Historici.nl





#opstand
#cultuur en kunst
#politiek en bestuur
#maatschappij
#wetenschap en techniek
#oorlog en krijgsmacht
#economie en financiën
#kerk en religie
#overzeese gebieden
#erfgoed
#scheepvaart
#onderwijs
#archieven
#kolonialisme
#Tweede Wereldoorlog
#recht
#gender
#inclusiviteit
#slavernij
#natuur en milieu
Gepubliceerd op 30-06-2015
Door Leonieke Vermeer
Leonieke Vermeer

Ongelezen verbranden?

Wat doe je als je een dagboekencollectie in handen krijgt waarop staat ‘ongelezen verbranden’? Het Nederlands Dagboekarchief dat dagboeken verzamelt, schreef een bericht op haar website over een dergelijk geval en noemt het ‘een geluk’ dat nabestaanden de instructies van een overledene niet altijd opvolgen. Daarna ontstond enige discussie, omdat het niet ‘respectvol’ tegenover de overledene zou zijn. In hun reactie op deze kritiek benadrukt het archief dat ze, zoals gebruikelijk, met de gevers van deze collectie een contract hebben gesloten over het gebruik ervan. Bovendien houdt het Nederlands Dagboekarchief zich aan de Gedragscode voor gebruik van persoonsgegevens in wetenschappelijk onderzoek van de VSNU (Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten) en de wet Bescherming Persoonsgegevens. Ik ben het hiermee eens: mits zorgvuldigheid wordt betracht, is het goed en toegestaan dat een dergelijke bron gebruikt kan worden voor historisch onderzoek.

Denk niet aan een roze olifant

Maar het maakt natuurlijk wel erg nieuwsgierig, zo’n briefje. Net als bij de opdracht ‘denk niet aan een roze olifant’ – waarbij je vervolgens alleen nog maar aan die roze olifant kan denken – is ook de aanwijzing om iets niet te lezen, juist een aansporing om iets wel te willen lezen. Historici zijn nu eenmaal voyeurs. Clio kijkt door het sleutelgat, zoals de veelzeggende titel van een essay van Jacques Presser luidt. En dit geldt zeker voor egodocumenten, zoals dagboeken, autobiografieën en brieven.

Egodocumenten zijn bronnen waarbij datgene wat niet gezegd wordt, minstens zo belangrijk is als datgene wat er wel staat. Presser wees al op deze ‘stiltes’ door te benadrukken dat egodocumenten zowel onthullen als verbergen. Uitgescheurde bladzijden, doorgekraste passages, vernietigde bronnen: in een aankomend congres Silence in the Archives worden dergelijke ‘stiltes’ als vertrekpunt gekozen om meer zicht te krijgen op de positie van vrouwen in de negentiende eeuw. Overigens vinden we ‘stiltes’ ook in egodocumenten geschreven door mannen, bijvoorbeeld Frederik van Eeden die bepaalde passages uit zijn dagboek knipte. Op welke manier geven deze vormen van (zelf)censuur inzicht in de geldende normen en beperkingen die gebonden waren aan sekse en stand? Een interessante vraag. Maar ook een lastige vraag. Het is al moeilijk conclusies te trekken op basis van iets dat er staat. Uitspraken doen over iets dat er niet staat, is nog ingewikkelder. Twee voorbeelden van ‘stiltes’ kunnen dit verhelderen: een bron uit mijn eigen onderzoek en een discussie over een hele serie bronnen.   

Een lege pagina

Ik doe onderzoek naar ziektebeleving in negentiende-eeuwse egodocumenten. Een belangwekkende bron hiervoor is het dagboek van Hanna da Costa (1800-1867). Hanna schreef veel over haar gezinsleven dat sterk bepaald werd door het geloof en de Réveilbeweging waarin haar echtgenoot Isaac da Costa een centrale figuur was. Ze was achttien keer zwanger, kreeg negen miskramen en negen kinderen. Vijf van haar negen kinderen overleden op jonge leeftijd. In haar dagboek zitten gaten van soms enkele jaren en letterlijke ‘stiltes’ in de vorm van lege pagina’s. Bijvoorbeeld na de uitgebreide beschrijving van de ziekte en het sterfbed van haar negentienjarige dochter Hanna in mei 1854 volgt een lege pagina. Wat zegt deze stilte? Was ze letterlijk sprakeloos van verdriet? Had ze geen energie, tijd, zin, of behoefte meer om te schrijven?

Stiltes verklaren

Het andere voorbeeld is de discussie over Wij weten niets van hun lot (2012) van Bart van der Boom. In het met de Libris Geschiedenisprijs bekroonde boek stelt hij op basis van 164 onderzochte dagboeken vast dat de Nederlandse bevolking geen weet had van de massamoord die gepleegd werd op gedeporteerde joden. Arianne Baggerman en Rudolf Dekker bekritiseerden deze te rechtlijnige en naïeve conclusie. Ze maakten een vergelijking met het debat over ouderliefde in vroeg-modern Europa. Ook daarbij was op basis van iets dat niet in dagboeken stond – dat ouders hun kinderen slaan – geconcludeerd dat het ook niet gebeurde. Dergelijke terechte methodologische kritiek laat onverlet dat ‘stiltes’ wel degelijk waardevolle aanwijzingen kunnen vormen. Ze zijn echter niet explanans, maar explanandum. Stiltes zijn geen verklaring, maar moeten zelf verklaard worden. Ze zijn niet het einde van het verhaal, maar pas het begin.

Verder discussieren:

Verder lezen:

  • Blog van Marita Mathijsen over de biografie die ze schrijft over Jacob van Lennep. Ze gaat ook regelmatig in op egodocumenten die ze tegenkomt in haar onderzoek:
  • Artikel met kritiek van Evelien Gans en Remco Emsel op het boek Wij weten niets van hun lot van Bart van der Boom

 

De afgeplakte pagina’s in het dagboek van Anne Frank zijn wél van historische betekenis
Door Leonieke Vermeer
Machtige archieven
Door Maartje van de Kamp
Mein Kampf*
Door Rene Spork
Historici.nl
Het KNHG is de grootste organisatie van professionele historici in Nederland. Het biedt een platform aan de ruim 1100 leden en aan de historische gemeenschap als geheel. Word lid van het KNHG.
Historici.nl
Terug naar de bron: de geschiedenis ontrafeld met nieuwe technologie. Dat is de missie van het Huygens ING, een onderzoeksinstituut op het gebied van geschiedenis en cultuur.