gelieerd aan de UvA, maar verdient zijn brood als ZZP-er in het sprekerscircuit, op de radio en als columnist op Volkskrant.nl.

Les uit het verleden
Afgelopen zondag spraken vader H.W. en zoon Thomas op een bijeenkomst van Nieuwe Utrechtse Tribune (NUT) over ‘het Duitsland van mijn vader’ waarbij ze terecht veel tijd inruimden voor het Duitsland van hun moeder. Hermanns moeder was Joods, gebildet en voelde zich zeer Duits. De nazi’s beschouwde ze als een voorbijgaand fenomeen dat nauwelijks serieus te nemen was. Hermann heeft hieruit geleerd dat er zich altijd weer zaken voordoen die niemand kan voorzien. Dat geldt voor het nationaalsocialisme evenzeer als voor een fenomeen als Donald Trump. De familie van zijn moeder had grote invloed op zijn leven en vanzelfsprekend ook op het leven van zijn vader.

Verdringing
Ook Thomas vroeg aandacht voor het Duitsland van zijn moeder, voor wie het als Nederlandse van protestantse huize geen geringe opgave moet zijn geweest om in de jaren vijftig te verhuizen naar Mainz omdat haar man daar, op voorspraak van Geyl, met een bescheiden beurs onderzoek deed naar de Duitse Vormärz. Thomas benadrukte dat hijzelf een heel ander Duitsland leerde kennen dan zijn vader. De steden waren platgebombardeerd en zelfs de Duitse taal had aan rijkdom verloren. Door verdringing was deze steriel geworden. Hij voelt zich veel minder dan zijn vader verbonden met de Duitse literatuur en muziek.

Exil
Door de familiebanden is Duitsland voor Thomas geen buitenland en het Duits geen vreemde taal, zoals het Frans en Engels dat wel is. Het Duitsland van zijn vader heeft hem vooral kritischer doen kijken naar Nederland. Hij heeft weinig op met de Oranjes, het Indische verleden, de Nederlandse zeehelden en de religieuze twisten. De familie van zijn vader bood hem bovendien een veel bredere blik dan Duitsland en Nederland alleen: de Joodse tak was deels vermoord, en deels in exil gegaan in de VS, Israël, Engeland en Noorwegen. En ook zij kwamen op bezoek in Bilthoven.

Publiekshistorici
Hermann en Thomas von der Dunk zijn beiden bekende publiekshistorici die zich sterk gekant hebben tegen de afrekencultuur op universiteiten, waarin het aantal Engelstalige publicaties in A-tijdschriften belangrijker werd dan de boodschap. Je mag hopen dat er weer een tijd aanbreekt, waarin publiekshistorici zowel op de universiteit als in de samenleving gehoord worden; dat is goed voor de media en goed voor de universiteiten. Nu lopen de wegen te zeer uiteen.

Voor de agenda van Nieuwe Utrechtse Tribune, zie: http://nieuweutrechtsetribune.nl/

Hanco Jürgens, Universiteit van Amsterdam

Reageren

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is bedoeld om te controleren of u een menselijke bezoeker bent en om spam te voorkomen.
Beeld-CAPTCHA
Type de karakters die u in het plaatje ziet.

Reacties

Gepost op:

dinsdag 1 maart 2016 - 11:03

Delen