XXSmall - Gemeentemuseum Den Haag

In de reeks vooraankondigingen voor het najaarscongres ‘Voorwerpen maken Geschiedenis’ deze maand aandacht voor de tentoonstelling XXSmall, tot 25 maart te zien in het Gemeentemuseum te Den Haag. Deze knap samengestelde tentoonstelling spreekt in eerste instantie liefhebbers van poppen en poppenhuizen aan, maar werpt tegelijkertijd een nieuw licht op de manier waarop voorwerpen onderdeel kunnen uitmaken van historisch onderzoek.

 

Wie bij poppen en poppenhuizen alleen denkt aan kinderspeelgoed, komt bij de tentoonstelling XXSmall bedrogen uit. De miniatuurversie van de trouwjurk van prinses Mabel gemaakt door modeduo Viktor en Rolf zet direct de toon: dit is een tentoonstelling over de wereld van mode en design, maar dan in het klein.

 

Barbies en zeventiende-eeuwse poppen in klederdracht laten zien hoe mensen zich vroeger kleedden, tot en met het ondergoed aan toe. Achttiende-eeuwse kunstkabinetten, meubels en poppenhuizen gemaakt door Gerrit Rietveld geven een beeld van de wooncultuur door de eeuwen heen. Poppenhuizen worden al lang bewonderd om het vakmanschap waarmee ze zijn gemaakt. De zilvercollectie, de boerderij van koningin Juliana en het schildersatelier zijn slechts enkele voorbeelden uit de diverse wereld van de miniatuurkunst.

 

Poppenhuis, Gemeentemuseum Den Haag

 

Voor conservator Jet Pijzel van het Gemeentemuseum en samenstelster van de tentoonstelling gaat de belangstelling echter verder dan de virtuositeit van het poppenhuis. Zij doet al jaren onderzoek naar poppenhuizen en hun maatschappelijke functie. Behalve een grote diversiteit aan voorwerpen bieden de poppenhuizen ook een inkijkje in het leven van de rijke eigenaren en eigenaressen uit het verleden.

 

Bijzonder aan de poppenhuizen is dat ze veelal volledig en met een inventaris of aantekeningenboekje zijn overgeleverd. De hoeveelheid geld, tijd en energie die de (meestal vrouwelijke) bezitter erin stak, betaalt zich daarom nu terug in de vorm van uitgebreide documentatie over het object. Weliswaar is het soms lastig alle woorden uit de inventaris een op een te herleiden tot de voorwerpen in een bepaald poppenhuis, maar de eigenaressen namen hun hobby zeer serieus.

 

Sara Rothé, eigenaresse van het pronkpoppenhuis, dat het uitgangspunt vormde voor deze tentoonstelling, is daar een goed voorbeeld van. In haar aantekeningenboekje noteerde zij hoe de voorwerpen moesten worden geschikt binnen het huis. Naar aanleiding van deze informatie kwam de conservator erachter dat symmetrie heel belangrijk was in het interieur. Helaas werd dit echter in het verleden niet erkend en zijn sommige stukken uit poppenhuizen verkocht als ‘dubbelen’.

 

Onderzoek zoals dat van Jet Pijzel toont bovendien aan dat in deze miniatuurwereld nog voorwerpen bestaan die elders zijn verdwenen. Neem bijvoorbeeld de grote variëteit aan manden, een vergankelijk materiaal dat niet vaak is overgeleverd. Of de inhoud van de linnenkamer waarvan van enkele voorwerpen niet eens duidelijk is waar ze voor dienden. In miniatuur hebben deze alledaagse objecten hun tijd overleefd, maar op gewone schaal zijn ze verdwenen.

 

Deze unieke karakteristieken van de poppenhuizen, het overgeleverde bronmateriaal eromheen en de zorg van de eigenaressen maken de huizen een interessante bron voor cultuurhistorisch onderzoek. Het poppenhuis bevindt zich op het raakvlak tussen kunstgeschiedenis en geschiedenis, en kent meer dimensies dan een schilderij. Dit brengt echter ook problemen met zich mee, zoals de digitale ontsluiting van dit type objecten. Waar een schilderij kan worden aangeduid met een kunstenaar en een titel, is kunstnijverheid lastiger te omschrijven. De kennis en de tijd om dit volledig en verantwoord te doen ontbreekt tot nu toe, aldus Pijzel.

 

De grote tentoonstelling heeft hier in ieder geval niet onder te hoeven lijden. Van de minifoto’s van Erwin Olaf tot de minischelpjes uit het zeventiende-eeuwse kunstkabinet geeft XXSmall een beeld van de miniatuurkunst waarbij de bezoeker bijna ogen tekort komt. Daarnaast zijn de stijlkamers ingezet als element om bijvoorbeeld de Chinese tempel extra tot zijn recht te laten komen. Het is daarom een tentoonstelling voor liefhebbers, maar biedt de historicus ook de wetenschap dat hier een schat aan potentieel bronmateriaal voor het oprapen ligt. 

Marianne Eekhout, Universiteit Leiden

 

Reageren

(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.
(If you're a human, don't change the following field)
Your first name.

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
CAPTCHA
Deze vraag is bedoeld om te controleren of u een menselijke bezoeker bent en om spam te voorkomen.
Beeld-CAPTCHA
Type de karakters die u in het plaatje ziet.

Gepost op:

maandag 19 maart 2012 - 0:00

Onderwerp

Delen